Broedertwist nooit echt voluit op De Parade in Den Haag

Theater De Parade: Hark & Sleg, God in Frankrijk. Gezien: 2/7 Westbroekpark, Den Haag. Inl. deparade.nl. ***

Een sfeervolle locatie omringd door bomen en met waterpartijen, dat is het Haagse Westbroekpark, waar theaterfestival de Parade nu staat. Deze editie zijn er niet alleen nieuwe voorstellingen: Hark & Sleg door John Buijsman en Rogier Philipoom ging al in juni tijdens Terschellings Oerol in première.

Twee broers, eenzame jagers op een boerderij, bestoken elkaar met sarrende opmerkingen. Ze dragen een lange witte baard. De wanden en stoelen zijn behangen met geweien. Hun treiterijen zijn soms grimmig, vaak niet meer dan schijnaanvallen. Het stuk, geschreven door Peer Wittenbols met muziek van Keimpe de Jong, is een geestige, lichtvoetige hommage aan het fenomeen pesterij. Hoe ver kun je gaan? Regelmatig keert een korte dialoog terug. Zegt de een: „Dit is niet leuk.” Repliceert de ander: „Maar ik had je wel.” De opgezette hond van je broer doodschieten, is dat leuk? Een bijenkorf op je hoofd zetten? Of Sleg die Hark wijsmaakt dat Sleg de lieveling is van hun overleden moeder? Dat gaat ver. Terecht toont Buijsman als Hark zijn woede. Toch blijven de broers te begripvol voor elkaar.

In God in Frankrijk van Nathan Vecht stelt een echtpaar, gespeeld door Paul R. Kooij en Raymonde de Kuyper, elkaars geluksgevoel zwaar op de proef. Ze hebben weliswaar een huis in de Dordogne, maar de Fransen zijn malloten, een wagenwiel detoneert in het veld met zonnebloemen en ondanks de rode wijn is joie de vivre ver te zoeken. Ze heten Evert en Frida en kunnen Nederland niet loslaten. En op het Franse platteland kunnen ze niet aarden.

Er is veel aan de hand in het stuk, lijnen lopen volop door elkaar. Evert is Nederland ontvlucht wegens de politieke ontwikkelingen. Frida wil een nieuw leven beginnen. Evert scheldt op radio- en televisieprogramma’s waarin iedereen maar raak kletst. Frida wil dat haar man eens naar haar luistert. Net als in Hark & Sleg wisselen venijn en pesterij elkaar af. Ook hier: hoe ver kun je gaan? Aan het slot dreigt Frida de vlucht te nemen, terug naar Nederland.

In beide voorstellingen liggen emoties besloten die net niet doorbreken. Buijsman als Hark had de broedertwist werkelijk moeten aangaan en Philipoom uitdagen met een felle repliek op dat giftige: „Maar ik had je wel.” En De Kuyper en Kooij blijven, ondanks hun spelerskwaliteiten, net iets te terughoudend, alsof het echte conflict wordt geschuwd. Dat Frida teleurgesteld is in haar Franse verwachtingen is meer de kern van het stuk dan Everts tirades tegen vermeende vijanden.