Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Het Batavierenverhaal is niet meer dan een mythe

Op 25 maart 2009 liet minister Plasterk van Cultuur weten een locatie van het Nationaal Historisch Museum aan de Rijn te prefereren, onder meer omdat de Batavieren daar ons land zouden zijn binnengekomen. Historici deden toen wat meewarig over deze schoolboekenwijsheid: het Batavierenverhaal is immers niet meer dan een mythe. Tot mijn verbazing komt nu Bram Kempers met hetzelfde argument: „Hier kwamen onze voorvaderen op boomstammen de Rijn afzakken” (Opinie & Debat, 26 juni). Het lijkt een onschuldig argument, maar dat is het niet.

De impliciete consequentie is namelijk dat mensen als Geert Wilders (met Limburgse en Indonesische voorouders), Job Cohen (van Joodse afkomst), of Femke Halsema (aan de naam te oordelen van Friese herkomst) geen echte Nederlanders zouden zijn. Hetzelfde geldt voor al die nakomelingen van Zuid-Nederlandse, Franse, Duitse, Scandinavische, Hongaarse, Surinaamse, Turkse, Marokkaanse migranten die ooit naar Nederland zijn gekomen. Hun voorvaderen kwamen in ieder geval niet ‘op boomstammen’ de Rijn afzakken. De Bataafse mythe berust in feite op de gedachte dat naties, dus ook de Nederlandse, een etnische essentie zouden hebben. Dat het nog steeds (of weer) nodig is hier stelling tegen te nemen, blijkt uit het artikel van Ivan Krastev in dezelfde bijlage. Hij beweert dat „de Europese democratie [...] afhankelijk [zou zijn] van etnisch homogene maatschappijen”. Dat is klinkklare en gevaarlijke onzin: in het moderne Europa zijn nationaliteit en de daarmee verbonden democratische rechten gebaseerd op staatsburgerschap, ongeacht etniciteit.

Prof.dr. Ad Knotter

Sociaal Historisch Centrum voor Limburg