Een flamenco in gouden duinen

Sterke opening Julidans met verbazingwekkende en intrigerende dansen.

Het was druk bij Dunas, van de Vlaams-Marokkaanse Sidi Larbi Cherkaoui.

Marokkaans-Vlaamse choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui met flamencodanseres Maria Pagés in de voorstelling 'Dunas'. Foto David Ruano
Marokkaans-Vlaamse choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui met flamencodanseres Maria Pagés in de voorstelling 'Dunas'. Foto David Ruano

Door Francine van der Wiel

Julidans wordt een sterk festival dit jaar. De openingsvoorstelling van kathak-koning Akram Khan was een schot in de roos en dit weekeinde werden daar nog een paar voltreffers aan toegevoegd. Denderend waren die voorstellingen niet allemaal, maar wel intrigerend, verbazingwekkend of gewoon lekker.

Natuurlijk was er veel volk afgekomen op Dunas van de Vlaams-Marokkaanse Sidi Larbi Cherkaoui, een van de succesrijkste hedendaagse choreografen. Vorig jaar maakte hij dé Julidanshit Sutra, waarin hij samenwerkte met Chinese Shaolin-monniken. In Dunas zoekt hij naar verbindingen tussen zijn hyper-eclectische danstaal en de flamenco van María Pagés, en naar de sfeer van de Méditerranée en de warmte, leegte en schoonheid van de woestijn.

Elastische, goudkleurige doeken verbeelden die zandduinen (dunas). Als Cherkaoui en Pagés zich erin wikkelen, ontstaan steeds veranderende rimpels en plooien. De twee naderen elkaar, laten hun handen en armen in sierlijke arabesken om elkaar draaien. Hun ontmoetingen zijn het boeiendst als Cherkaoui zich naar de taal van de fenomenale Pagés voegt, maar dan zonder het opgeblazen machismo van de gemiddelde flamencodanser – een verademing. Langzaam trekt hij de flamenco naar zijn eigen, onbegrijpelijk soepele en zich steeds uitbreidende hybride dans. Zijn gymnastische toeren zijn een beetje tè, en sommige effecten met de doeken neigen naar het sentimentele, maar daartegenover staat de even eenvoudige als briljante animatiefilm die hij live en met enorme handigheid van zandtekeningen maakt: een levensboom, vragen over religie, overbevolking, terrorisme (beelden van 11 september 2001). Een tikje naïef is deze wereldverbeteraar wel, maar dan een met een hartverwarmende fantasie en een subtiel gevoel voor humor.

Madame Plaza is een voorstelling over aïta’s; vrouwen die zingen en dansen in Marokkaanse nachtclubs. Choreografe Bouchra Ouizguen treedt op met drie echte aïta’s die verbazen door de vanzelfsprekendheid waarmee zij met hun volle vlezigheid op het toneel staan, en door de manier waarop zij na een aanvankelijk wat afwerende houding loskomen; zingend, dansend en de vulgariteit van mannen bespottend. De artistieke kwaliteit is moeilijk te meten, maar intrigerend is de kennismaking zeker.

Zo toegankelijk als Dunas, zo onbegrijpelijk is The Red Chamber van het Chinese kunstenaarscollectief Zuhe Niao. Slechts nu en dan is in de installatie/ collage/ performance iets op te pikken dat terug te voeren is op de achttiende-eeuwse Chinese klassieker De droom van de rode kamer. Bijvoorbeeld de wens uit benauwende conventies te breken: de ‘bamboe’ wand van een afgeschermde ruimte wordt gesloopt. In de tekst- en beeldprojecties, waarin ook het publiek een rol speelt, is juist kritiek op de hedendaagse maatschappij te herkennen, maar, met het oog op de Chinese censor, zeer cryptisch. The Red Chamber is een prettige dwaaltocht door een nog onbekende theatrale wereld.

Aangenaam ronddolen kon ook in Paradiso, waar tijdens I Like to Watch Too weer verschillende acts en voorstellingen op informele wijze te bekijken waren. Een uitstekende formule voor degenen die zich wel eens een avondje hedendaagse dans willen wagen, maar alleen met vluchtmogelijkheid. Zo konden bijvoorbeeld de zang-mime-danssolo 1:Songs van Nicole Beutler worden bekeken en Jan Martens’ I can ride my horse whilst juggling so marry me, dat behalve voor de dappere bravoure van de vijf uitdagend rond stiefelende meisjesvrouwen ook een prijs verdient voor de beste titel.

Dans

Julidans

Gezien: 2, 3 en 4 juli, Amsterdam.