De burgemeester van de rijdende gemeente

In de tijd dat Job Cohen nog burgemeester van Amsterdam was probeerde hij uit alle macht „de boel bij elkaar te houden”. Het peloton heeft sinds gisteren een epigoon van Cohen, zeg maar een burgemeester van de rijdende gemeente die Tour de France heet. Fabian Cancellara heeft gisteren, in de tweede etappe van Brussel naar Spa, een demonstratie van vaderschap laten zien waar de burger – lees: de rest van het peloton – even niet van terug had, en waar Cohen in zijn Amsterdamse dagen alleen maar van had kunnen dromen.

De boel bleef namelijk bij elkaar. Beter gezegd: de boel kwam weer bij elkaar omdat Cancellara spontaan het decreet had uitgevaardigd dat er in het kleine groepje renners dat toevallig wel de glibberige afdaling van de Côte du Stockeu had overleefd niet gekoerst mocht worden.

Dit was zijn uitleg: „Ik heb gedaan wat ik moest doen: wachten op de gevallen jongens, dat is gewoon een teken van respect. Ik beschouw mezelf niet als grote baas van het peloton, maar als gele trui heb je bepaalde verantwoordelijkheden. Niemand had nog iets te winnen, want Chavanel was toch weg. We konden alleen nog méér verliezen.”

Chavanel was helemaal nog niet zeker van de overwinning. Maar voor de burgemeester was het veel belangrijker dat zijn ploegmaten, de broertjes Schleck, podiumkandidaten en intussen opkijkend tegen een royale achterstand, terug konden keren aan het front.

De burgemeester had bepaald dat Lance Armstrong, ook gevallen maar nog altijd op geringere achterstand dan de twee Schlecks zijn karretje kon aanhaken. Toen Armstrong aansloot ging die een beetje zielig naar zijn schaafwonden zitten staren. Omdat erfvijand Contador met hem was teruggekeerd vond de Amerikaan het niet meer nodig Cancellara’s burgemeesterschap te betwisten.

Ik schrijf het allemaal maar zo droog mogelijk op, want het is niet meer dan ambtelijke materie. De nieuwe burgemeester groeide in zijn rol. Hij verbood het intussen aangedikte peloton te sprinten. Hangend aan de auto van de Tourdirectie had hij afgedwongen dat er geen punten verdiend konden worden voor de groene trui. Een sprint op de droge aankomst van Spa was immers veel te gevaarlijk. En zo overschreed het peloton als een lusteloze zak elementen de finish.

De Tourorganisatie toonde bij monde van François Pescheux begrip voor de vaderlijke impulsen van Cancellara. En dat is het ridicule in de zaak. Een instant-burgemeester verknoeit een Touraankomst en hij krijgt een compliment. Een gele kaart had beter gepast.

In het kleine groepje dat de zeephelling had overleefd huisden de klassementsrijders Robert Gesink, Dennis Mensjov van Rabobank, én kandidaat-ritwinnaar Oscar Freire. Zij leerden de bittere les dat solidariteit in het peloton altijd op de verkeerde momenten opflakkert. Wanneer het woord ‘respect’ valt is het oppassen geblazen.