27 doden bij aanslag India

De maoïstische opstandelingen in India hebben gisteren opnieuw een bloedbad aangericht, in de centrale deelstaat Chhattisgarh. Zeker 27 politiemensen van semi-militaire eenheid werden gedood toen hun patrouille onder vuur kwam te liggen van de rebellengroep van Naxalieten.

De patrouille van bijna zeventig man werd in een hinderlaag gelokt op de terugweg naar hun kamp. De agenten hadden net een weg vrijgemaakt van mijnen en andere obstakels. Volgens de eerste getuigenverklaringen werden ze vanaf een heuvel onder vuur genomen door honderdvijftig tot tweehonderd rebellen.

Afgelopen maand kwamen in de noordoostelijke deelstaat West-Bengalen bijna honderdvijftig mensen om het leven toen de maoïsten een goederentrein lieten ontsporen die vervolgens op een passagierstrein botste. In april werden in Chhattisgarh 76 politiemensen gedood bij een aanval van de rebellen.

Eerste minister Raman Singh van Chattisgarh sprak gisteren over een „laffe daad”. De regering beschouwt de maoïstische opstand als een groot gevaar voor de stabiliteit in het land en wil de veiligheidstroepen beter opleiden, uitrusten en coördineren. Maar intussen heeft de regering geen heldere oplossing voor het probleem geformuleerd.

De aanpak van het maoïstische geweld in de zogeheten ‘rode corridor’, met onder andere West-Bengalen, Bihar, Jharkhand, Orissa en Chhattisgarh, is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de respectievelijke deelstaatregeringen. Delhi heeft troepen van de nationale reserve-eenheid gestuurd. Net zoals gisteren moeten juist die troepen grote klappen incasseren.

De maoïsten, die de democratie omver willen werpen, hebben de burgers opgeroepen het openbare leven in grote delen van de door hen gecontroleerde gebieden stil te leggen. De lokale bevolking geeft doorgaans gehoor aan dergelijke oproepen, al was het maar uit lijfsbehoud.