De kaalkop

Andere tijden, ander haar. De mannelijke kaalkop is in de mode. Weg met al die toupetjes en haartransplantaties, kom rustig voor je kaalheid uit en bewondering zal je deel zijn.

Er zijn onverwachte inkijkjes in het nabije verleden nodig om je opeens bewust te worden van zulke merkwaardige ontwikkelingen. Laatst kreeg ik een nummer in handen van het literaire tijdschrift Tirade.

Het was van maart 1979 en op de voorkant prijkte een foto van de Belgische dichter Herman de Coninck, toen 35 jaar oud. De Coninck had kennelijk vroeg last van kaalhoofdigheid. Aan de zijkanten was zijn hoofd nog enigszins begroeid, maar bovenop prijkten slechts enkele slierten haar, die zorgvuldig schuin naar voren waren gekamd.

Dat zag je vroeger veel vaker. De bedoeling was dat zo de suggestie ontstond van een nog redelijk volle haardos, maar het optische resultaat spotte daarmee: de kaalheid werd er alleen maar door benadrukt en kreeg zelfs iets sneus.

Tegenwoordig komt zulke haardracht nog maar zelden voor, hooguit bij heren op leeftijd. Het haar wordt nu gemillimeterd of het hoofd volledig kaalgeschoren en de schedel kan in heel zijn naaktheid trots en viriel naar voren treden: ziehier mijn eikel. De skinheads begonnen ermee, maar niemand laat zich daardoor nog weerhouden. Kijk naar ons Nederlands elftal: Robben, Heitinga, Sneijder, De Jong.

Soms weet je niet eens meer of iemand écht kaal is of alleen maar doet alsof en uit modegevoeligheid voor kaalheid heeft gekozen. Dát is voor kaalhoofdigen het grote voordeel van deze ontwikkeling: hun kaalheid wordt gecamoufleerd met kaalheid.

Mijn kapper vertelde me dat hij soms mannen krijgt met prachtig haar die kaalgeschoren willen worden. Dat verdomt hij. Hij kan het niet over zijn hart verkrijgen. Hij zou zich voelen als een architect die eigenhandig een prachtig gebouw moet neerhalen. Daarvoor heeft hij zich toch niet laten opleiden?

Hij is een man van een oudere stempel, de tijd heeft zijn beroepsethiek ondermijnd. Kaalhoofdigheid is niet langer belachelijk. De Bijbel leerde ons trouwens al dat we er niet mee mogen spotten.

In 2 Koningen 2: 23-24 staat te lezen wat de profeet Elisa overkwam toen hij op weg ging naar Betel. „En toen hij de weg opklom, kwamen er kleine knapen uit de stad, die de spot met hem dreven en hem toeriepen: ‘Kom op, kaalkop! Kom op, kaalkop!’ Toen wendde hij zich om, zag hen en vervloekte hen in de naam des Heren. Toen kwamen er twee berinnen uit het woud en verscheurden 42 van de kinderen.”

God kon het in zijn verontwaardiging wel eens een beetje overdrijven, maar het is wel dé manier is om het jeugdige volkje onder de duim te houden.

Ik keer nu terug naar de in 1997 overleden Herman de Coninck, want het zou zonde zijn als ik hem alleen maar als kaalhoofdige liet voortleven. In dat nummer van Tirade staan twaalf prachtige gedichten van hem. Ik citeer er één.

Weemoed is een foto van voor 20 jaar./ Familie, nog samen, nog gezond./ Is toen. Met een lijst van nu errond./ Nu houdt het verleden bij elkaar./ En omgekeerd. Want nu is maar even./ Is opschrikken en vragen: / waar waren we gebleven?/ Bij jou. In Die Dagen./ Alles is ver. En de liefste dingen nog verder./ Maar door het verleden wordt het bij elkaar/ gehouden, als schapen door een herder.