Favoriet treft vechtmachine

Nederland moet nog een laatste horde nemen op weg naar de finale van het WK. Oranje kan het maar beter niet op strafschoppen laten aankomen.

Koen Greven

Iedereen bij het Nederlands elftal weet vanaf het moment dat Brazilië werd uitgeschakeld precies waar het gevaar in de halve finales schuilt: mijmeren over een droomfinale tegen Duitsland, nog voordat Uruguay verslagen is.

Engelse wedkantoren als William Hill en Ladbrokes geven nog slechts een dubbele uitbetaling bij elke ingelegde euro als Oranje het toernooi wint. De befaamde ‘winner predictor’ van toernooisponsor Castrol voorspelt dat de Spanjaarden (36,1 procent) de wereldbeker veroveren, het Nederlands elftal (32 procent) is een goede tweede. Volgens bondscoach Bert van Marwijk is het de goden verzoeken, maar bondsbestuur, technische staf, spelers en fans denken natuurlijk al aan de eindstrijd op zondag 11 juli in Johannesburg. Want tegen Uruguay zal het toch niet mis gaan?

De geschiedenis leert dat Nederland het maar beter niet op strafschoppen kan laten aankomen.

Frank de Boer kan erover meepraten hoe het voelt op weg naar een ‘zekere’ hoofdprijs op ongelukkige wijze te stranden. De assistent-trainer van Oranje beschouwt de verloren halve finale op het EK van 2000 in eigen land tegen Italië als een van de dieptepunten in zijn loopbaan. Na twee gemiste penalty’s in de reguliere speeltijd ging Nederland in de beslissende strafschoppenreeks ten onder. Frank de Boer miste de eerste. Toenmalig bondscoach Frank Rijkaard nam in tranen afscheid.

De Boer maakte in 1992 ook onderdeel uit van de selectie van het Nederlands elftal dat als grote favoriet aan het EK in Zweden begon. Na het mislukte WK van 1990 zou de gouden generatie met Ruud Gullit, Frank Rijkaard en Marco van Basten met een nieuwe Europese titel sportief revanche nemen. De halve finale tegen Denemarken gold vooraf als een makkelijk te nemen horde. Ook toen lonkte een finale tegen Duitsland. De Denen mochten pas meedoen nadat het toenmalige Joegoslavië van het toernooi was geweerd. Van een goede voorbereiding was geen sprake geweest. De titelverdediger kwam tegen Denemarken niet verder dan 2-2 en verloor na strafschoppen. Marco van Basten miste als enige.

En bij het WK van 1998 in Frankrijk verloor het Nederlands elftal, met opnieuw Frank de Boer in de verdediging, de halve finale van Brazilië na strafschoppen.

De voormalige verdediger is vanavond voor de vierde keer nog één stap verwijderd van een grote finale. Als assistent-coach in een staf met bondscoach Van Marwijk en collega-hulptrainers Phillip Cocu en Dick Voorn hamert hij er al vanaf de zomer van 2008 op dat de wereldtitel het enige doel moet zijn. De ‘focus’ mag alleen gericht zijn op de hoofdprijs, zo heet het in trainersjargon. Alles minder dan een eerste plaats moet worden beschouwd als een mislukking. De Boer heeft wat dat betreft als international genoeg teleurstellingen moeten verwerken.

Nederland heeft in Zuid-Afrika bewezen dat het geloof in eigen kunnen groot is. Op zichzelf niet zo gek voor een ploeg die al 24 duels op rij ongeslagen is. Oranje had graag voor het oog van de wereld willen schitteren met aanvallend voetbal, maar toen dat te hoog gegrepen bleek, verschafte de ploeg zich met zeer gedegen spel een weg naar de laatste vier. Brazilië werd zelfs op karakter verslagen. De Boer wees de internationals er direct na de overwinning op dat er nog niets gewonnen was.

Nederland mag dan als de favoriet tegen Uruguay beginnen, de Zuid-Amerikaanse tegenstander is een vechtmachine. La Celeste moet de geschorsten Luís Suárez en Jorge Fucile en de geblesseerde Nicolás Lodeiro missen, maar zal tot de tanden bewapend de strijd aangaan. Uruguay heeft niets te verliezen, en alles te winnen. De ploeg rekent vooral op een dodelijke bevlieging van sterspeler Diego Forlán. Uit statistieken is gebleken dat de aanvoerder vooral toeslaat als de tegenstander balverlies heeft geleden. Het is daarom dus niet bepaald een voordeel dat middenvelder Nigel de Jong vanwege een schorsing ontbreekt. Zijn beoogde vervanger Demy de Zeeuw heeft meer oog voor opbouw en aanval dan situaties bij balverlies.

Nederland zal niet alleen beter moeten voetballen dan Uruguay, maar dient ook mentaal het gevecht aan te gaan met een elftal dat de botte bijl niet schuwt. De Boer zal de spelers waarschijnlijk één ding op het hart drukken: laat het alsjeblieft niet weer op penalty’s aankomen.

Het duel tussen Nederland en Uruguay is verder een clash tussen twee kleine landen. Alleen Slowakije was bij het WK kleiner dan Nederland. Uruguay telt slechts 3,5 miljoen inwoners, maar is wel een gerenommeerd voetballand dat twee wereldtitels behaalde: in 1930 en 1950. Oranje was in 1974 en 1978 verliezend finalist.

En als Nederland zondag Duitsland mocht treffen, dan zijn er ervaringsdeskundigen genoeg om te vertellen hoe je een eindstrijd met de Duitsers juist níet moet aangaan. Maar voor Nederland zijn dat zijn zorgen voor later.