Oranje en Brazilië op een knollenveld

Het regende pijpenstelen toen Uruguay afgelopen weekend in Port Elizabeth Zuid-Korea uitschakelde. En het veld, waarop Oranje en Brazilië vrijdag hun kwartfinale spelen, was al zo slecht. Door aanhoudende regen en vijf wedstrijden in drie weken is de mat van het Nelson Mandela Bay Stadion een modderig knollenveld geworden waarop de toch al onvoorspelbare Jabulani-bal volgens spelers alle kanten uitrolt.

Dag en nacht werken grasspecialisten nu aan het veld. Omdat de noordkant van het stadion veelal in de schaduw ligt, zijn gigantische warmtelampen neergezet om de nieuwe lapjes gras op de kaal gelopen plekken sneller te laten vastgroeien.

„Ik ben hier al sinds vier uur vanmorgen en we werken dagen van negentien tot twintig uur”, zei stadionmedewerker John Thanda tegen een Zuid-Afrikaanse krant. „We hebben alleen wat hulp van het weer nodig.”

En dat zat de laatste dagen niet mee. De regen houdt tot vandaag zeker aan, maar vanaf morgenochtend tot aan de wedstrijd, vrijdagmiddag om vier uur, zou het volgens de weersvoorspellingen zonnig moeten zijn.

Net als Zuid-Korea en Uruguay zullen Nederland en Brazilië echter niet, zoals gebruikelijk is, voorafgaand aan de wedstrijd in het stadion kunnen trainen. Eerder werd ook Engeland en Slovenië verboden op het kwetsbare veld te oefenen. Als alternatief bood de stad een veld bij de plaatselijke universiteit aan, maar het Engelse team koos er vorige week voor om de afsluitende training in het eigen basiskamp af te werken.