Luizig

Was ik maar Fransman. Kon ik over spits Nicolas Anelka beweren dat juist hij een hoerenzoon is en niet zijn uitgekotste coach Domenech. Reken maar niet dat er in Frankrijk wordt gewerkt. In Parijse kantoorpanden rammen vuisten op koffieautomaten die niet snel genoeg plastic bekertjes vol druppelen. Er wordt hardop gefoeterd. Klotekoffie. Kloteploeg.

In Frankrijk lééft het WK.

Het Nederlands elftal is met zes punten uit twee wedstrijden al verzekerd van de volgende ronde. En? ‘We’ vinden er niks aan. We klagen steen en been. Waar blijven de briljante passeerbewegingen van Robin van Persie? Wanneer krult Wesley Sneijder een vrije trap in de kruising? Kan Arjen Robben desnoods niet op één been een paar schijnbewegingen laten zien tijdens een invalbeurt?

We zuchten. We steunen. Dit is niet het WK waar we op hoopten.

Het probleem is: er is niets aan de hand. In het Nederlands elftal zijn geen zwaargeblesseerden te bespeuren, de reserves houden hun mond en de bondscoach heeft een rechte rug.

De twee wedstrijden van het Nederlands elftal voltrokken zich in strakke breipatronen. Ik werd herinnerd aan het regelmatige getik van de pennen en het afwikkelende bolletje wol als ik thuiskwam van de lagere school. Het leven teruggebracht tot één recht, één averecht. Eenvoud. Als je rustig bleef, zag je langzaam een trui ontstaan. Jouw trui. Het duurde alleen een lichtjaar.

Met geduld bereik je iets.

Nederlandse voetbalfans eisen fabelachtig voetbal per strekkende meter. Vanaf de eerste minuut moeten we onze weergaloze gaven aan de wereld tonen. Wij, uitvinders van het oogstrelende voetbal. Wij, trendsetters van de sport. Hoe vaak zijn we nu al in onze eigen, arrogante val gestapt?

Coach Bert van Marwijk is van een ander soort. Hij predikt nuchterheid. Voetbal is bij hem afwachten, aftasten. Niet uitsloven, niet toehappen. Zijn grootste prijs – de UEFA Cup – won hij met Feyenoord. Niemand die zich briljant voetbal herinnert. Alleen de vrije trappen van Pierre van Hooijdonck. Van Marwijk maalt er niet om.

Het WK valt tegen tot nu toe, ja. Ik ben al bij wedstrijden in slaap gevallen. Ik ben bij het zoveelste schot over doel gaan zappen. Regelmatig zet ik het verslag uit. Daarvoor in de plaats draai ik een plaat van een opwindende saxofonist om van het monotone vuvu-getoeter verlost te zijn.

In deze fase is het een kwestie van ‘de tijd uitzitten’. Het is als de tien kilometer schaatsen tussen een oude Pool en een zieke Kroaat. Je komt er de tijd mee door in de wetenschap dat Sven Kramer en Havard Bøkko nog moeten.

Bij gebrek aan spanning worden de randzaken uitvergroot. Het vergrootglas gericht op de fladderbal en het ongelijke veld. Ach, ik heb Diego Maradona wel eens in de modder een sinaasappel net zo lang zien hooghouden tot er geen sap meer inzat.

Ruud Gullit heeft me een paar maanden geleden op het juiste spoor gezet. Hij vertelde me dat je een kampioenschap niet luizig genoeg kunt beginnen; slecht spelen en toch winnen, een mazzelgoaltje meepikken, door het oog van de naald kruipen, niet te snel tonen hoe goed je werkelijk bent. Hij keek terug op het uiteindelijk geslaagde EK van 1988 en moest constateren dat Nederland toen ook geluk had en lang niet altijd weergaloos speelde.

Nederland is het toernooi uitstekend begonnen met tegenvallend voetbal. We vinden er geen bal aan. En dat is goed.