Antilliaanse homo zal ook trouwen

Prof. mr. H.U.Jessurun d’Oliveira is oud-hoogleraar internationaal privaatrecht en migratierecht aan de Universiteit van Amsterdam.

Het homohuwelijk is van het begin af aan een twistappel tussen Nederland en de Antillen. Homoseksualiteit schijnt op de Antillen niet te bestaan en het huwelijk is in het Antilliaanse Burgerlijk Wetboek nog steeds een verbintenis die alleen tussen éen man en éen vrouw bestaat. Sociaal en cultureel bestaan er dus grote verschillen op dit punt tussen de landen van het Koninkrijk.

Op het ogenblik kan er op de Antillen geen homohuwelijk voltrokken worden. Dat is jammer voor het huwelijkstoerisme dat de economie van de West wind in de zeilen geeft. Maar moeten in Nederland gesloten homohuwelijken van Nederlanders en anderen ook op de Antillen geaccepteerd worden? Daarover wordt de laatste jaren een aantal rechtzaken gevoerd, zowel op de Antillen als in Nederland.

De Hoge Raad, als hoogste rechter in burgerlijke zaken, oordeelt dat dit het geval is, en beroept zich op het Koninkrijksstatuut. Daarin staat dat authentieke akten zoals trouwakten uit het ene land in de andere landen van het Koninkrijk ten uitvoer gelegd moeten worden. Dat betekent dat daaraan ook alle rechtsgevolgen moeten worden toegekend die zo’n akte ook in het oorsprongsland heeft.

Precies een jaar geleden heeft het Gemeenschappelijk Hof van de Antillen en Aruba die visie verworpen (zie deze krant 30 juni 2009). Weliswaar mocht een Nederlands homohuwelijk ingeschreven worden in de basisadministratie van het betrokken eiland, maar daarbij moest het blijven. Bij het beoordelen van de effecten van zo’n huwelijk was het Antilliaans wetboek beslissend en dat kent alleen het heterohuwelijk.

Nu heeft ditzelfde Hof op 22 juni jl. de vloer aangeveegd met deze beslissing en de doorslaggevende betekenis van het Antilliaanse BW losgelaten. Ook mensenrechtelijke overwegingen speelden een rol in de beslissing. Met als gevolg dat een Antilliaanse werkneemster als getrouwd moest worden beschouwd met een andere vrouw voor haar collectieve ziektekostenverzekering.

Dit spectaculaire ‘omgaan’ heeft waarschijnlijk te maken met de personele bezetting van de verschillende kamers van het Hof. De eerdere uitspraak was meegewezen door twee overgevlogen staatsraden uit de Nederlandse Raad van State; de huidige uitspraak is mede afkomstig van een uit de sfeer van de Hoge Raad afkomstige raadsheer, auteur van een zeer gezaghebbend handboek over familierecht.

Maar los van deze persoonlijke elementen meen ik dat de laatste uitspraak juridisch-technisch de juiste is. Mocht er cassatie worden ingesteld, dan zal de Hoge Raad wel goedkeurend knikken.

Op aandringen van de Tweede Kamer zal binnen een paar jaar op de BES-eilanden, die immers deel als speciale openbare lichamen gaan uitmaken van Nederland, het homohuwelijk geïntroduceerd worden. Dan zullen mensen uit Curaçao, Sint Maarten en Aruba die een homohuwelijk willen sluiten, dat op een BES-eiland van hun keus kunnen doen, met alle daaraan verbonden rechtsgevolgen. Zo wordt het verzet van de andere landen van het Koninkrijk tegen het homohuwelijk steeds zwakker en minder relevant.

De volgende stap zal zijn dat ook homohuwelijken uit andere landen dan Nederland in de West erkend zullen gaan worden. En wat is er mooier dan een homohoneymoon op de Antillen?