Europeaan geeft pas geld uit bij economische zekerheid

De kritiek van Obama op Merkels bezuinigingen is niet terecht. Amerikanen en Duitsers reageren anders op consumentenprikkels, betoogt Melvyn Krauss.

Nog voordat afgelopen week in Toronto de G20 bijeenkwam, luidde president Barack Obama de noodklok omdat nieuwe bezuinigingen op de Europese begrotingen het broze herstel van de wereldeconomie zouden bedreigen.

Obama moet zich niet opwinden – en verder niet meer luisteren naar zijn Amerikaanse neo-Keynesiaanse adviseurs, die amper weten hoe het in Europa toegaat. Niet alleen zal het onlangs aangekondigde Duitse pakket van 80 miljard euro aan bezuinigingen en belastingverhogingen het herstel niet schaden, het zal zelfs een impuls geven doordat het de binnenlandse consumptie in Duitsland zal aanjagen.

Amerikaanse economen, zelfs vooraanstaande, hebben meestal een verkeerd beeld van Europa, omdat ze denken dat Amerika de wereld en de wereld Amerika is.

Onderstaand het verhaal van het nieuwe Duitse bezuinigingsprogramma dat de Amerikaanse president ontgaat – en waarom Obama bondskanselier Angela Merkel zou moeten knuffelen in plaats van uitschelden.

De Duitsers, en niet alleen de ouderen, sparen op het ogenblik een vrij groot deel van hun inkomen, omdat ze kijken naar de omvang van het overheidstekort en omdat ze inflatie in het verschiet zien. De hoge particuliere besparingen in Duitsland zijn dus een gevolg van de lage – en zelfs negatieve – publieke besparingen.

Verlaag het overheidstekort en de binnenlandse consumptie zou een impuls moeten krijgen – precies wat de critici van het Duitse macro-economische beleid verlangen. Wat is het probleem?

Maar Amerikaanse economen als Paul Krugman – die bekend staat als Obama’s lievelingseconoom en die onlangs in Berlijn opdook om het bezuinigingspakket van Merkel af te kraken – geloven niet in deze analyse, omdat ze denken dat alle consumenten zich gedragen als de Amerikaanse.

Ja, geef Amerikaanse consumenten geld in handen en ze geven het uit, zonder zich iets aan te trekken van de gevolgen op lange termijn van de gestegen overheidsschuld waar ze dat geld aan danken. Maar Duitse consumenten (en ook de Nederlandse) maken zich wel zorgen en zullen hun spaargedrag aanpassen. Ook stellen ze meer prijs op een ‘stabiliteitsgerichte’ cultuur dan de Amerikanen. De gevolgen van bezuinigingsmaatregelen (of juist verruiming van de begroting) kunnen in Noord-Europa en Amerika dan ook sterk verschillen.

De eenheidsanalyses van veel Amerikaanse economen zijn eenvoudig niet toereikend voor de aanpak van Europese vraagstukken. Achter de nieuwe Duitse bezuinigingen schuilt ook de belangrijke kwestie van het economische leiderschap. Merkel is in de Duitse peilingen gedaald omdat ze het initiatief in Europa als leider bij reddingsoperaties en noodhulp aan de Fransen is kwijtgeraakt.

Om dit terug te winnen, moet Duitsland de eurolanden aan de zuidkant – Griekenland, Spanje, Portugal en Italië – aansporen om te bezuinigen op hun begrotingen en dit dan ook overtuigend te doen.

Maar om hierin geloofwaardig te zijn, moet je het goede voorbeeld geven. Hoe kunnen Duitsland en Nederland eisen dat andere, armere lidstaten drastisch op hun begroting bezuinigen als ze die bezuinigingen niet ook zelf doorvoeren?

Washington zou dit moeten toejuichen. Obama wil niet dat het probleem van de Europese staatsschuld naar Amerika overslaat. De Verenigde Staten en de banken daar zijn even vatbaar voor besmetting als iedereen, en misschien nog wel meer.

In plaats van de Europese leiders te vertellen rustig aan te doen met hun bezuinigingen, zou de Amerikaanse president op zijn minst zijn mond moeten houden.

Melvyn Krauss is verbonden aan het Hoover-instituut van Stanford University en is emeritus hoogleraar economie aan New York University.