Iran zorgt dat auto's blijven rijden

De VS proberen de benzinetoevoer naar Iran af te knijpen om het land te dwingen het verrijken van uranium te staken. Maar Iran verwacht dat de sancties nauwelijks werken.

Een serie ingrijpende maatregelen moet ervoor zorgen dat de Iraanse auto’s kunnen blijven rijden, nu de Verenigde Staten nieuwe, eenzijdige sancties hebben afgekondigd tegen internationale bedrijven die het land benzine verkopen. Iran heeft dagelijks 18 miljoen liter geïmporteerde benzine nodig. Maar de Iraniërs hebben zich voorbereid, zo goed zelfs dat ook deze sancties waarschijnlijk weinig effect zullen hebben, zeggen politici en analisten.

De een na de ander melden de grote spelers in de olie-industrie dat ze geen benzine meer aan de islamitische republiek verkopen. Het Nederlands-Britse Shell en het Franse Total zeggen nu echt te stoppen met leveranties, al melden Iraanse kranten dat Shell in mei 30.000 ton naar Iran verscheepte en Total eerder dit jaar nog acht mammoettankers met benzine stuurde.

De VS en andere westerse landen verwachten dat de regering van president Ahmadinejad nu versneld in de hoek kan worden gedreven. De sancties moeten Iran dwingen om te stoppen met het verrijken van uranium. Iran weigert dat, met het argument dat het het nucleaire Non-proliferatieverdrag dat niet verbiedt. De VS en Europese landen verdenken Iran ervan een kernwapen te willen maken, wat het land ontkent.

Raffinaderijen in Iran zijn grotendeels verouderd of verwoest tijdens de oorlog met Irak (1980 - 1988). Er is gebrek aan nieuwe onderdelen, wat leidt tot zware ondercapaciteit.

Maar in afwachting van de lang aangekondigde sancties zijn ingrijpende maatregelen genomen om de effecten te beperken. Goedkope benzine is al jaren gerantsoeneerd, consumptie is met bijna 20 procent verminderd, er zijn grote reserves aangelegd en er zijn vergaande plannen om in noodgevallen alternatieve benzineproducten te kunnen maken. „Wij lachen om dit soort sancties”, zei president Ahmadinejad deze week.

Vele landen zijn bereid om openlijk of in het geheim benzine te blijven verkopen. In 2009 kwam het grootste deel van Irans benzine uit landen als India en Turkmenistan. „Wij zijn geen eiland in de oceaan, de Amerikaanse president moet opnieuw aardrijkskunde leren: Iran kan niet worden geïsoleerd”, zei Ahmadinejad.

Al in 2007 is een landelijk rantsoeneringssysteem ingesteld, waarbij alleen eigenaars van lokaal gemaakte auto’s 100 liter per maand krijgen tegen het sterk gesubsidieerde tarief van 150 toman of 12 eurocent per liter. Op de vrije markt zijn de prijzen opgetrokken naar 39 cent per liter, een stijging van bijna 400 procent in een land waar tot voor kort benzine goedkoper was dan water.

Lange tijd werd er alleen maar méér benzine gebruikt – ondanks de rantsoenen – maar sinds juni is er nog maar 18 miljoen liter per dag aan geïmporteerde benzine nodig, zegt Farid Ameri, hoofd van de staatsorganisatie voor olie-distributie, volgens het persagentschap Mehr. Dat is een daling van 20 procent sinds januari.

Iran heeft tegelijk reserves opgebouwd. Volgens Ameri is er vorig jaar 1,5 miljard liter extra benzine opgeslagen, wat voldoende zou zijn voor ten minste 80 dagen zonder enig probleem voor consumptie. Volgens analisten zijn de werkelijke reserves groter.

De troefkaart is alternatieve benzine, die volgens verscheidene politici binnen 48 uur klaar kan worden gemaakt. Het zou gaan om bewerkte bijproducten van olie, waarvan Iran een van de belangrijkste producenten ter wereld is. Tevens zouden raffinaderijen voor stookolie kunnen worden omgebouwd.

„Maar ik twijfel of dat mogelijk is,” zegt Mohammad Khoshchereh, econoom en voormalig parlementslid die in het verleden Ahmadinejad steunde. „Experts zouden eerst moeten bewijzen dat dit kan.” Volgens hem hebben sancties altijd effect. „Bij ons zullen ze voornamelijk bijdragen aan inflatie, iets waar de regering zeer gevoelig voor is”, zegt hij.

De nieuwe Amerikaanse sancties volgen een vierde ronde van sancties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, die vorige maand werd afgekondigd. Deze omvatten onder andere striktere maatregelen tegen banken en verzekeraars die met de islamitische republiek samenwerken.

Ondanks de sancties is er nog altijd veel interesse van oliebedrijven om in Iran te werken. Tijdens de jaarlijkse oliebeurs in Teheran in mei waren er vertegenwoordigers uit tientallen, ook Europese landen. China koopt veel Iraanse olie en het Russische bedrijf Gazprom maakte deze week bekend te willen investeren in een nieuw te ontwikkelen Iraans olieveld.

Bij de benzinepomp in Teheran is, na protesten toen in 2007 rantsoenering werd ingesteld, gelatenheid ontstaan. „We weten niet wat de volgende dag zal brengen”, zegt de pompbediende. „Mensen willen nu rijden – wat ze morgen doen, zien ze dan wel weer.”