Rol van toezichthouders cruciaal in DSB-onderzoek

Heeft De Nederlandsche Bank DSB kapotgemaakt? Of was Dirk Scheringa daar zelf voor verantwoordelijk? Onderzoeker Michiel Scheltema rapporteert morgen zijn bevindingen.

Wie heeft DSB kapot gemaakt? Op die vraag, die al sinds oktober 2009 boven de markt hangt, komt morgen na driekwart jaar eindelijk een antwoord. Dan verschijnt het lang verwachte rapport van oud-staatssecretaris Michiel Scheltema over de teloorgang van het imperium van de Noord-Hollandse bankier Dirk Scheringa.

Algemeen wordt verwacht dat het debat over het rapport zich snel zal verengen tot de vraag of de toezichthouders, en dan met name De Nederlandsche Bank (DNB), steken hebben laten vallen rondom het faillissement en in de periode daarvoor. De andere toezichthouder, de Autoriteit Financiële Markten, was in de beginjaren van DSB nog niet eens actief, en zal dus goeddeels buiten de kritiek vallen.

Toezichthouder DNB, en in het bijzonder president Nout Wellink, staan sinds het uitbreken van de crisis permanent ter discussie. DNB speelde een hoofdrol bij de overname van ABN Amro, het faillissement van de IJslandse internetspaarbank Icesave, de redding van ABN Amro en Fortis en de teloorgang van DSB.

Grote constante tot nu toe is de felheid en consistentie waarmee Wellink zijn instituut heeft verdedigd. Bij ABN Amro zag hij „geen gaatje” om de overname te blokkeren, bij Icesave werd DNB „voorgelogen” door de IJslandse toezichthouder. En bij de terugkoop van ABN Amro en Fortis was er ook geen andere keuze zonder het hele Nederlandse financiële systeem in gevaar te brengen.

De vraag is nu hoe hard Wellink de kritiek, die ongetwijfeld zal komen, deze keer zal proberen te weerleggen. Dat hangt niet alleen af van de inhoud van het rapport van Scheltema, maar misschien nog wel meer van de manier waarop pers en parlement vervolgens met die conclusies omgaan.

Het rapport zal, melden ingewijden, ongeveer 250 pagina’s tekst bevatten, onderverdeeld in een beginhoofdstuk met conclusies, een feitenrelaas, een blok over de rol van de toezichthouders en een lijst met aanbevelingen.

Met Scheltema’s rapport moet een einde komen aan de discussie die sinds het faillissement van DSB gevoerd wordt. En tegelijkertijd zal het het begin vormen van een reeks rechtszaken van onder meer enkele claimstichtingen om de geleden schade te verhalen op de verantwoordelijken. De stichtingen zullen hopen dat het rapport informatie bevat die hen zal helpen bij hun claims.

Scheringa en de zijnen beweren dat ze kapot gemaakt zijn door de toezichthouder. Op maandag 12 oktober lekte uit dat DNB een noodregeling had aangevraagd voor DSB. Scheidend hoofdredacteur Pieter Broertjes van de Volkskrant verklaarde dit weekend in het magazine van zijn krant dat híj persoonlijk degene was die deze primeur had binnen gehaald.

De rechter was op de zondagavond daarvoor niet ingegaan op het verzoek van DNB, maar het stond die maandag wel als voldongen feit in de krant. Dat leidde tot een hernieuwde run op de spaartegoeden van DSB.

Daarna zou DNB het DSB volgens Scheringa onmogelijk gemaakt hebben om extra liquiditeit aan te trekken bij de Europese Centrale Bank, waardoor de bank versneld in de problemen zou zijn gekomen en mogelijke overnamepartners afzagen van een redding van DSB.

Dat de banken afzagen van de redding omdat de toezichthouder weigerde een vangnet van 5 miljard euro voor DSB op te tuigen, laat Scheringa buiten beschouwing. De bank ging 19 oktober failliet.

Als Scheltema deze redeneringen al overneemt, dan nog blijft de vraag staan of Scheringa niet gewoon zelf de hoofdverantwoordelijke is geweest voor het echec van zijn bank.

Het oude DSB-bestuur heeft de publieke arena inmiddels goeddeels verlaten. Veel aandacht in de discussie over het rapport zal dan ook gaan naar de rol van de toezichthouders en de politiek.

Uit een eerdere rapportage van Scheltema, begin maart over de positie van Gerrit Zalm als bestuurder van DSB, kon al worden opgemaakt dat Scheltema vraagtekens had bij de bankvergunning die aan DSB verleend is in 2005. Toezichthouder DNB verstrekte die vergunning, terwijl volgens Scheltema duidelijk was dat de bestuursstructuur van de bank niet helder was. In dat verband werd ook de benoeming van Zalm in het DSB-bestuur bekritiseerd: Zalm moest daar als financieel bestuurder een probleem oplossen, zonder dat hem daarvoor de juiste structuur om te handelen ter beschikking stond.

Grote vraag is hoe hard Scheltema in zijn oordeel zal zijn. Met de wijsheid achteraf is duidelijk dat DNB in 2005 beter had moeten letten op de checks and balances binnen DSB. Maar of dat leidt tot de conclusie dat de vergunning niet afgegeven had moeten worden, zal morgen bekend worden. Ook het verhaal van Scheringa dat DNB zijn bank benadeeld zou hebben door het ECB-loket af te sluiten, zal naar verwachting een deel van het rapport beslaan.

Als dat zo is, dan ligt de bal overduidelijk bij Wellink.