Stervenshulp in Duitsland gemakkelijker

Het afbreken van levensverlengende medische behandelingen is in Duitsland niet langer strafbaar als de patiënt de wens daartoe schriftelijk heeft vastgelegd. Dit heeft de hoogste Duitse rechter gisteren bepaald.

De uitspraak van het Bundesgerichtshof in Karlsruhe, de hoogste federale rechter, vergroot de zelfbeschikking. Het oordeel kan verstrekkende gevolgen hebben voor Duitsland, waar de regels voor laten sterven scherper zijn dan in Nederland.

Het debat over een ‘menswaardige dood’ en euthanasie wordt belast door het naziverleden van het land. In de Hitlerjaren zijn op grote schaal gehandicapten vermoord onder het mom van euthanasie. Elke vorm van actieve hulp bij sterven is strafbaar in Duitsland. De gevoeligheden hierover zijn groot. Artsen en verpleegkundigen zijn gebonden aan strikte regels met als gevolg dat ook doodzieke patiënten haast eindeloos kunnen worden doorbehandeld.

Dat overkwam Erika K., die in 2002 na een hersenbloeding in coma was geraakt waaruit ze naar medische maatstaven niet meer zou ontwaken. Haar twee kinderen wilden dat ze zou sterven; dat was ook de wens van hun moeder geweest. Op aanraden van hun advocaat Wolfgang Putz sneden ze de slang van de voedingssonde van hun moeder door.

Uit vrees voor juridische consequenties werd dit door de verpleeghuisleiding ongedaan gemaakt. De vrouw werd weer aan de slang gekoppeld. Korte tijd later stierf ze een natuurlijke dood. Putz werd vorig jaar tot negen maanden voorwaardelijk veroordeeld wegens poging tot doodslag. De dochter die de slang had doorgesneden, werd vrijgesproken. De zoon kon de spanningen niet aan en pleegde zelfmoord.

Putz en het openbaar ministerie gingen in hoger beroep. Het Bundesgerichtshof heeft nu het vonnis van de rechtbank in Fulda ongedaan gemaakt en advocaat Putz vrijgesproken. „Het uitschakelen van een beademingsapparaat of het doorsnijden van de slang van een maagsonde is een toegestane vorm van stopzetting van behandeling”, zei rechter Ruth Rissing-Van Saan van het hof.

Essentieel is de zogeheten patiëntenbeschikking, waarin schriftelijk is vastgelegd dat een patiënt niet wenst te worden doorbehandeld. Ontbreekt zo’n verklaring, dan wordt er hoe dan ook behandeld. In geval van twijfel worden Duitse artsen altijd geacht een beslissing te nemen voor het leven – en niet voor de dood.

Eerder had rechter Rissing-Van Saan gezegd dat het in deze zaak gaat om de principiële vraag hoe ver men bij stervenshulp mag gaan en waar de grens ligt „tussen doden en natuurlijk sterven”. Algemeen wordt verwacht dat door dit arrest in Duitsland een nieuwe discussie zal ontbranden over laten sterven en het staken van zinloze behandelingen.

Wat het geval van de in coma geraakte Erika K. mede zo navrant maakte, was het feit dat het haar (volwassen) kinderen wettelijk verboden is om voor hun moeder beslissingen te nemen. Hetzelfde geldt voor echtelieden. In Nederland zijn echtgenoten en kinderen wettelijk zaakwaarnemer.