Ze snuffelen alleen aan elkaar

Het informatieproces loopt tot nu toe niet fraai, vinden politieke deskundigen.

Het gebrek aan urgentie is slecht voor het aanzien van de politiek, menen zij.

Halsema spreekt met Rutte tijdens het debat over de formatie. Foto WFA WFA54T:DEBAT OVER VERSLAG INFORMATEUR ROSENTHAL:DEN HAAG;29JUN2010- De Tweede Kamer hield vandaag een debat over het verslag van informateur Rosenthal. Foto: Femke Halsema (GL,l) bij het bankje van Mark Rutte (VVD,r). WFA/dh/str.Dirk Hol
Halsema spreekt met Rutte tijdens het debat over de formatie. Foto WFA WFA54T:DEBAT OVER VERSLAG INFORMATEUR ROSENTHAL:DEN HAAG;29JUN2010- De Tweede Kamer hield vandaag een debat over het verslag van informateur Rosenthal. Foto: Femke Halsema (GL,l) bij het bankje van Mark Rutte (VVD,r). WFA/dh/str.Dirk Hol WFA DIRK HOL

Alle coalities worden in een moordend tempo van tafel geveegd en komen daarna weer terug. En over inhoudelijke verschillen is nog nauwelijks gesproken.

Dat is typerend aan deze dagen, zegt Carla van Baalen, hoogleraar parlementaire geschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. „Daarmee onderscheidt deze formatie zich tot nu toe van andere”, zegt Van Baalen, die veel onderzoek heeft verricht naar eerdere formaties.

Afgelopen zaterdag ging vicepresident van de Raad van State Herman Tjeenk Willink door waar VVD-senator Uri Rosenthal ophield. Als informateur had Rosenthal het land slechts één harde conclusie te bieden: de coalitie van VVD met PVV en CDA is uitgesloten. Inmiddels blijkt zelfs die conclusie niet zo hard. Partijleiders Job Cohen (PvdA), Femke Halsema (GroenLinks) en Alexander Pechtold (D66) menen alle drie dat de PVV te snel is afgeserveerd als mogelijke regeringspartij. Ze begrijpen de verontwaardiging van Geert Wilders. Ze hebben natuurlijk ook een eigen belang: zolang de PVV niet definitief is ‘afgeserveerd’, blijft de mogelijkheid van een coalitie met de partij van Wilders boven de markt hangen. VVD en CDA kunnen daarmee onderhandelingen onder druk zetten.

Het moet gezegd, dit is geen gemakkelijke formatie. De complexe verkiezingsuitslag speelt daarbij een rol en de voorgenomen ingrijpende sanering van de overheidsfinanciën. Maar natuurlijk ook het functioneren van de informateurs en de betrokken partijleiders. Wat zeggen kenners die op afstand naar de formatie kijken? „Het is goed dat met de aanstelling van Tjeenk Willink eindelijk iemand betrokken is die enige ervaring heeft met formeren”, zegt staatsrechtgeleerde en oud-informateur Jan Vis.

Remieg Aerts, hoogleraar politieke geschiedenis in Nijmegen, denkt dat de koningin met de aanstelling van Tjeenk Willink „een belangrijk signaal” heeft gegeven aan de betrokkenen: „Al is de man in de persoonlijke omgang alles behalve een krachtpatser, met zijn aanstelling is het iedereen wel duidelijk: het is menens.”

Dat is belangrijk, zegt Aerts, want tot nu leek ieder gevoel van urgentie te ontbreken. „De formatie draaide om omtrekkende bewegingen, alleen op kantooruren werd gesproken en geen partij is over de eigen schaduw gesprongen: niemand heeft een groot gebaar gemaakt.”

Dat is ernstig, meent Aerts, niet omdat het daardoor langer duurt eer het land wordt geregeerd maar omdat het slecht is voor het aanzien van de politiek. „De partijen onderschatten de kiezer. Ze zien nog altijd niet dat teleurstelling over beleidspunten die niet zijn binnengehaald minder groot is en van geringer belang dan de irritatie onder burgers over dit soort politieke processen. Mensen willen dat politici knopen doorhakken. Ze begrijpen dan best dat daarbij vaak en veel wordt verloren.”

Jit Peters is nog kritischer. De hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam noemt de aanstelling van Tjeenk Willink „merkwaardig”. Peters: „Het probleem van deze formatie tot nu toe is dat het louter gaat over ‘het schetsen van procedures’. Met deze konijn die de koningin uit de hoed heeft getoverd, lijkt die keuze legitimiteit te krijgen, want Tjeenk Willink gaat weer precies dát doen.”

Dit terwijl de onderhandelingen over standpunten eindelijk zouden moeten beginnen. Wat moet de kiezer er van denken, vraagt hij zich af, dat politieke leiders nu openlijk willen praten over een combinatie „die niemand wil behalve Wilders”. Peters doelt op de coalitie PVV-VVD-CDA. Peters: „Politici kunnen niet steeds beweren dat we in een economische crisis zitten om vervolgens zelf een politiek kaartspel te gaan spelen.”

Over één ding zijn de geleerden het eens: Rosenthal heeft het CDA te makkelijk laten wegkomen. Jan Vis: „Het onbevredigende is dat de PVV is uitgesloten op procedurele gronden.” Vis doelt op de eis van fractieleider Verhagen (CDA) dat PVV en VVD eerst samen tot een akkoord komen, voordat het CDA aanschuift bij eventuele onderhandelingen.

Anders dan Peters, begrijpt Vis wel dat de politieke leiders over het uitsluiten van de PVV een Kamerdebat willen. „Als niet wordt uitgesproken om welke inhoudelijke redenen zo’n coalitie met de PVV onmogelijk is, zal tot in de lengte van jaren een onbevredigend gevoel blijven hangen.”

Vis denkt dat deze ‘formatiefout’ te maken heeft met de onervarenheid van de betrokkenen; van veel fractievoorzitters, maar zeker ook van Rosenthal. Die heeft de partijen volgens de oud-informateur te weinig onder druk gezet. „Hij constateerde alleen dat er onwil is tot samenwerking. We snuffelen aan elkaar en het ruikt niet lekker. Dat is het dan. Dat kun je toch niet serieus nemen?”