Omstreden walvissushi

De één eet koe, de ander walvis. Voor- en tegenstanders troffen elkaar in Marokko.

Tegenstanders zijn blij dat het voorstel, dat jagen beperkt zou toestaan, van tafel is.

Walvisvlees ligt klaar om gesneden te worden tot sashimi. Foto AP In this photo taken on June 17, 2010, a chunk of lean meat of a whale caught in the Antarctic is placed on a cutting board before being sliced up for a sashimi dish at whale meat restaurant Magonotei in Tokyo Thursday, June 17, 2010. Makoto Ito, managing director of Kyodo Senpaku Co., the company that runs the annual Antarctic hunt, said he didn't think they should be ended, because "we need to collect more data." Japan's refusal to give up its Antarctic hunt puzzles even observers within the country. Current coastal catches, also conducted for scientific research, provide fresher meat and are cheaper. (AP Photo/Koji Sasahara)
Walvisvlees ligt klaar om gesneden te worden tot sashimi. Foto AP In this photo taken on June 17, 2010, a chunk of lean meat of a whale caught in the Antarctic is placed on a cutting board before being sliced up for a sashimi dish at whale meat restaurant Magonotei in Tokyo Thursday, June 17, 2010. Makoto Ito, managing director of Kyodo Senpaku Co., the company that runs the annual Antarctic hunt, said he didn't think they should be ended, because "we need to collect more data." Japan's refusal to give up its Antarctic hunt puzzles even observers within the country. Current coastal catches, also conducted for scientific research, provide fresher meat and are cheaper. (AP Photo/Koji Sasahara) AP

Opnieuw zijn de voor- en tegenstanders van de walvisvaart er niet in geslaagd het eens te worden. Op de jaarlijkse conferentie van de Internationale Walvisvaart Commissie, deze week in Marokko, bleek er geen meerderheid voor een voorstel om het al sinds 1986 bestaande moratorium te handhaven, maar de drie landen die nu op walvissen jagen – IJsland, Noorwegen en Japan – de mogelijkheid te geven om gecontroleerd een aantal walvissen te vangen.

Al decennialang bestrijden voor- en tegenstanders van de walvisvaart elkaar met een bijna religieus fanatisme. Walvissen hebben een zelfbewustzijn, zeggen de tegenstanders, ze zijn sociaal ingesteld en nog slim ook. „Grote walvissen laten het meest complexe gedrag zien dat binnen het dierenrijk te vinden is”, zei neurobioloog Lori Marino van de universiteit van Atlanta deze week tegen het Franse persbureau AFP. Het zijn eigenlijk net mensen. De tegenstanders kunnen niet begrijpen dat er landen zijn die op deze prachtige zeezoogdieren jagen.

In IJsland vinden ze bescherming van walvissen ook belangrijk, maar alleen als die in dienst staat van de jacht. De een eet koeien, de ander paarden – IJslanders laten zich niet door anderen voorschrijven welke beesten ze mogen eten. Ook Noorwegen ziet geen reden om een einde te maken aan het ‘oogsten’ van walvissen. Een voormalige Japanse walvisonderhandelaar noemde dwergvinvissen ooit een bedreiging voor de visstand. Hij begreep niets van de zorgen van milieuactivisten voor deze „kakkerlakken van de zee”.

De conferentie in het Marokkaanse Agadir was aangekondigd als een van de belangrijkste in de geschiedenis van de in 1946 opgerichte IWC. Al jaren dreigt de commissie uit elkaar te vallen. Daarom was er door een kleine groep een compromis bedacht tussen de schijnbaar onverenigbare standpunten. Volgens de bedenkers was het compromis goed voor de walvis. Ze wezen erop dat er ondanks het verbod op de walvisjacht zo’n 33.000 dieren zijn gedood. Dat komt doordat IJsland en Noorwegen vanaf het begin een voorbehoud maakten en nu al jaren op bescheiden schaal jagen, terwijl Japan zich officieel weliswaar aan het vangstverbod houdt, maar royaal gebruikmaakt van de mogelijkheid om walvissen te vangen voor wetenschappelijk onderzoek. Het vlees mag (of eigenlijk zegt de IWC: moet) daarna nuttig besteed worden.

Zowel bij de tegenstanders als bij de voorstanders stuitte het compromis echter op zware kritiek. De tegenstanders vreesden dat het de walvisvaarders alleen maar in de kaart zou spelen. Als je eenmaal begon te morrelen aan het moratorium was het einde zoek. Dan kon je moeilijk andere landen, zoals Zuid-Korea waar walvisvlees in restaurants op de menukaart prijkt, verbieden op walvissen te jagen. Maar ook Japan had bedenkingen tegen het compromis. Het moratorium zou formeel gehandhaafd blijven, het land zou de facto minder walvissen kunnen vangen dan nu en zou niet langer zelf kunnen bepalen hoeveel walvissen het voor zijn onderzoek ‘nodig’ heeft want de IWC zou de quota vaststellen.

Ook al is de conferentie dit jaar mislukt, alle betrokkenen zijn het erover eens dat er iets moet gebeuren. De conferenties zijn al jaren een zinloos ritueel, verloedering van de IWC dreigt. Geen van beide kampen slaagt erin voldoende steun te krijgen voor zijn visie. Japan ronselt al jaren arme landen, variërend van Mali tot Palau, voor het IWC-lidmaatschap, paait delegatieleden met dure hotels en reisjes en stelt voorstanders van afschaffing van het moratorium extra ontwikkelingshulp in het vooruitzicht. Maar ook al is daardoor heel geleidelijk de steun voor het moratorium afgekalfd, de vereiste drievierde meerderheid om de jacht op walvissen te heropenen lijkt onhaalbaar. Nieuwe leden hebben weinig belangstelling voor de onderhandelingen. Soms komen ze niet opdagen, soms vergeten ze hun contributie te betalen. Dit jaar kunnen daardoor 17 van de 91 lidstaten niet stemmen.

Tegenstanders van de walvisvaart zoeken hun heil nu ook buiten de diplomatie. Zo heeft Australië het Internationaal Gerechtshof in Den Haag gevraagd om zich uit te spreken over de rechtmatigheid van de ‘wetenschappelijke vangsten’ van Japan. Australië hoopt dat daardoor een einde komt aan de Japanse jacht in het Zuidpoolgebied. Maar niets wijst erop dat Japan zich veel van een ongunstige uitspraak van het Hof zal aantrekken.

De vraag blijft waarom Noorwegen, IJsland en Japan zo hechten aan de walvisvaart. Economisch is het onrendabel, er is amper een markt voor walvisvlees. Echt lekker wordt het niet gevonden.

Volgens Masayuki Komatsu, ex-onderhandelaar (die van de kakkerlakken) en nu hoogleraar in Tokio, komt dat door de slechte kwaliteit. „Als je naar het walvisvlees kijkt dat nu wordt verkocht, zie je er een rood bloederig vocht uitsijpelen”, zegt Komatsu in een interview met de Japanse krant Asahi Shimbun. „Daardoor krijgt het vlees een smaakje, want de vezels zijn gebroken tijdens het invriezen.” Op de huidige walvistrailers hebben ze geen snelvriezers die het vlees in korte tijd naar min 70 graden kunnen brengen. Die zijn te duur. Volgens Komatsu moet de walvisvloot worden gemoderniseerd. Dan kan vlees van betere kwaliteit worden geleverd tegen een aantrekkelijker prijs. Dat is alleen rendabel als Japan veel meer walvissen gaat vangen.