Deze coalitie mag het straks oneens zijn

Wallage en Rosenthal leiden de onderhandelingen voor een kabinet ‘Paars Plus’.

Het doel: een regeerakkoord op hoofdlijnen en de fractievoorzitters in de Kamer.

Zo begonnen gistermiddag de onderhandelingen over Paars Plus. Foto Roel Rozenburg, beeldbewerking Fotodienst NRC Den Haag : 5 juli 2010 Pechtold, Halsema, Rutte en Cohen voor aanvang van een gesprek met de informateurs Rosenthal en Wallage over de vorming van een Paars plus-coalitie. foto © Roel Rozenburg
Zo begonnen gistermiddag de onderhandelingen over Paars Plus. Foto Roel Rozenburg, beeldbewerking Fotodienst NRC Den Haag : 5 juli 2010 Pechtold, Halsema, Rutte en Cohen voor aanvang van een gesprek met de informateurs Rosenthal en Wallage over de vorming van een Paars plus-coalitie. foto © Roel Rozenburg

Het moet anders in Den Haag. Radicaal anders. Weg met de politieke spelletjes, weg met het in minutieuze akkoorden vastgelegde onderlinge wantrouwen. Een nieuw kabinet dat succesvol wil regeren zal moeten breken met heel wat Haagse gewoontes. Was getekend: Herman Tjeenk Willink. Tot gisteren informateur van de koningin in de zoektocht naar een nieuw kabinet, nu weer vice-president van de Raad van State. Hij adviseerde om onder leiding van twee nieuwe informateurs de onderhandelingen tussen VVD, PvdA, D66 en GroenLinks over regeringssamenwerking te beginnen. Maar in zijn nalatenschap als informateur troffen politici gisteren onder de titel ‘Wat kan binden in plaats van scheiden’ een op persoonlijke titel geschreven bijlage aan met genummerde aanbevelingen voor verandering.

Het staat er beleefd, maar de boodschap is duidelijk: als de partijen niet „over hun eigen schaduw heen springen”, hun angst voor de kiezer niet weten te overwinnen en het land niet boven het eigenbelang stellen, dan krijgt Nederland een kabinet dat volstrekt niet opgewassen zal blijken tegen de maatschappelijke en mondiale problemen van de toekomst.

Een alarmerende analyse die – waarschijnlijk niet geheel toevallig – prima aansluit bij de ideeën van de PvdA’er Jacques Wallage. Die is sinds gisteren samen met VVD-senator Uri Rosenthal als informateur aan de slag gegaan bij de echte onderhandelingen over Paars Plus. Wallage schreef in april van dit jaar als voorzitter van de Raad voor het Openbaar Bestuur een advies dat ook al pleitte voor een geheel andere regeerstijl. Kernbegrip bij zowel Tjeenk Willink als Wallage is dat het geschonden vertrouwen tussen de samenleving en haar bestuurders hersteld zal moeten worden.

Dit moet al bij de formatie beginnen. Tjeenk Willink had een ongebruikelijke waarschuwing voor de partijen die nu met elkaar in gesprek zijn. Als deze doen wat ze altijd doen bij een formatie, zal daar een weinig levensvatbare coalitie uit rollen. Het kabinet zal de interne spanningen en maatschappelijke ontevredenheid niet lang overleven.

Hoe moet het dan wel? In zijn handleiding doet Tjeenk Willink diverse voorstellen. In één zin samengevat: gebruik het Nederlandse staatsbestel zoals het is bedoeld. Laat de regering regeren en de Kamer controleren. Hij beseft dat een coalitieakkoord onvermijdelijk is. Maar dat moet wel „een zeer beperkt coalitieakkoord op (financiële) hoofdlijnen” zijn. Een kabinet met hoogwaardige ministers – financieel-economische „geletterdheid” is volgens Tjeenk Willink het minste – maakt alle andere plannen. Partijleiders gaan juist niet in het kabinet zitten. Zij leiden de Kamerfracties, zodat het verhaal van hun partij met kracht en overtuiging kan worden verteld. Zo bieden zij hun fractie de vrijheid om te debatteren over de kabinetsplannen. De fracties beantwoorden voor zichzelf de vraag of die plannen passen bij de maatschappij waarvan ze dromen. Dan stemmen ze ja, en anders nee. Dat geldt ook voor de regeringsfracties. Onenigheid binnen de coalitie over onderwerpen die niet in het akkoord staan „zijn vrij en kunnen dus niet tot een kabinetscrisis leiden”.

Het sluit naadloos aan op het advies uit april van Wallage waar deze het had over een „globaal akkoord” waarin „hoofdlijnen, gedeelde waarden, uitgangspunten prioriteiten en een financieel kader worden gepresenteerd”. Ook Wallage wil af van de schijnzekerheid die een regeerakkoord vaak biedt. Zoals hij zelf schreef: „Gedetailleerde afspraken zijn soms al achterhaald op de dag nadat het akkoord is gesloten.”

Hoe anders was het tot nu toe. De afgelopen kabinetten waren de regeerakkoorden dik en soms tot drie cijfers achter de komma nauwkeurig. Coalitiepartijen ketenden elkaar zo vast met als centraal onderhandelingsprincipe: ‘als ik dit niet mag, mag jij dat niet’. „Gestold wantrouwen” wordt het wel genoemd. Bij elke afwijking van dat akkoord of bij onvoorziene gebeurtenissen – en dat waren er de afgelopen jaren nogal wat – ontstonden lange crisisonderhandelingen in beslotenheid tussen coalitiefracties, die ten slotte toch niet in een crisis uitmondden, omdat op het laatste moment totaal verschillende zaken tegen elkaar konden worden uitgeruild. Zoals tijdens het laatste kabinet-Balkenende toen het CDA beloofde niet verder op versoepeling van het ontslagrecht aan te zullen dringen, nadat de PvdA had ingestemd met het niet organiseren van een nieuw referendum over nauwere Europese samenwerking. Een andere tactiek is het toedekken van ruzies met nietszeggende compromisteksten. Dat gebeurde bij het onderzoek naar de politieke steun voor de oorlog in Irak in 2003 door het eerste kabinet-Balkenende. De premier, ondertussen aan zijn vierde kabinet bezig, erkende onder dwang van de PvdA zijn fouten op zo’n minimalistische wijze, dat het de verhoudingen tussen de beide partijen alleen maar verder beschadigde. Het zijn dit soort mechanismen die leiden tot een weinig daadkrachtige, intern gerichte coalitie, die het juist moeilijker maakt maatschappelijke tegenstellingen te overbruggen.

Ook binnen de aan de formatie deelnemende partijen bestaan de zorgen over de verstikkende werking van onwrikbare coalitieafspraken. Maar zich ernaar gedragen blijkt nog lastig. Dat blijkt wel uit de voortgang van de formatie tot nu toe. VVD-leider Mark Rutte, wiens partij bij de verkiezingen de grootste was geworden, had aanvankelijk totaal geen trek in Paars Plus. De inhoudelijke verschillen zijn groot, en CDA en PVV zullen vanuit de oppositie elk compromis dat hij sluit gebruiken om kiezers bij de VVD weg te halen. Om dat te vermijden, wilde Rutte liever met PVV en CDA regeren, hoewel de inhoudelijke verschillen met de PVV op economisch gebied nog groter zijn dan bij de PvdA.

Ook geruchten over de inhoud van de verkennende formatiegesprekken de afgelopen week volgden de oude logica. De VVD zou hebben geëist dat de hypotheekrenteaftrek ongemoeid bleef, en in ruil daarvoor zouden PvdA, D66 en GroenLinks niet willen bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking. Een ‘lose-lose’-situatie: niemand krijgt wat hij wil, er wordt minder bezuinigd en problemen op de woningmarkt en bij ontwikkelingssamenwerking blijven onopgelost.

Als er genoeg geld in de staatskas zit, kunnen dit soort compromissen een coalitie nog wel bij elkaar houden. Die uitweg is er nu niet. Er is geen geld. Sterker nog, er moeten enorme bedragen worden bezuinigd. Maar juist die financiële ellende en de maatschappelijke onrust bieden de grootste kansen om de richting in te slaan die Tjeenk Willink adviseert, met als motto: „Wie vertrouwen wil winnen, moet vertrouwen geven.” Als nu het moment niet aangebroken is om iets aan de verstikkende tradities in het landsbestuur te doen, wanneer dan wel? Een win-winsituatie dus. En toeval of niet, dat was de toverformule van Paars I.