Eenvormigheid bij The Hold Steady

Pop The Hold Steady. Gehoord: 21/6 Melkweg, Amsterdam. **

Eens in de paar jaar duikt er een gitaarband op die nieuw elan lijkt toe te voegen aan de traditie van melodieuze rockmuziek. The Hold Steady uit Brooklyn, New York, wekte die verwachting in 2006 met hun doorbraak-cd Boys and Girls in America. The Hold Steady verenigt stoere rockmuziek en doorwrochte vertellingen in de teksten, met een losheid die teruggrijpt op de new wave van de jaren zeventig.

De destijds gedoodverfde opvolgers van Bruce Springsteen maakten vervolgens het goed ontvangen Stay Positive (2008) en de pas verschenen cd Heaven Is Whenever.

In de tussentijd vertrok keyboardspeler Franz Nicolay, waardoor de variatie in het geluid achteruit ging. Het frivole piano- en orgelspel van Nicolay gaf op eerdere cd’s een mooi optimistisch accent aan de nummers. Maar maandagavond in de goed gevulde Melkweg, Amsterdam, was eenvormigheid een probleem. Veel van de melodieën zijn log en meerdere elementen in de muziek hebben een ondertoon als van een opgevoerde brommer: de gitaren, maar liefst drie tegelijk, en ook de zang van voorman Craig Finn hebben een ronkende klank. De band putte uit de liedjes van hun laatste vijf cd’s; waarbij in een aantal nummers eer betoond werd aan de eigen voorbeelden.

In We Can Get Together, een transparant rustpunt in de avond, zong Craig Finn over de melodieuze punkband Hüsker Dü; in andere nummers verwees hij naar The Clash. Maar Craig heeft minder charisma dan zijn helden. Springend en gebarend staat hij voor de zaal, als een gedreven geschiedenisleraar die her en der kandidaten aanwijst voor het goede antwoord.