'Ook juiste prikkels leiden tot verkeerde keuzes'

Econoom Richard Thaler, in Nederland voor de Van Lanschot-lezing, pleit voor maximale keuzevrijheid voor consumenten en bedrijven, met af en toe een duwtje in de goede richting.

Gedragseconoom Richard Thaler (64) is sinds 1995 verbonden aan de Universiteit van Chicago.
Gedragseconoom Richard Thaler (64) is sinds 1995 verbonden aan de Universiteit van Chicago.

De Amerikaanse gedragseconoom Richard Thaler had twee doelen toen hij Nudge schreef, een populair-wetenschappelijk boek over zijn werkterrein. Twee jaar later zijn beide doelen behaald: de gedragseconomie heeft de sprong gemaakt van de wetenschap naar de praktijk en beleidsmakers van verschillende politieke kleuren nemen de ideeën van gedragseconomen over.

Thaler werd begin deze maand door de nieuwe Britse premier David Cameron gevraagd als adviseur van de regering en de co-auteur van Nudge, Cass Sunstein, werkt voor president Obama als hoofd van het agentschap dat toeziet op de invoering van overheidsbeleid. „Dat laat zien dat bevindingen uit de gedragseconomie een praktische toepassing hebben”, zegt Thaler in een interview voorafgaand aan de jaarlijkse Van Lanschot-lezing, vorige week aan de Universiteit van Tilburg.

Thaler en andere gedragseconomen baseren hun modellen op een compleet ander mensbeeld dan traditionele, neoklassieke economen. Ze geloven niet in de homo economicus, de alwetende en rationele mens die altijd de optimale keuze maakt. Gedragseconomen zien mensen als impulsieve, emotionele en vaak luie wezens. Ze maken irrationele en onverstandige keuzes.

„Wij mensen zijn niet zo slim als economen ons toedichten”, zegt Thaler. Hij ziet tal van voorbeelden van mensen en organisaties die verkeerde inschattingen maken, soms met grote gevolgen, zoals de olieramp van de Britse oliemaatschappij BP, de financiële crisis en, op een alledaags niveau, mensen die roken, vet eten en zonder autogordel rijden.

Thaler mag dan een pessimistisch mensbeeld hebben, hij is niet fatalistisch. De irrationele mens kan geholpen worden om verstandige keuzes te maken. Zijn visie: handhaaf maximale keuzevrijheid, maar geef mensen een duwtje richting de beste beslissing. Ofwel, in het Engels, geef ze een nudge.

Hoe weet u wat het beste is voor mensen?

„Ik weet niet wat het beste is voor mensen. Maar we kunnen mensen helpen om datgene te bereiken wat ze het beste voor zichzelf vinden. Neem roken. Veel mensen die roken, willen eigenlijk stoppen, maar het lukt ze niet. Met kleine maatregelen kan de overheid mensen helpen om te stoppen en voorkomen dat ze überhaupt beginnen.”

U wilt meer invloed voor de overheid?

„Nee, maar de overheid kan een rol spelen op gebieden waar mensen stelselmatig foute keuzes maken over hun eigen welzijn. Daar kunnen prikkels ingevoerd worden om de keuze bij te sturen. Op veel terreinen is de richting van de prikkel niet controversieel. Iedereen wil gezond zijn, we willen allemaal een degelijk pensioen. Niemand wil nog een financiële crisis of een olieramp.

„Het is een wankel evenwicht. Een campagne die kinderen aanspoort meer fruit te eten is geaccepteerd. Maar wilt u dat uw kind aangespoord wordt te stoppen met vlees eten?”

Wat is de meest effectieve manier om mensen te beïnvloeden?

„Maak het mensen zo gemakkelijk mogelijk. Een voorbeeld is donorregistratie. Veel mensen willen hun organen doneren, maar nemen niet de moeite om zich te registreren. De Amerikaanse staat Illinois vraagt mensen die hun rijbewijs komen vernieuwen meteen of ze zich willen registeren als donor. Ik noem dat een aangespoorde keuze.”

Welke ideeën nemen overheden van jullie over?

„Een van de belangrijkste speerpunten van Sunstein in zijn werk voor Obama is het bevorderen van transparantie. Bedrijven moeten nu bijvoorbeeld hun uitstoot van broeikasgassen rapporteren. Dat helpt. Burgers kunnen hun keuzes baseren op die informatie. Maar, nog belangrijker: bedrijven en organisaties profiteren er zelf ook van als ze gedwongen worden bepaalde gegevens te rapporteren. Zo komt interne informatie aan het licht waar mensen in de top vaak geen weet van hadden. Wat was er gebeurd als de bestuurders van de grote banken op Wall Street eerder hadden ontdekt hoe groot de risico’s waren die hun ondergeschikten namen?”

Maar ook als de risico’s bekend zijn, worden er fouten gemaakt. Kijk naar de ramp met de Deepwater Horizon in de Golf van Mexico, dat is toch een aaneenschakeling van fouten?

„De BP-casus vind ik enorm frustrerend. De olieramp kan niet verklaard worden door een gebrek aan prikkels. De tientallen miljarden die BP tot nu toe heeft verloren zouden genoeg motivatie moeten zijn om een ramp te voorkomen.

„Ik ben wakker geschud door de olieramp: alleen prikkels geven is niet genoeg. Mensen maken verkeerde keuzes, ook al krijgen ze de juiste prikkels.”

Kan er dan niets gedaan worden om een nieuwe ramp zoals die van BP te voorkomen?

„Een mogelijke oplossing is om oliebedrijven te verplichten een verzekering af te sluiten voor rampen. De hoop is dan dat de verzekeringsmaatschappij een prikkel heeft om olieboringen nauwgezet te controleren en een ramp te voorkomen.

„Daarnaast moeten we realistischer worden over de regelmaat waarmee grote rampen gebeuren. Tony Hayward van BP zei dat de kans op deze ramp één op de miljoen was. Maar iedere tien jaar is er wel een grote olieramp. Hoe vaak moeten onmogelijke gebeurtenissen plaatsvinden voordat we inzien dat het model niet klopt?”

U werkt aan de Universiteit van Chicago, bekend van zijn conservatieve economische denkers. Heeft u als gedragseconoom invloed op hun denken?

„Nee, eigenlijk niet. Economen veranderen niet zo snel van gedachte. Ik richt me daarom vooral op studenten. Zoals ze zeggen: wetenschap vordert begrafenis na begrafenis.”