Vrij of veilig

Hoeveel geld is een mensenleven waard? Wat heeft de maatschappij er voor over om de veiligheid van jouw of mijn leven te garanderen? Dat hangt er onder meer vanaf of we in een vliegtuig zitten of in een auto.

Twee maanden geleden, ten tijde van de IJslandse aswolk, schreef Julian Baggini daar een opiniestuk over voor de BBC, dat verzamelsite Arts and Letters Daily afgelopen week nog actueel genoeg vond om over te nemen. De aswolk dwong verkeersministers ertoe te zeggen dat ze de veiligheid van de passagiers van het grootste belang vonden. Maar als ze de veiligheid van hun burgers zo belangrijk vinden, schrijft Baggini, waarom verlagen ze de maximumsnelheid op snelwegen dan niet naar 50 km/u? Dat wil niemand. Zou toch honderden doden per jaar schelen.

Baggini rekent verder. Toen de maximumsnelheid op Amerikaanse autosnelwegen verhoogd werd naar 100 km/u, betekende dat dat de regering bereid was een mensenleven op te offeren, zolang er ruim een miljoen euro aan winst (in tijd en efficiëntie) tegenover stond. Maar na het grote treinongeluk in Ladbroke Grove, Londen, in 1999 (31 doden, ruim 500 gewonden) stelde de Britse regering een veiligheidssysteem in werking dat naar schatting 17 miljoen euro per gered leven kost.

Ik kan die getallen niet controleren, maar het beeld dat eruit naar voren komt, lijkt wel te kloppen. Overheden hebben er heel veel geld voor over om te voorkomen dat we groepsgewijs spectaculair verongelukken buiten onze schuld, maar als we onszelf individueel willen doodrijden zonder het Journaal te halen, dan moeten we dat maar doen. En het grappige is dat het niet eens per se de overheid is die dat zo wil; we willen het zelf. We willen veel liever een gevoel van vrijheid en de illusie van veiligheid, dan een gevoel van onvrijheid gecombineerd met echte veiligheid die we niet voelen.

Vlak na 9/11 durfden veel Amerikanen niet meer te vliegen. Ze namen de auto. Gevolg: 1.200 extra verkeersdoden. Maar al die chauffeurs voelden zich wel veel veiliger. En vrijer.

Zouden we Nederland in alle mogelijke opzichten heel erg veilig kunnen maken? En hoe prettig zouden we ons dan nog voelen?

Ellen de Bruin