Wetenschap kort

Zeldzame varens gedijen in Gelderse waterputten

Door een onzer redacteuren

Rotterdam. Waterputten bevatten veel zeldzame planten. Dat blijkt uit een inventarisatie in Gelderland. Biologen van het onderzoeksbureau Stichting Berglinde hebben de afgelopen jaren 590 putten bekeken, vooral in dorpen en bij boerderijen in de Achterhoek. Ze vonden in zeventig putten de beschermde tongvaren, typisch een plant die het op vochtige muren goed doet. Verder groeide in één put de schubvaren, die op de rode lijst staat. Andere zeldzame vondsten waren de zwartsteel en de steenbreekvaren. Gebouwen hebben steeds minder oude, vochtige muren. Maar in waterputten en ook in rioolputjes en op natte vloeren in verlaten fabrieken zoeken varens een heenkomen. Hoe goed of slecht het met muurplanten is gesteld, is volgens de onderzoekers moeilijk te zeggen: er worden er meer gevonden, maar er wordt ook harder gezocht. Ze hebben de meeste Oost-Gelderse putten nu gezien, en ze suggereren om die als graadmeter te gebruiken.

Botten van afarensis zijn ‘menselijker’

Door een onzer redacteuren

Rotterdam. In Ethiopië zijn botten van de mensachtige Australopithecus afarensis gevonden die erop lijken te wijzen dat deze soort (waartoe ook de beroemde Lucy behoort) al ‘menselijker’ was dan tot nu toe vaak werd gedacht. Uit het schouderblad kan worden afgeleid dat afarensis weinig aan takken hing. Ook blijkt uit vergelijking van de gevonden armbotten met de beenbotten dat de benen van afarensis langer waren dan de armen. Veel kenmerken vallen binnen de huidige menselijke variatie. Een totale lengte voor dit skelet geven antropoloog Yohannes Haille-Selassie en zijn team niet, daarvoor is het te onvolledig: een ellepijp, enkele nekwervels, een sleutelbeen, een half dijbeen, vijf ribben, een schouderblad, een scheenbeen en fragmenten van bovenarm, dijbeen en bekken. De resten zijn 3,58 miljoen jaar oud, bijna 400.000 jaar ouder dan Lucy. De vondst staat deze week in de Proceedings of the National Academy of Sciences (early edition, online).

‘Lengte’ is terug te vinden in elk gen

Door een onzer redacteuren

rotterdam. Lengteverschillen tussen mensen worden voor ongeveer de helft bepaald door variaties in alle genen. Australische en Amerikaanse onderzoekers zagen dat in een analyse van ongeveer 300.000 bekende genvarianten (SNP’s). Hun verslag is afgelopen zondag online gezet door Nature Genetics. De lengte van een mens is duidelijk erfelijk: lange ouders krijgen langere kinderen dan korte ouders. Maar de speurtocht naar lengtegenen heeft nooit veel opgeleverd. Varianten in een vijftigtal genen die wel enige invloed hebben, verklaren uiteindelijk maar 5 procent van de lengteverschillen. Genonderzoekers lopen vaker tegen dat probleem aan: voor een ziekte of eigenschap die duidelijk erfelijk is, kunnen ze toch de bepalende genen niet vinden. Die ‘missende erfelijkheid’ staat inmiddels bekend als de ‘donkere materie’ in het genoom. De onderzoekers gebruikten de lengteverschillen om de donkere materie te vinden. Die ligt verspreid in het hele genoom, is hun conclusie.