Niet bang dat we een inval doen? Dat zullen we nog wel eens zien

Vier jaar geleden leidde een artikel in nrc.next over een illegaal restaurant tot arrestatie van het personeel.

De auteur vraagt zich af of zijn artikel verantwoord was.

Mahmud Niazi (links) wast af in restaurant Grenzeloos in 2006. Hij viel onder het generaal pardon en heeft inmiddels een verblijfsvergunning. Foto Merlin Daleman Mahmud & Njiba uit Afghanistan in de keuken van café Averechts. Utrecht, 31-10-06 © Foto Merlin Daleman
Mahmud Niazi (links) wast af in restaurant Grenzeloos in 2006. Hij viel onder het generaal pardon en heeft inmiddels een verblijfsvergunning. Foto Merlin Daleman Mahmud & Njiba uit Afghanistan in de keuken van café Averechts. Utrecht, 31-10-06 © Foto Merlin Daleman

„Heb jij die kop toen gemaakt?” vraagt Margreet Jenezon van stichting STIL als ik bij de Utrechtse rechtbank arriveer. Nee, dat doen auteurs van een stuk nooit zelf, leg ik uit. Maar het artikel met de kop ‘In restaurant Grenzeloos is de kelner een illegaal’ was wel van mij.

Ik schreef het stuk in november 2006 als freelancer voor nrc.next. De redactie zocht verhalen over bijzondere restaurants. Ik vond restaurant Grenzeloos via zijn website. ‘Illegale migranten koken elke dinsdag een gerecht uit hun geboorteland’, stond er.

Ik mocht best een keer langskomen van de initiatiefnemer STIL (Stichting Lauw-recht, een organisatie die vluchtelingen en migranten zonder verblijfsvergunning helpt). Een foto maken was ook geen probleem. Angst voor de vreemdelingenpolitie hadden ze niet, zei een medewerker van het café tegen me. „Af en toe komt er wel eens iemand van de gemeente langs. Interessant café hebben jullie hier, zeggen ze dan. Het wordt gedoogd.”

Ik bleef eten. Afghaan Mahmud Niazi maakte groentesoep. En rijst met bonen, bloemkool en friet. „Natuurlijk eten we ook bloemkool”, zei hij tegen me in de keuken. „We zijn eigenlijk hetzelfde, jij en ik.”

De illegale koks mochten met voor-en achternaam in de krant. Graag zelfs. Dat haalde de illegalen uit de anonimiteit. Het ging al zo lang goed. Zelfs gemeenteraadsleden kwamen er af en toe eten. SGP-fractievoorzitter Bas van der Vlies was wel eens geweest. Niets om geheimzinnig over te doen.

Een aantal maanden later werd ik gebeld door een collega. De vreemdelingenpolitie was samen met de Arbeidsinspectie het café binnengevallen. De drie koks die er werkten stonden op dat moment nog met borden in hun handen de gerechten uit te serveren, zo staat in het dossier. Ahmed Zouhr, Kui Li en Farid Amar werden meegenomen. Mahmud werkte die avond niet.

Volgens een medewerker van Averechts, het Utrechtse café dat onderdak bood aan Grenzeloos, tipte een medewerker van justitie na het lezen van het artikel de Vreemdelingendienst. Dat schijnt vaker te gebeuren, hoor ik later van een collega. Zodra het in de krant staat is het lastig voor de overheid om nog een oogje toe te knijpen. Gemakkelijk scoren, zoals de woordvoerder van het restaurant het omschrijft.

Hier had ik geen rekening mee gehouden. Oké, het restaurant vond het goed, maar had ik zelf niet voorzichtiger moeten zijn? Ik had getwijfeld, anders had ik niet expliciet gevraagd of ik de illegalen wel met naam en toenaam mocht noemen. Toch deed ik het. Ik ging ervan uit dat de organisatie die hun belangen behartigde, de risico’s beter kon inschatten dan ik.

En de krant, had die wel moeten publiceren? Deze vraag werd door niemand na het lezen van mijn stuk gesteld: de redactie ging ervan uit dat ik duidelijke afspraken had gemaakt met de initiatiefnemers van het restaurant. Pas nadat de koks waren opgepakt, ontstond er discussie. Op het weblog van nrc.next verscheen vlak na de inval een stukje met de kop ‘Hoe schuldig zijn wij?’ De redactie schreef:

De auteur deed verslag van iets wat in Utrecht allang bekend was. Hij maakte zich, zoals wij dat altijd horen te doen, bekend als verslaggever. En hij vroeg de geïnterviewden naar hun naam, die ze gewoon gaven. Hadden we het stuk niet moeten plaatsen? Tsja, dan verzwijg je een maatschappelijk fenomeen.

Er kwamen niet al te veel reacties op het stuk. De reactie van een lezer bleef het langst hangen: „Schuld is wel een erg groot woord, verantwoordelijk zou ik eerder zeggen.”

Maar deze opmerking was wel gerechtvaardigd. Collega’s en vrienden zeiden dat ik niets verkeerd had gedaan: je hebt je toch aan de journalistieke regels gehouden? Zeker als zo’n organisatie het toelaat en er zo open en bloot mee adverteert. Dan hebben zij de risico’s niet goed ingeschat. Niet jij.

Toch knaagde er iets. Had ik mijn journalistieke taak wel goed uitgevoerd? Het ging niet eens zozeer over het wel of niet anonimiseren van de namen; dat had de inspectie vast niet tegengehouden de koks op te pakken. Het is gissen, maar misschien had vooral de toon van het stuk de inspectie gestoord. Jullie zijn niet bang dat we komen binnenvallen? We zullen jullie wel eens wat laten zien.

Was een stuk over de vraag waarom STIL onbeschermd illegalen met naam en toenaam op de website zet niet beter geweest? Of een verhaal over hoe de gemeente Utrecht projecten gedoogt waar illegalen aan het werk worden gezet?

Eigenlijk ben ik de zaak alweer bijna vergeten, als ik vier jaar later bericht krijg dat STIL en het restaurant terechtstaan in een beroepszaak voor de Utrechtse rechtbank. Beide werden eerder veroordeeld tot 24.000 euro boete door de Arbeidsinspectie, voor het in dienst nemen van de drie gearresteerde koks. De boete zou het einde betekenen van STIL, dat dit bedrag nooit kan betalen.

Ik nam contact op, voor een rechtbankverslag. Vlak voor de zitting kwam ik Margreet Jenezon tegen, van STIL. „Hoe is het nu met de koks?” vroeg ik.

Kui Li werd na 24 uur weer vrijgelaten. Hij woont met z’n vrouw in een huisje in de Utrechtse wijk Overvecht.

Farid Amar zat zes maanden in detentiecentrum Kamp Zeist. Hij zwerft nu over straat.

Ahmed Zouhr zat negen maanden in Kamp Zeist en overleed aan een hartaanval. Hij was heel mager toen ze hem een keer opzocht, vertelt Margreet Jenezon, „tussen zijn pols en zijn horlogebandje zaten centimeters ruimte”.

Het valt me zwaar. Ik krijg wel eens een mail na een stuk in de krant. Soms een bedankje. Er zijn wel eens Kamervragen gesteld. Maar daar bleef het altijd bij.

STIL neemt me niks kwalijk. Ze lijken ook niet echt aan zichzelf te twijfelen. De gemeente gedoogde het toch? Die harteloze Arbeidsinspectie. STIL doet zulk goed werk voor de mensen.

Na de zitting zie ik ineens buiten de rechtszaal Farid Amar staan, de illegale kok die zes maanden in Kamp Zeist zat.

Ik stel me voor. Onhandig. Dat ik degene ben van dat stuk. Maar hij hoort het niet, en begint meteen te vertellen. Over zijn tijd in Kamp Zeist.

„Guantanamo Bay 2”, noemt hij het. En dat we daar eens wat over zouden moeten schrijven.