Gezocht: een hengel voor alle wateren

Vissen is voor rustzoekers of voor mannen met te veel vrije tijd. Freddy Rikken betreedt de wereld van bekklemmen en kunstaas. Deel 1 van een korte serie.

Kunstaas voor snoek. Foto Freddy Rikken
Kunstaas voor snoek. Foto Freddy Rikken

Ons waterrijke land telt meer dan twee miljoen mannen, vrouwen en kinderen die trachten om met één of meer hengels en verschillende aassoorten in zout, zoet of brak water een vis en liefst meerdere vissen te vangen.

Vissen was en is een volkse aangelegenheid. Hengelde men vroeger voornamelijk voor de pan en de hongerige kinderschaar, nu gaat men richting waterkant of stapt in een boot om zich te ontspannen en de, ondertussen tot overdaad aangegroeide, vrije tijd door te brengen in wat natuur heet.

Wat bezielt hen? Om daarachter te komen ga ik het zelf proberen en begin mijn ontdekkingstocht met het lezen van visbladen en een bezoek aan een hengelsportwinkel.

De omslagen zijn maand na maand hetzelfde en laten een druipende en trots omhooggehouden vis zien. Al naar gelang de gevangen soort zoals moddervette karpers, slijmerige zeelten of agressieve snoeken, staren de dieren sullig dan wel nijdig de camera in. Daarboven torent het, met een wollen muts en oorbellen getooid, grijnzend welvaartshoofd van mannelijke kunne. Het binnenwerk is doorspekt met felgekleurde advertenties: hengels van glasvezel, gepimpte werpmolens, buitenboordmotoren, veelkleurig kunstaas, donkergroene tenten en stretchers, rookovens, viskoffers, visboten,vislijnen, visreizen en niet te vergeten, voorgefabriceerd visvoer en lokaas. En dat alles in duizelingwekkende variëteiten. De jaarlijkse omzet bedraagt een kleine 700 miljoen euro. Tussen de advertenties staan zelfgeschreven of aangekochte en vertaalde artikelen betreffende de diverse visdisciplines en vangmethodes en wederom worden de vissen enthousiast omhooggestoken. De merknamen van het materiaal worden veelvuldig genoemd en ook in deze sport blijken er cracks te zijn wier namen met ontzag worden uitgesproken.

Op naar de dichtstbijzijnde hengelsportwinkel en ondanks dat dit toch al een florerende bedrijfstak moet zijn, drijft deze middenstander er voor alle zekerheid ook nog een handel in dierbenodigdhe-den bij. Het pand bezit twee voordeuren en de rechtse geeft toegang tot zijn hengelsportwalhalla. De knullig ingerichte etalage is volgestouwd met koopwaar en een stokoude opgezette snoek en is een voorproefje van datgene wat er zich daarbinnen afspeelt.

Ik moest zijdelings door het gangpad om bij de toonbank te geraken. Ik bleek de enige bezoeker en al binnen een paar minuten was die murw gebeukt door de over de toonbank afgevuurde technische termen en visverhalen. Ik haalde diep adem en probeerde het opnieuw: ik wilde in zee én in zoet water vissen, had heel vroeger – ten tijde van de bamboe hengel, de veiligheidsspeld als haak en broodkruim en gekookte aardappel als aas – wel eens gevist maar was niet op de hoogte over hoe het er nu aan toe ging. En daarbij, van levend aas als wormen, maden en visjes gruwde ik. Dat laatste bleek ondertussen bij wet verboden te zijn en zo kwamen we gezamenlijk uit bij het kunstaasvissen. Met een drie meter lange glasvezel hengel, een schepnet, een kleine zeemolen met daarop 250 meter hightech vislijn, een rugzakje met daarin verschillende soorten kunstaas, een bekklem en tang verliet ik, uiterst behoedzaam manoeuvrerend, het pand.

Wordt vervolgd.