'Politici kijken alleen wie de grootste heeft'

Kortetermijndenken bepaalt het gedrag van zakenbankiers. De gevolgen hiervan reiken veel verder dan de bank zelf. De hele economie wordt er nu door bedreigd. Zoals de financiële sector nu functioneert is het een „vloek”, zegt Sony Kapoor.

‘Het is goed als de resultaten van stresstests bij Europese banken openbaar worden gemaakt”, zegt Sony Kapoor, een voormalig zakenbankier bij onder meer Lehman Brothers. „Door ze geheim te houden, hebben de autoriteiten de indruk gewekt dat ze slecht nieuws niet naar buiten wilden brengen. Maar omdat ze zolang hebben gewacht, is openbaarmaking ook gevaarlijk. Dit kan een doos van Pandora zijn.”

Kapoor is een van de weinige bankiers die zijn overgestapt naar ‘de tegenpartij’. Hij adviseert tegenwoordig meerdere G20-regeringen en ngo’s over de manier waarop de financiële sector moet worden gereguleerd. Sinds 2008 leidt hij de denktank Re-Define, een onafhankelijke denktank voor financiële hervormingen. Gewapend met praktijkkennis van Wall Street spreekt Kapoor, een energieke Indiër op sneakers, steeds vaker op Europese seminars over kredietbeoordelaars, hedgefondsen of derivatenhandel. „Er zijn in dit circuit niet veel mensen die ervaring hebben opgedaan in de financiële sector”, zegt Kapoor in een biologische koffieshop naast het gebouw van de Europese Commissie in Brussel. „Behalve lobbyisten voor de banken, en die hebben al meer dan genoeg invloed.”

Op deze dag woont hij een congres bij over grensoverschrijdende banken in Europa. De Commissie werkt koortsachtig aan een systeem voor de ordentelijke afwikkeling van een (dreigend) faillissement, dat moet voorkomen dat EU-landen ruzie krijgen als zo’n gigant in de problemen komt. Iedereen zal dan – net als bij Fortis in 2008, maar dan op grotere schaal – proberen goede delen naar zich toe te harken en slechte delen naar andere landen te schuiven. Dit heeft niet alleen financiële consequenties, maar ook politieke: het kan een gevaar zijn voor de interne markt die de basis vormt van de Europese Unie.

Kapoor begrijpt dat de Commissie zich zorgen maakt. Ierland heeft net een tweede ronde bank-bailouts achter de rug. Banken in Spanje krijgen leningen aan de vastgoedsector niet terugbetaald, wankelen en kunnen alleen bij de ECB nog aan geld komen. Uit cijfers van de Bank of International Settlements bleek maandag dat Noord-Europese banken en pensioenfondsen ook honderden miljoenen in de Spaanse bouwmarkt hebben geïnvesteerd. Welke banken is niet bekend.

„In Amerika”, zegt Kapoor, „hebben de grootste banken niet meer geld op de balans staan dan zo’n 20 procent van het bruto binnenlands product. In Europa is dat veel meer. Als Barclays of Santander bezwijkt, kan de Britse of Spaanse staat ze niet eens overeind houden. Ze hebben een kantorennet dat vertakt is over meerdere Europese landen. Die banken zijn letterlijk too big to fail.”

Gaat dat gebeuren?

„Ik heb de resultaten van de stresstests niet gezien. Maar ik zie weleens conclusies die gebaseerd zijn op de resultaten en daar word ik niet vrolijk van. Het zou mij niet verbazen dat er, als je door de boekhoudkundige foefjes heen prikt, onder de banken die in moeilijkheden verkeren twee of drie heel grote zijn. Anders dan in Amerika, waar debat is over het opbreken van banken die te veel functies combineren, te veel risico’s nemen en te ondoorzichtig worden, zijn grote banken in Europa intact gelaten. Het onderwerp is zelfs taboe. De Europese banklobby is in dat opzicht succesvol geweest. Erger: er vindt zelfs een concentratie plaats binnen het bankwezen. Grote banken eten de kleintjes op. En als je grotere banken krijgt, krijg je zonder stevige regulering ook meer risico.”

Waarom is de bankenlobby in Europa zo sterk?

„Omdat hij meer verborgen is dan in de VS en niemand echt goed oplet. Die combinatie is vreselijk: wat er in Brussel gebeurt interesseert sowieso al weinig mensen, dus als het verborgen gebeurt kraait er helemaal geen haan naar. Als iedereen de andere kant op kijkt, hebben lobbyisten vrij spel. Onderschat dit niet: zij zijn hier heel actief en ze vinden een gewillig oor. Ze sponsoren seminars. Ze leggen parlementariërs en diplomaten en Europese functionarissen die aan regulering werken, uit wat er in hun ogen op het spel staat. De ontwerpregulering voor hedgefondsen is hierdoor sterk verwaterd, en nog zit ze vast tussen parlement en ministers. Ook het feit dat Europa zijn grote banken niet gaat opbreken, is een succes voor de bankenlobby. Het komt erop neer dat regeringen de financiële sector tot nog toe nauwelijks hebben aangepakt, op wat quick fixes na.”

Waarom vinden lobbyisten zo’n gewillig oor?

„Regeringen is er tijdens de crisis alles aan gelegen om hun eigen ‘nationale kampioenen’ overeind te houden. Ik heb hoge ambtenaren op nationale ministeries horen zeggen: ‘Geen denken aan dat we die of die bank failliet laten gaan. Straks heeft ons land geen banken meer die meetellen in Europa en ander landen wel!’ Het is een prestigekwestie.”

Mogen we daarom de resultaten van de stresstests tot op heden niet weten?

„Ja. Het is nationale jaloezie. Landen boksen tegen elkaar op. Om het plat te zeggen: het gaat erom wie de grootste heeft.”

Maar regeringen vrezen toch ook een bankrun?

„Natuurlijk. Als mensen weten dat een bank er slecht voor staat, en ze halen hem leeg, schiet niemand daar iets mee op. Sommige regeringen zijn ook bang dat grote buitenlandse banken de testresultaten zien en denken: dat is een mooie, goedkope overnamekandidaat.”

Dat argument hoor je in Nederland, onder andere. Vindt u dat valide?

„Het lijkt mij beter om kleine banken te hebben die gezond zijn, dan grotere die stijf staan van de risico’s. Dan baseer je je nationale trots toch op een gevaar. Maar vooral in sommige kleine landen zijn de elites kleine clubjes, zijn politici, ambtenaren en bankiers nauw verweven.”

Spanje en zelfs Duitsland willen de stresstests nu misschien toch publiceren. Is dat goed?

„De optie om alles geheim te houden, is niet realistisch meer: het probleem van de banken moet worden opgelost. Iedereen moet nu weten welke banken stevig zijn en welke niet. Afgelopen week is belangrijk geweest. Diverse landen zijn gaan beseffen dat het beter is om een bankrun op sommige banken te hebben, dan dat álle banken langzaam worden gewurgd. Some of them are screwed anyway. Maar nu doemt er een nieuw probleem op. Je test per definitie extreme omstandigheden, om te kijken of banken daartegen bestand zijn. En de extreme omstandigheden, de worst-case scenario’s eigenlijk, van 2009 zijn intussen bijna ‘normaal’ geworden. Wat je nu test, zijn dus nog extremere omstandigheden. De resultaten kunnen dat ook zijn. Hoe voorkom je dat de media daar in het nerveuze, instabiele crisisklimaat sensationele en apocalyptische koppen uit persen? Het management van de openbaarmaking is dus verschrikkelijk belangrijk.”

Kunnen sommige Europese landen het doen en andere niet?

„Nee. Iedereen moet mee doen. Als Spanje en Duitsland het wel doen en Frankrijk niet, denkt iedereen dat de Fransen ellende verbergen. Of dat nu waar is of niet, dat wordt meteen afgestraft.”

Vrolijk perspectief.

„Soms vraag ik me af wat er in vredesnaam met Europa aan het gebeuren is. Ik zie steeds het beeld voor me van twee man in een bootje op de oceaan. Een bootje vol gaten. Zij steken hun vingers in die gaten om niet te zinken. Als één zijn vingers eruit haalt, verdrinkt de ander. Ze zijn afhankelijk van elkaar. Zo is het nu met Europa ook. Alles heeft met alles te maken. De schuldencrisis, de kredietcrisis en de economische crisis komen nu samen en versterken elkaar. Wat het ene land doet, heeft gevolgen voor het andere. Wij proberen te voorkomen dat alles in rook opgaat, maar misschien gebeurt dat toch.”

Bent u pessimistisch?

„Intellectueel ben ik vrij pessimistisch, ja. Persoonlijk niet. Anders had ik mezelf allang van kant gemaakt.”

U bent een bekeerling die het kapitalisme wil behouden door te pleiten voor transparantie, eenvoud, diversiteit en meer eerlijkheid in de financiële sector. Vertrok u bij Lehman voor de crisis toesloeg?

„Ja, al een paar jaar daarvoor. Na uitkering van mijn bonus, haha. Ik bedoel maar: ik ken de drijfveren in de sector redelijk goed. Vandaar dat ik bijvoorbeeld medeoprichter was van Tax Justice Network, een non-profitorganisatie die strijdt tegen de belastingvlucht. Toen ik bij Lehman ging werken merkte ik onmiddellijk dat belastingparadijzen een cruciale rol spelen in het moderne bankwezen door banken, bankiers en hun cliënten te helpen om belasting te ontduiken en risico’s te verbergen. Ik weet hoe dit in zijn werk gaat en hoe omvangrijk het probleem is. Vroeger beconcurreerden bedrijven elkaar met de prijs van hun producten. Nu concurreren ze door minder belasting te betalen dan de anderen.”

Bent u een rijk man?

„Nee, wat ik had heb ik gespendeerd om hervormingen te bepleiten. Wat resteert is een schuld van 60.000 pond.”

Dit moet uw uur U zijn: politici zeggen de dingen die u wilt horen. Meer regulering, meer transparantie, een veiliger financiële sector.

„Maar de meesten doen niet wat ze beloven.”

Waarom?

„Sommigen zijn er medeplichtig aan dat we in deze situatie zijn beland, onder meer door deregulering en een soms bijna religieus geloof in de markt. Sorry zeggen lukt maar weinigen. Is het u ook opgevallen dat de politici de toezichthouders allemaal hebben laten zitten? Andere politici beschouwen deze situatie als één grote competitie. Ik zei al: Londen, Amsterdam, Frankfurt en Parijs boksen tegen elkaar op. Ze willen dat hún banken en steden winnen. Ook dat blokkeert hervormingen. Dan er zijn politici wier adviseurs in de zak van de financiële sector zitten. Ik overdrijf niet. Ik ben zelf ook benaderd of ik voor ze wil werken. Tegenover één Kapoor staan in Brussel vijftig man die voor Deutsche of Barclays werken.

„Iedereen kent nu de lessen van de crisis wel, maar weinigen voeren ze uit. Men roept wat over speculanten of kredietbeoordelaars die Griekenland op de knieën hebben gedwongen, wat niet zo is, en dat is dat. Echt goede regulering zie ik niet voorbijkomen. Ik denk dus dat de situatie veel erger moet worden voordat het beter gaat.”

Alle regeringen schrappen nu stimuleringsmaatregelen en bezuinigen fors. Helpt dat niet?

„De huidige schuldenproblematiek is niet het resultaat van te hoge overheidsuitgaven maar van reddingsoperaties ten bate van de banken. Zuinigheid is niet het logische antwoord.”

Wat dan wel?

„Economische groei. Als je fors bezuinigt smoor je de groei en kun je deflatie krijgen, wat het nog moeilijker maakt om van je schuld af te komen.”

Waarom?

„Omdat je minder verdient terwijl je schuld gelijk blijft.”

Wat ik niet begrijp: overheden redden de financiële sector door hun schuld over te nemen. Nu straft diezelfde financiële sector de overheden omdat ze schulden hebben. Waarom doen ze dat?

„U bedoelt, is het een samenzwering? Daar geloof ik niets van.”

Sommigen denken: hoe meer overheden de financiële sector proberen te kortwieken, hoe minder scrupules de sector heeft.

„Ik ben met u eens dat beide kanten overreageren, maar in deze theorie geloof ik niet.”

Zaagt de financiële sector niet aan de tak waar ze zelf op zit?

„Zeker. Als er een run op staatsschuld komt, vernietigt de sector de enige buffer tussen zichzelf en het faillissement. Buitenstaanders zien dat. Maar handelaren denken niet zo. Als je in de derivaten- of obligatiehandel zit, handel je als individu. Je wilt alleen maar zoveel mogelijk verdienen. Niemand die het ‘grote geheel’ in de gaten houdt, laat staan politieke of maatschappelijke gevolgen. Zo’n handelaar weet twee dingen: 90 procent van zijn bonus hangt samen met het risico dat hij neemt, en zijn individuele bijdrage tot het instorten van het bedrijf is misschien maar 2 procent. Dus wat doet hij? Hij richt zich op maar één ding: Make that profit come to me.”

Is hier niets aan veranderd sinds de crisis?

„Er zijn wat cosmetische ingrepen gedaan, de meeste tijdelijk. Het enige wat effect kan hebben is dat we die 90 procent sterk verlagen en de 2 procent verhogen, zodat handelaars gaan nadenken voor ze iets doen. Dat is niet gebeurd.”

Zijn de bonussen hoger dan voor 2008?

„Bij een aantal firma’s wel.”

Tot slot: wat vindt u van een bankheffing, waar Europese politici over praten?

„Zo’n heffing is op zich een goed idee maar dekt maar een fractie van de kosten van de crisis. We moeten de sector structureel aanpakken. Zoals ze nu functioneert, is ze net zo’n vloek voor ons als de olie is voor het Midden-Oosten.”