Het 'ik' als kwebbeldoos

De vrije wil, zegt Victor Lamme, is een oud mannetje op een bankje dat zit te kijken naar wat er allemaal gebeurt in het brein. Hendrik Spiering

Wij mensen zijn slechts toeschouwer bij ons eigen leven. Die boodschap houdt moderne hersenwetenschap de burgers voor. Waar ooit een eeuwige Ziel zetel was van de Vrije Wil, verblijft nu een knappe en sterfelijke breinmachine, ingericht dankzij een genetische erfenis en verder netjes – of minder netjes – afgesteld door alle ervaringen in het leven. Dat enorme en onbewuste brein neemt de beslissingen. Het zelfbewustzijn waar we altijd maar over praten is niet belangrijk. De vrije wil is een illusie. Ieder handelen is gedetermineerd door wat er aan vooraf ging.

Vorige week vertelde op deze plaats hersenwetenschapper Dick Swaab nog dat “het brein onze besluiten meestal al voor ons neemt voordat we ons daarvan bewust zijn.”

Is het echt zo erg?

Daarom nu, als het tweede deel van een tweeluik, een gesprek met de hersenonderzoeker Victor Lamme. Hij is hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en een veel geprezen onderzoeker van het visuele systeem en van het bewustzijn. Hij publiceerde in maart bij Bert Bakker een boek met in de titel een duidelijke stellingname: De vrije wil bestaat niet. Over wie er echt de baas is in het brein – vierde druk inmiddels. Lamme’s conclusie: niet ons zelfbewustzijn, dat bewuste en denkende ikje, is de baas, maar het machtige brein zelf. Dat brein is ons Ware Ik. Onze introspectieve beleving van dat brein – onze ‘kwebbeldoos’, volgens Lamme – kijkt slechts toe. Ons zelfbewustzijn is een vrij toevallig onderdeel van dat grote en machtige brein. Lamme: “In ons zelfbewustzijn zien we maar een heel klein deel van wat zich allemaal afspeelt in onszelf.”

In zijn boek stort Lamme een lange reeks verhalen en onderzoeken over de lezer uit. Over slaapwandelaars die moorden plegen, over kikkers die lijken na te denken over een sprong (maar je ziet gewoon de onbewuste strijd tussen twee delen van het kikkerbrein), over de vele experimenten waaruit blijkt dat we onze besluiten pas bewust zijn als de motorische of andere ‘onbewuste’ delen van het brein de knoop allang hebben doorgehakt, over hilarische en angstaanjagende hersenafwijkingen (zoals de ongeremdheid van mensen met ‘environmental dependency’, die in ieder bed gaan liggen dat ze zien en ieder glas binnen handbereik leegdrinken, en daar achteraf allerlei verzonnen motieven over vertellen), enzovoorts.

Met de hoogleraar die zo duidelijk de vrije wil ontkent, blijkt het vrij gemakkelijk afspreken. Motieven doen er niet doe, vertelt hij op zijn Amsterdamse werkkamer. Gedrag telt. Want motieven zijn altijd verzinsels achteraf. “We moeten dat zelfbewustzijn niet serieus nemen. Al dat gepraat altijd. Praten en bewustzijn zijn prima als je daarmee kennis uitwisselt en probeert je omgeving te beïnvloeden. Maar waarom moeten mensen altijd praten over waarom ze dingen doen?”

Welk echt bewijs is er dat het bewustzijn nooit controle heeft over ons handelen?

Lamme: “Het gaat om de opeenstapeling van experimenten die je doen beseffen dat er maar heel weinig plaats is voor een bewustzijn dat ons gedrag aanstuurt. Dus nee, er is geen keihard bewijs dat bewustzijn nooit invloed heeft op je handelen. Maar er is zoveel bewijs dat mensen sterk worden beïnvloed door onbewuste prikkels en dat ze meer geregeerd worden door emoties dan door logisch nadenken, dat je wel moet concluderen dat de invloed van ons bewustzijn minimaal is. Het is echt veel erger dan doorgaans wordt gedacht.”

In de negentiende eeuw hoopten we nog dat de Ratio en de Wil konden heersen over dierlijke emoties, u draait dat nu helemaal om. Ons denken is niks, die zwijgende onbewuste breinmachine is alles. Is dat niet even overdreven?

“Wat ligt dichter bij de waarheid? De invloed van het bewustzijn, van je denken, op je gedrag is ongeveer even groot of misschien wel kleiner dan wanneer iemand anders tegen je aanpraat. Als iemand tegen mij zegt ‘dat moet je niet doen’, dan wordt de kans groter dat ik het niet doe. Het aangeboren vertrouwen in een ander is groot bij mensen. Als je tegen jezelf praat, om bewustzijn maar eens zo te typeren, moet je maar afwachten of dat ook zo’n effect heeft. ”

Als je eigen denken invloed heeft op je eigen handelen, hoe klein ook, dan kan je die invloed toch ook proberen te vergroten?

“Ja. Je kan met bewustzijn gedrag veranderen door jezelf in een soort virtual reality modus te zetten. Je stelt je van te voren een bepaalde situatie voor waarin je dan een keuze moeten maken en dan verbind je die keuzen heel sterk met beloning of straf. Dat is hetzelfde wat sporters doen die een beweging helemaal in hun hoofd afspelen, dan trainen ze die. Een soort mentale africhting. Maar dat is heel anders dan hoe mensen zeggen gewend te zijn om ergens over na te denken. En het heeft lang niet het effect van echte ervaringen. Het is als beleggen op de beurs met nepgeld, je leert er wel wat van, maar niet zoveel. De beloningen zijn niet echt. De sociale druk is niet echt ”

Is dat effect wel zo klein? Een mens kan weloverwogen een besluit nemen, door voor- en nadelen te overdenken. Wat is daar onbewust aan?

“Daar zit van alles onbewust aan, je hebt misschien iets vergelijkbaars meegemaakt wat toen misging, dat heeft enorme invloed.”

Allicht, maar toch ook omdat ik die ervaring meeweeg in mijn denken?

“Prima. Maar mijn punt is dat die bewuste overwegingen geen verschil maken. Je had hetzelfde besluit genomen als je je van al die dingen niet bewust geweest.

“Ik loop nu al vijftig jaar met dit lichaam mee, op een gegeven moment krijg ik wel zo ongeveer door wat ik doe. Maar dat verschilt niet veel van dat ik kan voorspellen wat mijn vrouw zal doen. En dat betekent ook niet dat het mijn zelfbewustzijn is dat de beslissingen neemt.”

In ons hoofd zit dus een zwijgende dubbelganger die alle beslissingen neemt, en ons zelfbewustzijn kijkt daarnaar en denkt dan: ‘mwah ja, dat wil ik dan ook wel’. Is dat ons lot?

“Ja. Zo is het. En omdat je al zo lang met die dubbelganger meeloopt begin je hem wel te kennen.”

Alles wat je zelf bedenkt is dus eigenlijk door die Ander bedacht. En alles wat je doet, dat heeft die Ander besloten. Maar die belevenissen van die Dubbelganger, dat zijn toch ook onze Eigen Belevenissen?

“Ja, want dat ben je natuurlijk ook zelf! Die ander is zelfs je Echte Zelf. Dat zelfbewustzijn is maar een klein stukje. De cruciale kwestie is dat jouw zelfbewustzijn, (dat je dus ten onrechte beschouwt als je echte ik) dat Echte Zelf alleen maar opmerkt als dat wat anders gaat doen. En dat kom je vooral tegen in nieuwe situaties. Bijvoorbeeld, in de vraag hoe je je in de oorlog zou gedragen. Wat mensen denken dat ze doen is heel anders dan wat ze in werkelijkheid zullen doen.”

Er zijn ook wetenschappers, zoals Antonio Damasio die uw conclusies delen, maar nog ruimte geven aan de vrije wil. Door dat die enorme beslisboom van al die breinmachines op het laatste moment toch nog een andere kant opgestuurd kan worden: door een klein tikje van het zelfbewustzijn.

“Ik heb respect voor Damasio, maar dit is typisch psychologenpraat dat iets minder gedetermineerd zou worden omdat het ingewikkelder wordt. Dat is niet zo. Die krachten worden wel steeds ingewikkelder maar het blijven krachten die voor het grootste gedeelte buiten je bewustzijn om gaan. Of het nu om seksueel gedrag gaat of om het schrijven van een mooi boek. Dat is op dezelfde manier gedetermineerd buiten jou om en met een marginale rol voor jouw bewustzijn.”

Kan je niet toch invloed hebben op kleine details?

“Dat is ook gedetermineerd. Misschien heb je net iets in je linkerhand waardoor je het met je rechterhand doet, of je hebt net een reclame gezien waarom je iets doet. Er is heel veel onderzoek waaruit blijkt dat ons gedrag wordt gedreven door de meest onbenullige dingen die je je kunt voorstellen. Als je een liedje vaak hoort ga je het vanzelf mooi vinden.”

Nou ja, wat maakt het in de praktijk uit? Het leven is toch een worsteling.

“Het verschil is dat je beter begrijpt waarom je dingen doet. En het gevecht in je hoofd kan eens ophouden. Dat gevecht van: ‘ik wil het ene maar ik doe altijd dat’.

“Neem afvallen. Daarvan weet iedereen dat gedachten geen invloed hebben op gedrag. Je kunt nog zo hard nadenken dat je die zak chips niet op wil eten. Maar je doet het toch.”

Nee, niet altijd, niet iedereen.

“Ok. Soms doen mensen wel dingen goed. Mensen stoppen ook met roken. Maar dat is vaak sociale druk. En de mensen met zelfbeheersing zijn zeker niet de mensen die beter tegen zichzelf praten. Er is geen verband tussen praten tegen jezelf en stoppen met roken. Het brein stopt met roken, niet het ikje van het bewustzijn.

“Veranderen gaat het beste met sociale druk. Ik heb tegen mijn kinderen gezegd: als je mij chips ziet eten moet je dat gewoon afpakken. Hahaha. Dat werkt! Dat is de beste manier. Je wordt sneller beïnvloed door je omgeving dan door je eigen gedachten.”

Toch nog nuttig, dat denken! Goed idee ze dat te vragen.

“Het is niet zo dat je het bewustzijn kunt afschaffen. Bewustzijn en taal zijn heel goed om kennis te communiceren. Dat heeft ons in staat gesteld om naar de maan te vliegen, en daarmee heersen wij nu over de wereld, met dat denkapparaat. Dat moeten we vooral niet afschaffen. Maar het is niet gemaakt om onszelf te begrijpen. Laat staan onszelf te besturen.

“Het bewustzijn is een kennismachine. Dat ding probeert de wereld te begrijpen, inclusief alle wezens die daarin rondlopen. Om hun gedrag te voorspellen. En op een gegeven moment in de evolutie probeerden we ook onszelf te begrijpen en te voorspellen. Op dezelfde manier. Het apparaat is ontstaan is om anderen te begrijpen, en we zijn het op onszelf gaan toepassen. Maar begrijpen is niet aansturen.”

Het gaat hier om ons zelfbewustzijn, en toch niet om de grote bewustzijnservaring van de wereld om ons heen? Dat woordloze ervaren van wat wel ‘qualia’ wordt genoemd, van de ‘hoedanigheden’.

“Ja, er zijn ook mensen die dat grotere bewustzijn nutteloos vinden, maar ik niet. Ik denk dat dat bewustzijn juist cruciaal is om te leren, doordat het ontstaat uit wisselwerkingen in het brein, waardoor zenuwbanen worden versterkt. Voor het puur ervaren van de buitenwereld heb je geen zelfbewustzijn nodig. Waar jij met je zelfbewustzijn over nadenkt is maar een klein deel van waar jij als organisme allemaal bewust van bent.”

Maar waarom zou er dan zo’n strikte scheiding zijn tussen dat zelfbewustzijn en dat echte ik? Het is uiteindelijk toch één geheel? Waar is de scheiding? Waar is het grijze gebied?

“Ik geef onmiddellijk toe: het is een heel moeilijke vraag waar het ene ophoudt en het andere begint.”

Maar dat is toch een cruciale vraag!

“Maar we weten eigenlijk helemaal niet wat dat bewustzijn en dat zelfbewustzijn is. Dat is ook de grote vraag op dit moment. Meestal wordt het zelfbewustzijn gelijkgesteld aan wat een proefpersoon erover zegt. Maar dat is waarschijnlijk geen maat. Wat je er over zegt is maar een beperkte weergave van het bewustzijn dat je zelf ervaart.”

In uw boek definieert u het zelfbewustzijn toch duidelijk als een soort vereenzaamde kwebbelmachine?

“Dat is die standaarddefinitie van bewustzijn: veel taal en veel werkgeheugen. Het is de machine waarmee we ook met elkaar communiceren en waarmee ik weet dat ik gisteren daar of daar was, alles wat we ook introspectief ervaren als bewustzijn. Die definitie heb ik voorlopig maar gebruikt, maar ik heb mijn twijfels. Als we zo naar binnen kijken, kijken we dan goed? Het is bijna altijd achteraf gepraat, en dan zit je gelijk met zaken als geheugen en aandacht die op zich niet zo veel met het nu te maken hebben.”

Al die machines in de rest van je hoofd, ervaar je toch als intuïtie of als emotie? Het is niet zo verborgen.

“Misschien is bewustzijn niet het goede woord. Wat ik bedoel is cognitie. Misschien heeft cognitie geen sturende invloed op je gedrag. Misschien is dat het. Cognitie is beter gedefinieerd. Dat is “ik weet dat,….”, dat is dat oude mannetje op een bankje dat zit te kijken naar wat er allemaal gebeurt in het brein.”