Betere publieke omroep voor helft van het geld

Op de omroep hoeft niet te worden bezuinigd. Een betere omroep kost zelfs minder geld, betoogt Anthony Dake.

De publieke omroep moest en zou ontkomen aan bezuinigingen, zo riep voormalig minister Plasterk (OCW, PvdA). Dat blijkt nu toch echt een slag in de lucht. Vandaar de noodkreten via potsierlijke reclamespotjes om het publieke Hilversum niet in de steek te laten.

Nu kan in deze financiële crisis van geen enkele regering financiële toegeeflijkheid worden verlangd. Maar de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) heeft er de laatste jaren ook zelf een potje van gemaakt, heeft te veel geld uitgegeven en is ondanks de extra miljoenen van Balkenende IV in de rode cijfers beland.

Is Hilversum echt in gevaar? Dat is alleen het geval als de Nederlandse Publieke Omroep wordt aangepakt met de kaasschaaf. Nu gaat er zo’n 800 miljoen euro per jaar in om. Daarvan is 600 miljoen belastinggeld en 200 miljoen reclameopbrengst.

In 2006-2007 werd een nieuw programmeringsmodel ingevoerd: ieder van de drie publieke tv-zenders kreeg een zogenaamd eigen profiel. De kern was: Nederland 1 moet de spits worden waarmee de publieke omroep gaat scoren. Daarmee is het identiek geworden aan de eerste de beste succesvolle commerciële zender. Niet kwaliteit, inhoud, of journalistieke professionaliteit zijn belangrijk, maar populariteit en kijkcijfers. Daaraan wordt vanaf 2006 alles, maar dan ook alles opgeofferd, behalve sport. Nederland 2 gaat eraan ten onder en Nederland 3 is geen jongerenzender zoals beloofd, maar een adjunct-sportzender.

De commercialisering van de Nederlandse Publieke Omroep op zich is al zeer ongelukkig, maar het ergste is de manier waarop de regels voor toelating van nieuwe gegadigden worden toegepast. Met de uitbreiding van het aantal zendgemachtigden is het eens zo mooie, unieke Nederlandse ‘open bestel’ op kamikazetour.

De toch al moeilijke financiële omstandigheden van de NPO maken de spoeling nog dunner.

Maar wij van de burgerwerkgroep Andere Publieke Omroep hebben een tot in detail uitgewerkt vijfjarenplan gemaakt.

Een 24-uurs tv-zender voor nieuws en achtergronden en één 24 uurszender voor kunst en cultuur. Twee 24-uurs radiozenders, net als bij televisie. Geen programmatische zomervakanties. Alle programma’s worden ook aangeboden via een digitale portal.

Sport wordt alleen als nieuws gebracht en voor het overige aan de marktsector overgelaten.

De nieuwe staf zal voornamelijk bestaan uit journalisten en programmamakers en zo min mogelijk tussenpersonen.

De kosten aan overhead lopen dan ook terug van nu 150 naar 27 miljoen euro per jaar, van ruim 17 procent tot iets meer dan 7 procent van het totale budget.

In de nieuwe opzet is er een staf nodig van ongeveer 1000 personen. Eind 2008 waren het er nog 4.200. Dat verloop aan menskracht – zeg ongeveer 3000 personen – zal geleidelijk in vijf jaar zijn beslag krijgen en als volgt opgevangen worden. De helft blijft of wordt werkzaam in de omroepverenigingen die als productiehuizen blijven functioneren. De andere helft komt elders in de mediasector terecht of verloopt natuurlijk.

Het gehele plan is doorgerekend en voorgelegd aan BBC-deskundigen, die het een goede en ruim begrote opzet vonden.

Als de publieke omroep alleen nieuws, kunst en cultuur uitzendt, zijn de uitgaven minder dan de helft van de huidige 800 miljoen per jaar. En dat terwijl Andere Publieke Omroep alleen de kwaliteit wil verhogen en helemaal niet was gericht op bezuinigingen.

Anthony Dake is voorzitter van de werkgroep Andere Publieke Omroep. Leden zijn onder anderen Ad ’s Gravesande, oud-programmadirecteur van de AVRO en Nico Haasbroek, oud-hoofdredacteur van het NOS Journaal.