In de zeventiende eeuw bestond geen copyright

Prenten, landkaarten en speelkaarten waren de beelddragers van de 17de en 18de eeuw. Frans Laurentius promoveert op prentenhandel De Jonghe.

Tweelichts wandapplique
Tweelichts wandapplique

„Eigenlijk heb ik onderzoek gedaan naar een voorganger van mezelf”, zegt Frans Laurentius (1971), die samen met zijn vader Theo een kunsthandel in prenten heeft in Middelburg. Gisteren promoveerde hij in Utrecht op een onderzoek naar prentenhandelaar Clement de Jonghe (ca. 1624-1677). „Net als hij handelen wij in 17de-eeuwse grafiek, maar hij drukte deze ook zelf. En het ging bij hem in heel andere hoeveelheden: ik ben blij met één druk van een mooie kunstenaar, die man had een dagvoorraad van 60.000 prenten. Van grote landkaarten en kunstenaarsprenten tot ganzenbordborden en speelkaarten.”

In zijn proefschrift schetst Laurentius een beeld van de handel in prenten die zich midden 17de eeuw concentreerde in de Amsterdamse Kalverstraat. De uit Noord-Duitsland gevluchte Clement de Jonghe heeft er op nummer tien een handel in prenten. „Waarschijnlijk deed hij in Duitsland ook iets in die richting, volgens de ondertrouwakte die ik in het Gemeentearchief van Amsterdam vond was hij daar kaartkleurder in een drukkerij.” Laurentius ontdekte dat de handelaren destijds veel samenwerkten en als het zo uit kwam elkaars producten verkochten. „Je zag in de winkels een dwarsdoorsnede van wat in Europa te koop was. Aan copyright deden ze overigens niet. Clement had een serie paarden van Potter en zijn overbuurman verkocht daar kopieën van.”

Uit inventarissen maakte Laurentius op dat het assortiment per zaak verschilde. „Clement had meer kunstenaarsgrafiek in zijn aanbod, zoals prenten van Potter, Van Rijn, Nicolaes Berchem en landschapskunstenaars. Hij bezat ruim 3.000 eigen koperplaten, het hart van zijn winkel.” De andere prentenhandelaren deden meer aan topografie, zoals atlassen, stadsprofielen, stadsgezichten en globes. „Clements overbuurman Frederik de Wit bracht vooral up to date-atlassen op de markt.”

Uit de grote handelsvoorraad van Clement blijkt dat de vraag naar prenten in de Gouden Eeuw groot was. „De prijzen waren laag”, zegt Laurentius. „Voor duiten of stuivers kocht je een prent. Een groot profiel van Constantinopel van een meter breed kostte tien stuivers. Een serietje van zes landschappen van Jan Hackaert vijf stuivers. Dat betaalde je ook voor een ontbijtbord of een kamerpot. Je had geen televisie, prenten waren de belangrijkste consumptie van beeldmateriaal. Ook meubelmakers en schilders gebruikten ze. Dat kun je zien aan de prenten, zelfs Rembrandts hebben soms gebruiksschade.”

Prenten werden volgens Laurentius door alle lagen van de bevolking gekocht. „Je had rijke verzamelaars, maar een ganzenbord kwam bij de timmerman op tafel en veel mensen hadden portretten van zeehelden aan de muur. Daarom is er na 350 jaar nog veel over.”

De prenten verschenen in kleine series met de naam van de uitgever op het omslag. Ook aan het watermerk in het papier kun je zien of iets een editie van Clement de Jonghe is. Dat is belangrijk, want de drukplaten werden vaak later door nieuwe drukkers gebruikt. „Na de Tweede Wereldoorlog dook in Amsterdam nog een setje koperplaten op van een serie van Clements Potter. Maar die waren wel versleten.” Samen met zijn vader heeft Laurentius in twee standaardwerken 5.000 watermerken geïnventariseerd die voorkomen in brieven uit het archief van Zeeland. Voor het onderzoek naar watermerken zijn röntgenfoto’s nodig, omdat het merk soms onder de inkt zit. Samen met een Utrechtse professor in de tandheelkunde koppelde Laurentius een bestralingapparaat voor huidkanker aan een apparaat dat digitale negatieven kan belichten. „Binnen anderhalve minuut is een foto nu klaar. Dan kun je productie draaien.”

Het wetenschappelijke werk combineert soms wel, en soms niet met de kunsthandel, zegt Laurentius. „Maar bij prenten hoort onderzoek doen en catalogiseren. Ik verkoop niets uit de winkel voordat ik weet wat het is. Mijn vader heeft de catalogus van 18de-eeuwer Ploos van Amstel geschreven. Soms doen we meer onderzoek dan handel.”

Het bevalt Laurentius dat zijn vakgebied zo exact is. „Elke prent kun je opzoeken en identificeren, al zijn er venijnige kopieën uit de 17de eeuw, zoals gravures naar gravures van Lucas van Leyden die maar twee lijntjes verschillen van het origineel. Bij prenten van na 1850 kan ik aan het papier niet zien waar ik mee bezig ben. De moderne tijd is een andere wereld en de prijzen zijn heel anders. Vanaf 200 euro heb je een 17de-eeuws landschap, bij Picasso heb je wat meer nullen nodig. Bij de ouwetjes voel ik me veilig.”

Van ‘Clement de Jonghe - Kunstverkoper in de Gouden Eeuw’ is bij Hes & De Graaf een handelseditie verschenen (isbn 9789061943402). Prijs € 99,95