Aangifte genocide tegen Karremans

Tegen Thom Karremans, commandant van Dutchbat-3 tijdens de val van de moslimenclave Srebrenica in 1995, is vanochtend aangifte gedaan van genocide en oorlogsmisdaden. Vier nabestaanden van Srebrenica-slachtoffers deden bij het Openbaar Ministerie in Arnhem behalve tegen Karremans ook aangifte tegen plaatsvervangend commandant Rob Franken en adjudant Berend Oosterveen.

Van januari tot eind juli 1995 stond de Bosnische moslimenclave Srebrenica onder bescherming van de Nederlandse VN-eenheid Dutchbat-3. Na de inname van de enclave op 11 juli werden volgens het Joegoslavië-tribunaal 9.000 moslims door de Bosnische-Serviërs onder leiding van Ratko Mladic vermoord.

„Karremans, Franken en Oosterveen hebben wellicht de omvang van de genocide niet kunnen voorzien, maar zij wisten van de diepgewortelde haat tegen de moslims en van eerdere executies van moslimmannen”, staat in de aangifte. „Door Rizo Mustafic en de familie van Hasan Nuhanovic van de compound af te zetten, hebben zij geholpen bij de genocide.”

Hasan Nuhanovic was in 1995 werkzaam als tolk op de Nederlandse basis in Potocari. Zijn ouders en broer vluchtten na de val van Srebrenica naar het basiskamp, maar werden gedwongen dat kamp weer te verlaten. De overblijfselen van zijn vader en broer zijn gevonden in een massagraf. Ook de familie van Rizo Mustafic, elektricien bij het VN-bataljon, mocht niet op de basis blijven. Zijn vrouw en twee kinderen overleefden de massamoorden, Mustafic zelf verdween spoorloos.

Door de jurisprudentie van het Joegoslavië-tribunaal is het begrip aansprakelijkheid, ‘command responsibility’, verruimd, zegt Elies van Sliedregt, hoogleraar strafrecht aan de Vrije Universiteit. De zaak tegen Karremans, Franken en Oosterveen maakt meer kans van slagen dan „zo’n vijf jaar geleden”, zegt Van Sliedregt. Daarmee is volgens haar niet gezegd dat Karremans cum suis „zelf het vereiste genocidale oogmerk hadden”.

Emeritus hoogleraar Theo van Boven noemt de genocideaanklacht „een zware klus om te bewijzen, oorlogsmisdrijven maakt meer kans.” Dutchbat had op basis van de wet oorlogsrecht volgens Van Boven bescherming moeten bieden „in plaats van blootstellen aan de vijand”.

Hasan Nuhanovic en de nabestaanden van Rizo Mustafic zijn in 2005 ook een civiele rechtszaak tegen de Nederlandse Staat begonnen. Ze verwijten de Staat hun familieleden aan de Bosnische Serviërs te hebben overgedragen. In 2008 vonniste de rechtbank dat de Nederlandse Staat niet verantwoordelijk is voor de dood van Bosnische Dutchbat-medewerkers en hun familieleden, omdat de militairen onder VN-mandaat opereerden.

Vervolg Genocide: pagina 2

‘Dutchbat wist van genocide’

De nabestaanden zijn in hoger beroep gegaan en die procedure is nog niet afgerond.

Zowel het Joegoslavië-tribunaal als het Internationaal Gerechtshof heeft bepaald dat de moord op de moslims van Srebrenica moet worden aangemerkt als genocide. „Voor deelneming aan genocide is niet vereist dat Karremans, Franken en Oosterveen de genocidale intentie van de Bosnische Serviërs deelden”, zegt advocaat Liesbeth Zegveld van Böhler advocaten die Nuhanovic en de familie Mustafic bijstaat. „De Duchtbatters beschikten over kennis dat de genocide aanstaande was.”

Het OM heeft geen initiatief genomen voor een strafrechtelijk onderzoek. Deze opstelling leidde in 2001 tot kritiek van de commissie-Van Kemenade die in opdracht van de regering onderzocht of Defensie loyaal had meegewerkt aan het verzamelen en verstrekken van informatie. In het rapport ‘Omtrent Srebrenica’ wordt gesproken van een gebrekkige betrokkenheid van het OM in Arnhem – dat strafbare feiten van militairen behandelt – en een lakse houding van het OM.