De ongeschreven romans spelen verstoppertje

Inez van Dullemen: Vogelvlucht. De Bezige Bij, 399 blz. € 19,90

Toen Inez van Dullemen (1925) als 23-jarige debuteerde met de novelle Ontmoeting met de andere schreef haar collega Bordewijk in een recensie: ‘Wat drommel, waarom moet een meisje zo jong al publiceren? Had ze niet kunnen wachten om haar talent te laten rijpen?’ Ruim zestig jaar later, het jonge meisje van toen is bijna 85, refereert Van Dullemen aan de oude knorrepot in haar memoires. ‘Misschien zou Bordewijk nu zeggen: „Wat drommel, waarom moet een oude vrouw nog schrijven? Had zij haar overbodige praatjes niet achterwege kunnen laten?” ’

Het is waar dat in deze herinneringen aan haar jeugd en huwelijk met theatermaker Erik Vos veel is terug te vinden dat wij al kennen uit haar ruim twintig titels tellende oeuvre. Maar overbodige praatjes? Nee. Haar leven lang is Van Dullemen bezig geweest haar verhouding tot zichzelf en de wereld literair vorm te geven, en nu, aan het einde van haar carrière, heeft ze een adequate vorm gevonden om dit schrijverschap zélf te evalueren. Geen gemakkelijke opgave, omdat de neiging tot zelfgenoegzaamheid of juist verbittering wegens een vermeend gebrek aan erkenning bij dergelijke exercities altijd op de loer ligt.

Van Dullemen weet deze valkuilen behendig te ontwijken. Misschien omdat ze als dochter van een schrijvende moeder, Jo de Wit, weet hoe betrekkelijk schrijversroem is. Ook Jo de Wit debuteerde op haar 23ste. Zij had een verhouding met de dichter Martinus Nijhoff en werd om haar schoonheid aanbeden en vereeuwigd door de schilders Isaac Israëls en Hendrik Haverman. Maar ze trouwde met een kantonrechter, hield op met publiceren en raakte vergeten.

Inez van Dullemen pakte het anders aan. Na de oorlog werd ze in Engeland gezelschapsdame van een ex-geliefde van D.H. Lawrence die haar Sons and Lovers te lezen gaf, de inspiratiebron voor haar debuut. Met een reisbeurs vertrok ze vervolgens naar Parijs, waar ze haar echtgenoot Erik Vos ontmoette. Vogelvlucht is vooral een liefdesverklaring aan deze gedreven theatermaker die begin jaren zeventig toneelgezelschap De Appel oprichtte. Van Dullemen was betrokken bij de meeste van zijn producties (waaronder de onvergetelijke uitvoering van De Perzen in Carré).

Ongetwijfeld heeft zij invloed gehad op Vos, maar in Vogelvlucht laat zij vooral zien hoezeer deze grote kunstenaar háár heeft geïnspireerd. Anders dan haar ouders, aan wie zij het verfilmde boek Vroeger is dood wijdde, hebben Vos en Van Dullemen niet in gescheiden werelden geleefd, maar elkaar als kunstenaars gestimuleerd. Vroeger is dood gaat over de fysieke en mentale aftakeling van een echtpaar in een levensfase die de schrijfster en haar man nu ook hebben bereikt. Maar hoe zij ook haar best doet, het lukt haar niet om zichzelf en Vos als uitgebluste oudjes neer te zetten.

Wat wel doorklinkt in haar zelfreflecties is de angst voor het opdrogen van inspiratie, die Van Dullemen als schrijfster altijd al parten heeft gespeeld. In 1995, ze was toen bijna zeventig, belandde ze in een depressie. In een dagboeknotitie uit die tijd beschrijft ze zich als een vod dat uitgestoten wordt nu de hekken van haar verbeelding zich sluiten. ‘De krachtsinspanning, het hele proces van het schrijven wordt me te zwaar, vooral ook als de reacties op mijn werk maar matig of zelfs negatief zijn.’

Vervolgens zou Van Dullemen nog legio krachtsinspanningen leveren die de roman De komst van de rustverstoorder en de gefictionaliseerde biografieën De rozendief, Maria Sibylla, een ongebruikelijke passie en Heldendroom voortbrachten. Het zou kunnen dat zij met Vogelvlucht haar oeuvre afsluit, maar je weet het bij haar nooit. Verhaalstof heeft zij nog in overvloed. In deze Fundgrube met herinneringen aan legendarische gebeurtenissen en tijdgenoten die zij van nabij heeft meegemaakt, zitten evenzovele ongeschreven romans verstopt.