Handjes schudden én doodsbedreigingen na kloeke inval

Met een inval in een Kosovaars ministerie is Johan van Vreeswijk flink bezig met de bestrijding van corruptie.

Dat levert hem gratis koffie op, maar ook bedreigingen.

Een Nederlandse aanklager is uitgegroeid tot het gezicht van een schoonmaakactie die het corrupte bestuur in Kosovo moet gaan aanpakken. Johan van Vreeswijk, hoofd van het aanklagersteam van de EU-missie in Kosovo, Eulex, heeft een ambitieus begin gemaakt met het vervolgen van corrupte politici. Het is hem op doodsbedreigingen en steunbetuigingen komen te staan.

Eén dag heette de grote Moeder Theresaboulevard door de hoofdstad Pristina een maand geleden de Johan van Vreeswijkstraat. Een lokale actiegroep had de straatnaambordjes overgeplakt na een interview met het dagblad Koha Ditore, waarin de jurist zijn ambities voor het komende jaar ontvouwde.

Operatie ‘cleaning the pipes’ noemt Van Vreeswijk het voornemen bovenaan in het systeem te beginnen met de aanpak van corruptie. In april viel de politie onder leiding van zijn team het ministerie van Transport binnen. Het vermoeden is dat minister Fatmir Limaj en het hoofd van de afdeling Aanbestedingen betrokken zijn bij witwassen, georganiseerde misdaad, machtsmisbruik en corruptie. De aanleg van wegen werd opvallend vaak uitbesteed aan vrienden van de minister. „Bewijs genoeg”, zei Van Vreeswijk zelfverzekerd tegen de lokale pers en hij onthulde meteen nog zes andere ministers in het vizier te hebben.

Sindsdien komen mensen in het vliegtuig en op straat zijn hand schudden, vertelt hij tijdens een interview op een terras in Pristina. En krijgt hij gratis koffie in restaurants. „Dit opent iets in de samenleving. Het werkt preventief. Sommige mensen beginnen nu te zweten. We krijgen meer informatie toegespeeld. Oorlogsheld zijn is geen excuus meer om te stelen.”

Zijn onomwonden taalgebruik wordt in de voormalige Servische provincie, die zich begin 2008 onafhankelijk verklaarde, ervaren als verfrissend. De onvrede over de internationale beambten van de VN en de EU die zich de afgelopen tien jaar met het land in wording hebben bemoeid, is er groot. Zij worden gezien als overbetaalde zakkenvullers die zakendoen met lokale criminelen, die hun positie in het landsbestuur danken aan hun verdiensten in de strijd tegen Servië, die in 1999 eindigde.

Van de oorlog is weinig meer zichtbaar, maar de armoede is groot. Een groot deel van de bevolking leeft rond de armoedegrens. Internationale wetshandhavers die zelf onschendbaar zijn en in dure auto’s rijden, zullen zichtbaar voor verbetering moeten zorgen om getolereerd te worden, beseft Van Vreeswijk, die sinds april 2008 in Kosovo werkt. Zijn stoere taal dient ook dat doel.

„Voor de internationale gemeenschap draaide alles lange tijd louter om stabiliteit.” Zolang er geen nieuwe oorlog uitbrak, was het goed. „Dat tij is aan het keren.”

Van Vreeswijk schuwt grote woorden niet: „Ik probeer Kosovo terug te geven aan wie het toebehoort. Dat zijn de burgers, niet de overheid. Dat zijn de mensen die gevochten hebben voor onafhankelijkheid, maar die nu geen toegang hebben tot wat van hen is, omdat sommige clans het zich toe-eigenen.”

Tegelijk met de steunbetuigingen verschenen op verschillende plekken in Pristina ook aankondigingen van het overlijden van Van Vreeswijk. „Intimidatie. Ik schrok er wel even van”, zegt Van Vreeswijk. „Maar ik heb heel duidelijk gemaakt dat dit bij mij dus niet werkt. Je moet tegen zulke dingen bestand zijn. Anders had ik er niet aan moeten beginnen.”

De aanklager, hoofd van een internationaal team van zeventien officieren van justitie dat samenwerkt met de lokale aanklagers, gebruikt haast militair jargon om te omschrijven waar zij mee bezig zijn. Er zijn voor dit jaar 25 „doelen” op hoog niveau „geïdentificeerd”.

Van die zaken moet een afschrikwekkende werking uitgaan. „Ze treffen waar het het meeste pijn doet”, formuleert Van Vreeswijk. En: „Als we de poten onder het systeem uit trekken, komt het dak vanzelf naar beneden.”

Het juridisch apparaat zou in zijn visie een rolmodel kunnen worden. Een baken van goed en schoon bestuur. De regering is dat niet, benadrukt Van Vreeswijk. En „het parlement is een mak schaap”. Ook justitie moet worden gezuiverd, geeft Van Vreeswijk toe. Er loopt nu voor alle rechters, onderzoekers en aanklagers een herbenoemingsprocedure. „Die is streng. Iedereen die hier door komt vertrouw ik volledig.”

Servië beschouwt Kosovo nog steeds als zijn provincie. Vijf van de 27 EU-lidstaten hebben de eenzijdig uitgeroepen onafhankelijkheid van Kosovo niet erkend. De EU moet daardoor ‘statusneutraal’ zijn en kan dus niet voluit meewerken aan het opbouwen van een onafhankelijk land. ‘Eulex, made in Serbia’, staat daarom op muren gespoten en ‘Euleksperiment’.

De EU-missie waarvoor hij werkt is gehandicapt door de verdeeldheid binnen de EU, zegt de aanklager. De samenwerking met de Albanese meerderheid zou beter verlopen als duidelijk was waar de EU staat.

Kosovo is als een pasgeboren kind, schetst hij. Het bevindt zich tussen wieg en de eerste stapjes. Als die eenmaal zijn gezet, is het tijd voor de internationale gemeenschap om weg te gaan, denkt Van Vreeswijk. „Rennen kunnen de Kosovaren zichzelf leren.”

Lees over het corruptieschandaal in de Kosovaarse regering waarbij minister van Transport Fatmir Limaj is betrokken.