Japan maakt kennis met dolfijnvangst

Visserijnatie Japan zit in de verdrukking. Nationalisten wisten de vertoning van de bekroonde film over de dolfijnvangst lang tegen te houden. Tot zaterdag.

Ondanks felle protesten van nationalistische groeperingen is de documentaire The Cove, over dolfijnvangst in Japan, zaterdag voor het eerst vertoond in Japanse bioscopen. De film, die met een Oscar is bekroond, was in zes kleinere theaters te zien.

„Ik wist niets over de dolfijnjacht. Of het om televisie of films gaat, Japanners hebben het recht dit soort dingen te zien”, zei de 32-jarige Tomokazu Toshinai die de film bekeek in het kunsttheater Image Forum in Tokio.

Buiten het theater zwaaiden circa dertig betogers met nationalistische vlaggen uit de Tweede Wereldoorlog en riepen slogans tegen de film. De politie wist te voorkomen dat het tot een handgemeen kwam tussen demonstranten en voorstanders van de vertoning.

„Ik ben het met de betogers eens dat de manier waarop de film het thema laat zien problematisch is”, meende zakenman Yasutomo Maki (51) na afloop van de voorstelling. Hij vroeg zich af waar de grenzen van de vrijheid van meningsuiting getrokken moeten worden.

De Japanse nationalisten, die berucht zijn om hun lawaaierige acties met megafoons en geluidsinstallaties op trucks, noemen de in de Verenigde Staten geproduceerde film anti-Japans en in strijd is met de waarheid. Zij vinden The Cove een belediging van de traditionele cultuur van het land waarin visvangst een belangrijke plaats inneemt en menen dat de jacht op dieren in het Westen buiten schot blijft.

Bovendien laken zij het interview in de film met activist Paul Watson, oprichter van de milieuorganisatie Sea Shepard, die op verzoek van Japan door Interpol wordt gezocht wegens de acties tegen de Japanse walvisvangst in de Zuidelijke Oceaan. In januari nog kwam een walvisvaarder in aanvaring met een schip van Sea Shepherd.

Onder druk van militante nationalisten zagen Japanse bioscopen eerder af van vertoning van The Cove. Ook op de Amerikaanse bases op het zuidelijke eiland Okinawa was de film niet te zien, vermoedelijk om de bevolking niet te bruuskeren in het dispuut over de omstreden verplaatsing van de helikopterbasis Futenma.

Het steekt conservatieve kringen in Japan dat hun land als visserijnatie internationaal onder vuur ligt. Zowel de walvisvangst – volgens Japan gaat het om wetenschappelijk onderzoek – als de industriële vangst van de blauwe tonijn in de Middellandse Zee wordt fel bekritiseerd.

Naar aanleiding van de acties tegen The Cove ontspon zich in Japan een brede discussie over de vrijheid van meningsuiting. Belangrijke kranten in het land, intellectuelen en politici riepen de theaters op niet voor de druk te zwichten.

Een populaire videosite in Japan besloot The Cove aan te bieden, nadat bioscopen in Tokio en Osaka de vertoning van de film na dreigementen hadden afgelast. De documentaire laat de bloederige details zien van de vangst en slacht van dolfijnen die bijeen zijn gedreven in een baai bij Taiji, in het zuiden van Japan. De plaatselijke autoriteiten Taiji en de lokale visserijgemeenschap verdedigen de dolfijnvangst als een gewoonte met een lange geschiedenis. The Cove wordt binnenkort in zestien andere Japanse bioscopen vertoond.

Sommige theaters proberen, zoals een in de stad Nagoya, de documentaire te laten zien in combinatie met Walvisvaarders en de zee, een documentaire uit 1998 die de gunstige kant van de walvisvaart laat zien. (AP)

Impressie The Cove nrc.nl/film