Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Sport

Het intimiderende gras van Wimbledon

Nieuwe medewerkers van Wimbledon durven er nauwelijks op te lopen: het centercourt. Het gras zelf is niet speciaal, wel de manier waarop ermee gewerkt wordt. „Het is wetenschap wat wij hier doen.”

Eddie Seaward knielt neer bij het centercourt van Wimbledon. „Is het niet mooi”, vraagt hij. „Sommige mensen denken dat het synthetisch is. Laatst zat hier een Amerikaans stel. Zegt de vrouw: ‘dat is plastic’. Ze moest het gras eerst voelen voordat ze geloofde dat het echt was.”

Eddie Seaward is head groundsman op Wimbledon, een soort opperhoofd van alle terreinknechten. „Tijdens het toernooi zijn dat er 28”, vertelt hij. „Verdeeld over 17 banen. En dan heb ik het nog niet eens over al die jongens en meisjes die het zeil over het gras trekken als het gaat regenen. Dat zijn er nog eens 160.”

Het heilige gras, zo wordt het gras van Wimbledon wel genoemd. Maar wat is er nou zo bijzonder aan die groene banen in Zuid-West Londen – behalve het feit dat ze er perfect gemaaid bij liggen? „Het gras zelf is niet bijzonder”, zegt Seaward. „Dat kopen we ieder jaar in bij twee Britse bedrijven. „Wat het speciaal maakt is de manier waarop we ermee werken. Daar wordt doorlopend onderzoek naar gedaan. Het is – zonder overdrijven – pure wetenschap wat we hier doen.”

Zo concludeerde de toernooiorganisatie begin deze eeuw dat het beter was om niet langer met mengvormen te werken. Werd er tot die tijd gebruikgemaakt van 70 procent raaigras en 30 procent rood zwenkgras, tegenwoordig is alleen nog de eerste soort in zwang. Seaward: „Dat vergroot de duurzaamheid en maakt het gras beter bestand tegen slijtage als gevolg van het moderne spel.”

De snelheid van het spel – een geliefd onderwerp bij spelers – wordt volgens de head groundsman niet aangetast door de verandering in bezaaiing. „Vrijwel dagelijks worden er testen uitgevoerd om het stuiten van de bal te meten. Dan laten we de bal van twee meter hoogte vallen en kijken we naar de hoogte van de stuit De stuit wordt goed in de gaten gehouden.”

Een terreinknecht op Wimbledon is meer dan een grasmaaier, verzekert Seaward. Hij of zij meet het gras, bepaalt de hardheid, de vochtigheidsgraad, doet onderzoek naar chemicaliën. Voordat de organisatie besloot een schuifdak aan te leggen, onderzocht het Sports Turf Research Institute in Yorkshire eerst vier jaar lang wat voor effect dat op het gras zou hebben. Seaward: „Was het dak nadelig voor de luchtvochtigheid? Hoe zou de lucht zich in het stadion verplaatsen? En zou het gras niet lijden onder het artificiële licht van de stadionlampen? Allemaal belangrijke vragen.”

De zeventien banen op Wimbledon worden altijd door dezelfde mensen gemaaid, vertelt Seaward. Dat heeft twee voordelen. Ten eerste heeft iedere maaier een eigen stijl – en dat mag je niet terugzien op de baan. Ten tweede weet de organisatie meteen bij welke maaier zij moet zijn als zich onregelmatigheden op het grastapijt voordoen. „Alle grasmaaiers zijn gemerkt. Zo kunnen wij nagaan waar het misging en onder wiens verantwoordelijkheid.”

„Gras is een een onlosmakelijk deel van Wimbledon”, vindt John Barrett, voormalig prof, voormalig tenniscommentator en auteur van het boek Centre Court: The Jewel in Wimbledon’s Crown. Mensen denken vaak dat spelers een hekel hebben aan gras.

Maar daar klopt volgens Barrett niets van. „Manuel Santana [voormalig Spaans tennisser] grapte in de jaren zestig dat gras voor koeien is. Maar een paar jaar later won hij wel mooi het toernooi. Voor mijn boek heb ik veel spelers gesproken. Ze zeggen zonder uitzondering: we zouden het vreselijk vinden als Wimbledon op termijn voor een andere ondergrond zou kiezen.”

Behalve de keuze voor de grassoort, is ook de hoogte van het gras van groot belang. Zo was het groot nieuws toen Wimbledon in 1988 besloot het gras niet meer op 6 millimeter, maar 8 millimeter te laten maaien. Langer gras komt de kwaliteit ten goede, maar voor sommige spelers was het even schrikken. Barrett: „Pat Cash had in 1987 de titel op Wimbledon gewonnen. Toen hij een jaar later op centercourt trainde, riep hij vol ontzetting naar de terreinknecht: ‘what have you done? It’s like a jungle out here!’.”

Wat spelen op gras moeilijk maakt, zegt Barrett, is dat je reflexen zo snel moeten zijn. „Je moet snel handelen, hebt geen tijd je te bedenken. Het is een beetje als met mondelinge examens: meteen het juiste antwoord.” Het gras van Wimbledon is het beste gras ter wereld, verzekert Barrett, die als BBC-commentator wel the voice of tennis werd genoemd. Spelers worden daardoor nóg meer op bovenstaande onderdelen getest. „Neem daarbij het feit dat het grasseizoen maar vijf weken duurt, en je begrijpt waarom het zo moeilijk is om in Londen de titel te winnen.”

Op het gras van Wimbledon wordt maar twee weken per jaar gespeeld. Op de woensdag na de finale speelt de voorzitter van de All England Club traditiegetrouw met wat genodigden op het centercourt. Maar daarna wordt het stil op het park. Het gras wordt onder water gezet en met machines verwijderd. En vervolgens begint de procedure van voren af aan. „Dit jaar wijken we daar vanwege de Olympische Spelen [die deels op Wimbledon worden gehouden] vanaf”, vertelt Seaward. „Na de finales worden er testen uitgevoerd om te kijken of wij op schema liggen voor ‘Londen 2012’.

De laatste jaren krijgt Wimbledon steeds meer te maken met milieuactivisten. Zij houden in de gaten of er geen chemicaliën worden gebruikt. En zij zien er op toe dat de organisatie respectvol omgaat met de vele vossen en duiven die het tennispark aandoen. Vossenurine is desastreus voor de gazons – in de winter wordt er een hek met schrikdraad om het centercourt aangelegd – en duivenpoep mag onder geen beding in het gras worden gewreven. „Maar onze grootste vijand is nog altijd het weer”, zegt Seaward. „Daar hebben we geen controle over.”

Over twee jaar gaat Seaward met pensioen. Als hij zou willen zou hij nog jaren kunnen doorgaan – hij krijgt geregeld aanbiedingen van voetbalclubs, die hij vriendelijk doch gedecideerd afslaat – maar zelf vindt de terreinknecht het na 23 jaar welletjes. „We trainen iemand”, zegt hij in antwoord op de vraag of hij al een opvolger op het oog heeft. „Maar net als ik toen zal hij straks gewoon op die vacature moeten reageren.”

Het heilige gras van Wimbledon heeft op sommige mensen een intimiderende werking. Nieuwe stafleden 'durven volgens Seaward niet het centercourt te betreden bij hun eerste rondleiding; hij moet hen er eerst van overtuigen dat het just a bunch of grass is. Maar zelfs spelers die als grasspecialisten bekendstaan – zoals Roger Federer – kunnen zich onzeker voelen als zij voor het eerst sinds een jaar weer voet op het centercourt zetten.

„Ik voelde mij nerveus toen ik het stadion in liep”, zei de Zwitser na zijn ontsnapping in de eerste ronde tegen Alajandro Falla. „Het is een droom om de openingspartij op centercourt te mogen spelen. ‘Wat een prachtige baan’, dacht ik. Ik kan mij niet herinneren dat het gras er ooit zo perfect bij heeft gelegen.”