Rwandezen mag je niet uitleveren

De rechtspraak in Rwanda staat onder politieke regie. Verdachten van genocide hoeven dat dus niet te zijn. Nederland moet zorgvuldig zijn, zegt J. Corduwener.

De recente acties in Nederland tegen verdachten van de Rwandese genocide zijn begrijpelijk en gerechtvaardigd vanuit het perspectief van internationaal recht. Maar ze gaan voorbij aan de situatie in Rwanda zelf. Juist daarom bestaat een reëel risico dat de ideeën van de demissionair minister van Justitie Hirsch Ballin (CDA) om op termijn te komen tot een uitleveringsverdrag met Rwanda haaks staan op dat internationaal recht. En dat geldt ook voor arrestaties van Rwandezen op basis van een lijst die door de Rwandese regering is verstrekt. Rechtsvervolging en rechtspraak zijn in Rwanda namelijk vaak politiek geregisseerd, zoals blijkt uit een reeks voorbeelden.

In een rapport van Human Rights Watch werd vorig jaar met getuigenissen van gevluchte magistraten aangetoond dat rechters worden gedirigeerd door de Rwandese regering. Na publicatie van dat onderzoek werd de mensenrechtenorganisatie het werken in Rwanda onmogelijk gemaakt.

De afgelopen vijf jaar zijn ruim 700.000 mensen in Rwanda veroordeeld wegens deelname aan de genocide. Dat gebeurde tijdens processen van volksrechtbanken, de zogenoemde gacaca-processen. Veel veroordelingen waren terecht, omdat het evident is dat de ruim 800.000 slachtoffers van de genocide – merendeels Tutsi’s – vaak met de hand zijn omgebracht door honderdduizenden daders, doorgaans Hutu’s. Maar de volksrechtbanken werden ook misbruikt: uit rapporten van Human Rights Watch en Amnesty International blijkt dat ook een groot aantal onschuldigen is veroordeeld.

De gacaca-rechtsgang was overwinnaarsrechtspraak: alleen verdachten van de genocide werden berecht. Maar de oorlogsmisdaden begaan door het huidige regime bleven grotendeels ongestraft. Onderzoeken van de Verenigde Naties en Amnesty International geven cijfers van tussen de 40.000 en 200.000 Hutu-slachtoffers.

Het Rwandese regime voert deze overwinningsrechtspraak niet alleen in eigen land uit. Ze frustreert ook de rechtsgang bij het Internationaal Tribunaal van Rwanda, door elke medewerking aan een onderzoek naar mogelijk door haar begane misdaden te blokkeren. De voormalige hoofdaanklager Carla del Ponto werd om die reden gedwongen om op te stappen, zoals ze in haar vorig jaar gepubliceerde memoires onthulde.

Hoe sterk politiek en rechtsgang in Rwanda met elkaar verweven zijn, blijkt dezer dagen uit de vervolging van Victoire Ingabire. Zij is Hutu, kandidaat voor de presidentsverkiezingen en politiek vluchteling. Door de Rwandese justitie wordt ze ervan verdacht genocidaire ideologie te verkondigen. Datzelfde verwijt kreeg ook haar Amerikaanse advocaat Peter Erlinder. Hij werd bijna een maand vastgezet en kon pas na internationale druk Rwanda verlaten. Erlinder wordt door Rwanda vervolgd om uitspraken die hij heeft gedaan bij de verdediging van verdachten bij het Internationaal Tribunaal. Rwanda past op hem, op Victoire Ingabire en andere critici de genocidewetgeving toe die in eigen land is aangenomen.

Het is volstrekt legitiem en toe te juichen dat Rwanda dergelijke wetgeving heeft. Maar zorgelijk is het als de regering die wetgeving voor politieke doeleinden gebruikt door er een eigen interpretatie aan te geven wie genocidaire opvattingen heeft en hoe recht in zo’n geval volgens haar moet worden toegepast. En dat wordt kwalijk als daarmee wordt geprobeerd in de procesgang bij het Internationaal Tribunaal politieke tegenstanders uit te schakelen.

Wie genocidair is en wie niet, is aan het oordeel van een onafhankelijke rechter, gebaseerd op onbevooroordeeld justitieel onderzoek. Beide staan in Rwanda onder invloed van en onder toezicht van een regering, die bovendien betrokkenheid bij eigen begane oorlogsmisdaden negeert.

De recente acties van Hirsch Ballin en de vervolging van mogelijke genocidairs kunnen hiervan niet los worden gezien. En helaas is dat nu precies wat wel gebeurt. Nederland mag geen enkele verdachte van de genocide vrij laten rondlopen. Maar dan moet wel de garantie bestaan dat diens dossier onbevooroordeeld en zonder invloed van politiek tot stand is gekomen. Van Rwanda kunnen die garanties niet verwacht worden. Dus moet de Nederlandse aanpak uiterst zorgvuldig zijn, in ieder geval door de Rwandese context te begrijpen en erbij te betrekken, hoe gecompliceerd en politiek gevoelig dat ook is. Dan zal snel duidelijk worden dat alleen al nadenken over uitlevering van verdachten onbestaanbaar is.

Jeroen Corduwener is historicus Afrika-journalist. Hij woonde de afgelopen jaren in Rwanda.