Minder activisten in cel Cuba

Het aantal politieke gevangenen in Cuba is sinds begin dit jaar gedaald van 201 naar 167, op papier het laagste aantal sinds het begin van de communistische revolutie in 1959. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de onafhankelijke Cubaanse Commissie voor Mensenrechten en Nationale Verzoening.

De daling komt volgens de commissie, die wordt gesteund door internationale mensenrechtenorganisaties en gedoogd in Cuba, vooral door een andere aanpak van het georganiseerde verzet. Het regime in Havana zou zich minder concentreren op langdurige opsluiting en meer op korte detentie van activisten om bijvoorbeeld demonstraties te verhinderen.

Zo is het aantal gevangenen dat de commissie als ‘politiek’ classificeert, gehalveerd sinds de machtsoverdracht van Fidel Castro aan zijn broer Raúl in juli 2006. Tegelijkertijd zijn sinds begin dit jaar 802 dissidenten kortstondig vastgehouden en vaak zonder aanklacht weer vrijgelaten.

Activist en journalist Guillermo Fariñas (48), sinds 24 februari in hongerstaking voor de vrijlating van 25 zieke politieke gevangenen, bevestigde gisteren berichten dat hij in kritieke toestand verkeert. Fariñas krijgt intraveneuze voeding in het ziekenhuis in Santa Clara en is sindsdien zelfs zestien kilo aangekomen, maar hij heeft een bloedprop in een halsslagader en lijdt aan infecties.

Amnesty International concludeerde vorige week in een rapport dat de vrije meningsuiting in Cuba nog altijd „systematisch” wordt onderdrukt, ondanks „beperkte” stappen van de regering. (AP, BBC)