Wimbledon als muze

Dichter Matt Harvey zal de komende dagen schrijven over tenniskleding, ballenjongens, aardbeien en Henman Hill.

En over tennissers, als ze hem intrigeren.

Matt Harvey, Wimbledons dichter, in de scheidsrechtersstoel met zijn zwarte notitieboekje. Foto AP Matt Harvey, the first Wimbledon tennis "Championships Poet," sits in the umpire's chair as he poses for the cameras on Centre Court at Wimbledon, England, Tuesday, May 18, 2010. Harvey has been tasked with writing the poems "on all things Wimbledon," which the All England Club said includes everything "from umpires and racket stringers to the ball boys and ball girls; from the grass and its bounce to rain and the roof; strawberries and cream and all the unfolding drama of the matches and players." (AP Photo/Alastair Grant)
Matt Harvey, Wimbledons dichter, in de scheidsrechtersstoel met zijn zwarte notitieboekje. Foto AP Matt Harvey, the first Wimbledon tennis "Championships Poet," sits in the umpire's chair as he poses for the cameras on Centre Court at Wimbledon, England, Tuesday, May 18, 2010. Harvey has been tasked with writing the poems "on all things Wimbledon," which the All England Club said includes everything "from umpires and racket stringers to the ball boys and ball girls; from the grass and its bounce to rain and the roof; strawberries and cream and all the unfolding drama of the matches and players." (AP Photo/Alastair Grant) AP

Wie het hoort, vraagt zich af waarom het niet eerder werd bedacht: een huisdichter op Wimbledon. In het land dat Shakespeare, Chaucer, Keats, Wordsworth en Kipling voortbracht, mag een dichter op het meest traditionele grandslamtoernooi niet ontbreken. Matt Harvey kreeg de eer als eerste de pen ter hand te nemen.

De 47-jarige performance poet uit Devon zit nog wat onwennig in zijn beige pak te midden van journalisten bij een persconferentie van Roger Federer. Zijn zwarte aantekeningenboekje op schoot, zijn vaste begeleider Rosabel Richards naast zich. „Het is nog even wennen”, mompelt hij. „Rondlopen op Wimbledon. Mijn oren overal te luister leggen. Ik voel mij een beetje overweldigd. Er komt in korte tijd erg veel op mij af.”

Tot zijn eigen verbazing werd Harvey enkele maanden geleden door de organisatie van het grastoernooi benaderd met de vraag of hij gedurende het evenement iedere dag een gedicht wilde schrijven. Waarom hij? Harvey grinnikt. „Omdat het Britse dichtersgenootschap mij naar voren had geschoven. Bijzonder hè? Ik ben daar best een beetje trots op.”

Harvey – die zelf voor zijn plezier tennist – kreeg carte blanche van Wimbledon. Dat wil zeggen: officieel. Officieus werd hem te verstaan gegeven dat hij over alles mag schrijven, maar niet te persoonlijk mag worden waar het de spelers betreft. „Ik wil mijn gastheer niet voor het hoofd stoten”, zegt hij op quasiplechtige toon. „En als ik twijfel over bepaalde onderwerpen, dan kan ik altijd mijn begeleider Rosabel raadplegen.”

Na de persconferentie van Federer – mogelijk een van zijn onderwerpen de komende anderhalve week – laat Harvey zijn gedachten de vrije loop. „Ik ben geïntrigeerd door zijn kalmte”, zegt de dichter, terwijl hij op de aantekeningen in zijn boekje wijst. „Ik genoot er zelfs van. Het is dezelfde kalmte die hij vaak op de baan tentoonspreidt. En het valt mij op dat Federer erg goed aanvoelt in wat voor historische setting hij zich bevindt. Zo wil hij voor zijn eerste wedstrijd het gras van centercourt aanraken en de trofee betasten. Hij begrijpt de romantische kant van het hele gebeuren. Dat ontroert mij.”

Toch zijn het niet de spelers op wie Harvey zich gaat richten. De bedoeling, zegt hij, is dat het toernooi zelf in het zonnetje wordt gezet. „Ik zal schrijven over ballenjongens, aardbeien, scheidsrechters, Henman Hill, de kleding van de dames en heren – dat soort dingen. En daarbij zal ik de vragen stellen die poëten zichzelf stellen: waarom zitten scheidsrechters op zo’n hoge stoel? Voelt het anders om aardbeien op Wimbledon te eten dan thuis? En hoe bijzonder is dat gras nou eigenlijk?”

Maar goed, áls hij over spelers schrijft, zegt Harvey, dan moeten het spelers zijn die hem intrigeren. Zoals Andy Murray bijvoorbeeld. „Ik heb zijn ontwikkeling via de media meegekregen. En ik moet zeggen dat ik onder de indruk ben. Toen hij in de finale van de Australian Open [dit jaar] van Federer verloor, toonde hij opvallend veel gratie. Je bent een man geworden, dacht ik toen ik de beelden zag. Dat zijn mooie aanknopingspunten voor een gedicht.”

Harvey werd de afgelopen weken bijgepraat door een aantal experts. „Zo heb ik gesproken met Eddie Seaward, het hoofd van alle terreinknechten. Hij gaf een lange uiteenzetting over de esoterische wetten van het gras. Ik werd uitgenodigd om een trainingssessie van de ballenjongens en -meisjes bij te wonen. En ik heb een rondleiding gekregen door het museum.” Harvey zwijgt een moment, om de bewegingen van Federer te volgen, die ons passeert in zijn witte trainingspak. „Iedereen lijkt erg blij en trots om hier te werken. Ik ben nog nooit op een plek geweest waar dat het geval is.”

Zijn er plekken waar hij niet mag komen? „Ja”, zegt zijn begeleider Richards vanuit het niets. „In de royal box. En in de kleedkamers van de spelers.” Harvey veert op, terwijl zijn zwarte boekje op de grond ploft. „Maar ik mag hun gedachten wel lezen! En in de geheime kamers van hun hart kijken!” Richards knikt met een flauwe glimlach. „Dat staat je uiteraard allemaal vrij.”

Een dag later verschijnt het eerste gedicht van Harvey op de site van Wimbledon. De dichter had het thema – Andy Murray – in ons gesprek al aangekondigd. Alleen noemt hij de hoop van het Britse tennis in ‘One of ours’ niet bij naam, want „om wie anders zou het moeten gaan”.

if ever he’s brattish

or brutish or skittish

he’s Scottish

but if he looks fittish

and his form is hottish

he’s British

Kijk voor de gedichten op de site wimbledon.org, onder het kopje ‘wimblewords’