Enquête bij Van der Moolen mogelijk opmaat voor claims

De Ondernemingskamer besloot gisteren dat er een enquête komt naar wanbeleid bij het failliete handelshuis Van der Moolen.

Dat er een onderzoek zou komen, was wel zeker, omdat alle partijen het erover eens waren dat dat moest worden ingesteld. Maar in de beschikking waarin de Ondernemingskamer oordeelt dat er een enquête komt naar mogelijk wanbeleid bij het failliete handelshuis Van der Moolen, lijkt de conclusie soms al getrokken.

De woorden die de Ondernemingskamer gebruikt in zijn beschikking die gisteren openbaar werd zijn stevig. Nu moet de rechter als hij een enquête wil gelasten een goede reden hebben om te twijfelen of er een juist beleid is gevoerd, en deze twijfel ergens aan ophangen. Maar Paul Coenen, hoofd juridische zaken van een van de eisers, de VEB, zei dat de beschikking kritisch is over de feiten die tot de ondergang van Van der Moolen hebben geleid.

Zo schrijft de rechter dat er bij Van der Moolen een beeld naar voren komt van „zwalkend beleid” en wordt het langdurig ontbreken van een financieel directeur omschreven als een „ernstig tekort”.

Het is ongeveer een jaar geleden dat het bedrijf snel afgleed naar de ondergang. Toenmalig topman Richard den Drijver stapte 16 juli op nadat er weer een verlies werd geboekt. Twee net benoemde commissarissen, voormalig Van Lanschot-bestuurder Peter Zwart en advocaat Arjen Paardekooper, namen de leiding over. Zij konden het handelhuis niet meer redden en het faillissement werd 10 september uitgesproken. Begin augustus was er al uitstel van betaling aangevraagd.

Het onderzoek naar wanbeleid richt zich op de periode van 1 januari 2005 tot de dag van het faillissement. In 2005 kocht Van der Moolen voor 45 miljoen euro derivatenhuis Curvalue, het bedrijf van Den Drijver. Door deze overname werd Den Drijver grootaandeelhouder van het effectenhandelbedrijf en, per januari 2006, ook bestuursvoorzitter.

De overname van Curvalue is een van de aspecten waar de twee nog te benoemen onderzoekers zich op zullen richten. Deze overname en de afwikkeling roept volgens de rechter „vragen op”. Onder meer door een nabetaling toen Den Drijver zowel de ontvangende partij was van de nabetaling als bestuurder van Van der Moolen. De rechter is ook kritisch over het feit dat het handelshuis lange tijd slechts één bestuurder had, te weten Den Drijver. „Het langdurig ontbreken van een financieel directeur valt in de gegeven omstandigheden als een ernstig tekort aan te merken.” Van der Moolen had het al jaren moeilijk, onder meer vanwege hoge boetes in de Verenigde staten na onrechtmatigheden van lokale handelaren en de opmars van de elektronische handel in aandelen.

Niet alleen de eisers, VEB en voormalig grootaandeelhouder verzekeringsbedrijf ASR, wilden een enquête. Ook Den Drijver zelf stemde ermee in, evenals bijvoorbeeld Zwart en Paardekooper. „De beschikking is vrij pittig”, zei Paardekooper vanmorgen. De advocaat maakt zich geen zorgen over het onderzoek. „Wij hebben er oprecht ingestaan, we hadden ook weg kunnen lopen.” Dat Den Drijver de schuld voor het omvallen vooral bij de twee commissarissen heeft neergelegd wuift Paardekooper weg. „Wij zouden in 15 dagen als bestuurder een 117 jaar oud bedrijf hebben laten omvallen. Dat is een hele prestatie.”

Coenen van de VEB denkt niet dat het onderzoek lang zal duren. „Ik verwacht dat men begin 2011 klaar is. De periode die wordt onderzocht is afgebakend en er is al veel informatie voorhanden omdat de curatoren al onderzoek hebben gedaan.”

Als er daadwerkelijk wanbeleid wordt vastgesteld zal de VEB dit gebruiken om civiele acties te starten tegen voormalige bestuurders en commissarissen voor compensatie van gedupeerde aandeelhouders.