Blues als een wervelstorm

Joe Bonamassa vernieuwt de blues. Hij trekt zich niets aan van conventies en speelt hard en swingend. „Vooral Britse bluesmusici durfden buiten de gebaande paden te treden.”

De blues is in het algemeen geen genre dat zich leent voor drastische vernieuwing. Deze muziekstijl, die zijn oorsprong vond op de Amerikaanse katoenplantages, beweegt zich altijd binnen dezelfde twaalf maten, de klaaglijke zang over de schaduwkant van het leven. In de elektrische variant is er veel ruimte voor sologitaar. Na Stevie Ray Vaughan en Robert Cray dienden zich weinig grote bluesvernieuwers aan – totdat Joe Bonamassa zijn verzengende rockversie op de grote podia losliet.

Bonamassa kent de wortels van de blues tot in de finesses, maar laat zich niet beperken door regels of conventies. In zijn versie klinkt blues als een wervelstorm waarin hij de grenzen van swing, zeggingskracht, uithoudingsvermogen en volume opzoekt. Hij wil frisse bezieling geven aan de muziek van zijn leermeesters. Loeihard, als het nodig is.

24 mei 1990 in Rochester, New York. Joe Bonamassa weet nog precies wanneer zijn eerste ontmoeting met de grote bluesman B.B. King plaatsvond. „Ik was net twaalf geworden en speelde in zijn voorprogramma. King zag mijn optreden en vroeg of hij mijn versterker mocht gebruiken. Ik had een oude buizenversterker die hem beviel. Op dat moment dacht ik dat ik het helemaal gemaakt had, als bluesgitarist die door een gerespecteerde collega serieus werd genomen. B.B. King heeft me in de loop der jaren altijd gesteund bij mijn carrière, tot en met mijn nieuwe album Black Rock waar hij op meespeelt. Hij was, en blijft, mijn held.”

Als twaalfjarig wonderkind had Joe Bonamassa er al de nodige vlieguren op zitten. Al op zijn vierde pakte de kleine Joe de gitaren op die zijn muzikantenvader tactisch thuis in Utica, New York liet rondslingeren. Op zijn zevende kon hij de bluesgitaarsolo’s van Stevie Ray Vaughan noot voor noot naspelen. Onder de hoede van zijn mentor Danny Gatton, een bij het grote publiek onbekende gitarist die niettemin door het blad Rolling Stone tot een van de honderd beste gitaristen ter wereld werd verkozen, verbreedde Bonamassa zijn horizon met jazz en Americana.

Als een ijverig muziekstudent ontwikkelde hij zich tot een wandelende encyclopedie van de blueshistorie. In gesprek toont hij zich een begeesterd muziekliefhebber, die zijn kennis en voorkeur tot in detail kan benoemen. Over de oude platen van B.B. King wiens bluesklassieker Five long years al vele jaren op zijn live-repertoire prijkt, raakt hij niet uitgesproken. „Rond 1966 was hij op de top van zijn vocale kracht, ruig en toch altijd zuiver. In die periode had hij ook zijn beste blazerssectie ooit. Zwarte bluesmuzikanten hebben bijna altijd een affiniteit met de swing en het improvisatievermogen van jazz. Jazz en blues zijn nauw verweven, hoewel je daar bij de meeste jazzmuzikanten niet mee aan hoeft te komen. Die zijn puristisch en halen hun neus op voor een gitarist die aan zijn snaren trekt om ze te laten janken, zoals ik.”

Meer nog dan door de zwarte Amerikaanse bluestraditie werd Joe Bonamassa beïnvloed door de blanke blues die in de jaren zeventig in Groot-Brittannië de kop op stak. Eric Clapton, Jeff Beck, Jimmy Page en Rory Gallagher behoren volgens hem tot de gitaristen die de grenzen van de blues verlegden door de dynamiek van een rockband erop los te laten. Cruciaal is volgens hem het album van John Mayalls Bluesbreakers uit 1966, ook wel bekend als het ‘Beano’-album omdat gitarist Eric Clapton op de hoes een Beano-stripboek leest. „Die Engelse muzikanten bekeken de blues vanuit een ander perspectief en durfden buiten de gebaande paden te treden. Een mooi kenmerk van de vroege Britse bluesrockplaten van Mayall, Cream en Free is dat er een heel radicale kanaalscheiding gehanteerd werd, met bas en drums aan één kant van het stereobeeld, gitaar aan de andere en zang in het midden. Door alleen naar het rechterkanaal te luisteren, kon je precies uitvinden wat de gitarist speelde. Op die manier werd onze bluestraditie door blanke Britten terugverkocht aan de VS, met als bonus hun ongelimiteerde vernieuwingsdrang.”

Bonamassa leerde de trucs van de bluesvernieuwers door hun nummers tot in de kleinste nuances uit te pluizen en na te spelen. Nummers als Cradle Rock van Rory Gallagher, A New Day Yesterday van Jethro Tull (in 1969 nog een bluesband) en Tea for One van Led Zeppelin werden vast onderdeel van zijn repertoire. Hij zette ze op zijn cd’s en speelde langgerekte versies bij zijn optredens, waarbij hij alle moeite deed om de zeggingskracht van het bronmateriaal te maximaliseren. „Een gitarist als Jimmy Page heeft zijn jongere navolgers veel te bieden, want hij bezit het unieke vermogen om zijn gitaarspel veel simpeler te laten klinken dan het in werkelijkheid is. Zijn stijl is praktisch onnavolgbaar. Dat maakte de uitdaging voor mij des te groter.”

In zijn zelfgeschreven nummers voegt Joe Bonamassa de daad bij het woord, evengoed als hij klassiekers van Otis Rush en zelfs Leonard Cohen (Bird on a Wire) nieuwe diepte kan geven. De bezieling van zang en gitaar worden één als hij in Wandering lament een muur optrekt van lang navibrerende akkoorden en een stem die tegen de klippen op verslag doet van een zwaar leven: „Ain’t got no money babe…” Hij plaatst een kanttekening bij het cliché dat een oprechte bluesman al die ontberingen echt moet hebben doorstaan. „Heel mooi, die mythe van Robert Johnson die op een kruispunt in Mississippi zijn ziel aan de duivel verkocht om van het ene moment op het andere een gitaarvirtuoos te worden. Zijn muziek klinkt alsof hij door de duivel is bezeten, zoveel is zeker. Maar ik hou het er toch liever op dat hij zich met zijn gitaar in een kamer heeft opgesloten en heel hard is gaan oefenen.”

Vernieuwing zit volgens Bonamassa niet in een krampachtige zoektocht naar verandering, maar in de frisse impact die nodig is om de blues naar een nieuwe generatie te tillen. Groepen als Free in de jaren zeventig en The Black Crowes twintig jaar later werden gedreven door een diepe liefde voor blues en soul, maar richtten hun pijlen op de hitparade. Hitsucces is niet Bonamassa’s voornaamste doel. Een moderne sound en een sterke live-reputatie zijn betere middelen een serieus publiek te bereiken. Voor bluesbegrippen speelt hij fel en puntig; solo’s mogen niet eindeloos voortslepen. De klassieke drie-eenheid van seks, drugs en rock & roll vindt hij achterhaald. Hij leeft gezond, maar dat weerhoudt hem er niet van om bij elk concert voor honderd procent op te gaan in de muziek. „Te veel helden uit het verleden lieten zich door andere dingen in beslag nemen dan het pure muziek maken. Ik geloof in hard werken om voortdurend beter te worden. Muziek is niet iets wat ik er zo maar even bij kan doen, het is mijn levensvervulling.”

Black Rock is uitgebracht door Provogue. Concerten: 10 juli, 19.30u Nile, North Sea Jazz. 5 nov Oosterpoort, Groningen, 7 nov Carré, Amsterdam