De stelling van Claes de Vreese: Radicale partijen aan de macht, dat is democratie

De Amsterdamse hoogleraar politieke communicatie Claes de Vreese uit Denemarken bespreekt met Folkert Jensma de Dansk Folkeparti, een radicale, anti-buitenlander partij die bijna tien jaar de Deense centrum-rechtse minderheidsregering in het zadel houdt. Vanuit de oppositie.

Amsterdam 17-6-2010 Klaas de Vreese Foto NRC H'blad Maurice Boyer
Amsterdam 17-6-2010 Klaas de Vreese Foto NRC H'blad Maurice Boyer

Kun je de Nederlandse politieke situatie vergelijken met de Deense in 2001, toen deze Volkspartij macht verwierf?

„De situatie is zeker vergelijkbaar. Destijds wonnen ook een liberale en een conservatieve partij – die vormden samen een minderheidsregering, met gedoogsteun van de Volkspartij. De afgelopen negen jaar vormden één van de meest stabiele periodes in de Deense politiek. Een groot succes.”

Maar Denemarken kende vaker minderheidskabinetten.

„Dat is waar. Die gingen shoppen per onderwerp: gelegenheidsafspraken met links of rechts. De vaste band met de Folkeparti was redelijk nieuw. Het werkte omdat men het eerst op hoofdlijnen op een akkoordje gooide. De afspraak is dat de Volkspartij altijd als eerste geraadpleegd wil worden. En zij staan toe dat de regering af en toe met een andere partij vreemd gaat, op een aantal beleidsterreinen, waaronder Europa. Maar in principe wordt er eerst met hen gedeald – daardoor hebben ze een enorme invloed.”

Dat is toch ondemocratisch? De Volkspartij had maar 12 procent van de stemmen en houdt zichzelf al jaren uit de wind. Dat is eten van twee walletjes – weigeren om je democratisch te verantwoorden. Je kunt het ook laf noemen.

„Het is vooral heel slim. Ze profileren zich bij iedere verkiezing weer als outsider en anti-establishment. Maar ze zijn ook een gevestigde partij, die bijna regeert. Als je vanaf 1945 de verkiezingsresultaten van alle anti-establishment partijen in Europa vergelijkt, dan leidt meeregeren vaak tot stemmenverlies. Het is heel riskant voor een partij als de PVV om in een kabinet te stappen. Ze zullen per saldo niet kunnen waarmaken wat ze hebben beloofd en ze ontkrachten de sterke kanten van hun partij.

„Wat Wilders heeft gedaan is al ontzettend knap. Iemand die zowat in politiek Den Haag is opgegroeid, komt er mee weg om zich als outsider te profileren. Dat is indrukwekkend. Het lukt ook de journalistiek niet om hem daarop vast te pinnen.”

Zijn er nooit ethische bezwaren geuit tegen gedoogsteun van een ‘foute’ anti-buitenlander partij?

„In 2000 had de EU net regeringsdeelname door de FPÖ in Oostenrijk hardop afgekeurd. In Denemarken werd in 2001 breed gevoeld dat gedoogsteun door de Volkspartij een interne aangelegenheid is, waar Europa niets mee te maken heeft. Bovendien, het is een gewone democratische partij, met leden en jaarcongressen. Die zijn overigens ook deels besloten – na de jaarrede moet de pers weg. Maar die partij opereert volgens democratische principes. Ze breken geen wetten of zo. Na bijna tien jaar sociaal-democraten was het een grote verandering, maar zeker niet onaanvaardbaar.”

Onze informateur heeft net PVV-deelname zien mislukken. Hoe heeft de Volkspartij zichzelf bij de macht aan tafel weten te praten?

„Vanaf het begin hebben ze gezegd dat ze hun beleid op het gebied van immigratie en integratie willen uitvoeren. Dát moest en anders deden ze niet mee. Voor het overige was men flexibel. Sociaal-economisch is de Volkspartij nogal linksig. Dat sloot aan bij de liberalen die in de afgelopen periode nauwelijks van de sociaal-democraten waren te onderscheiden.

„Vergeet niet, de conservatieven waren ook niet beschadigd of gehalveerd uit de verkiezingen gekomen, zoals het CDA. Gedoogsteun was voor de liberalen en conservatieven ook makkelijker. Ze gingen immers niet ‘echt’ met de Folkeparti samenwerken.”

Waarom is het stabiel gebleven?

„De omstandigheden zaten mee. De economie draaide de afgelopen tien jaar in Denemarken op volle toeren. Men kon elkaar wat gunnen. Dat maakte het ook stabiel. Dat is nu wezenlijk anders. Nederland moet bezuinigen en Denemarken straks ook. Ik denk dat de gedoogconstructie bij de Deense verkiezingen in 2011 echt onder druk komt te staan. Na tien jaar krijg je een vermoeidheidseffect. En de 86 procent van het electoraat die niet op de Volkspartij stemde vindt hun invloed erg groot geworden. In de peilingen is er nu weer een linkse meerderheid.”

Radicalen mee laten doen kan alleen bij mooi weer?

„Economisch kon het, maar politiek sloot het ook aan. De andere partijen waren zelf ook bereid om een restrictiever immigratiebeleid te voeren. Je moet nu tien jaar in Denemarken zijn voordat je uitkeringsrechten krijgt. En je mag pas een partner ‘importeren’ na je 24ste. Dan moet je ook aan kunnen tonen dat er een grotere hechting is met Denemarken dan met het land van herkomst.”

Toch is een radicale partij intern meestal instabiel.

„Dat is zo. Ze moeten een wankel evenwicht bewaren tussen hun populistische en anti-establishment trekjes enerzijds en de behoefte zich te profileren als serieus en gezaghebbend alternatief. Ze kunnen makkelijk hun hand overspelen door alleen kritiek te uiten en zich tegen het systeem te keren. Wat ze zeggen, moeten ze ook legitimeren. Vaak doen ze dat met eigen rapporten en cijfertjes.”

Snijdt hun mediakritiek hout: de vooringenomenheid en het gebrek aan aandacht van ‘de’ pers.

„Met name publieke omroepen krijgen dat verwijt. Kranten en commerciële omroepen hebben daar minder last van. Zowel radicaal links als rechts voelt zich altijd onderbedeeld. Er is naar verkiezingsberichtgeving veel onderzoek gedaan; dan blijkt dat er maar één onevenwichtigheid is. Leden van zittende regeringspartijen vind je meer terug in het nieuws dan de oppositie, omdat ze buiten de campagne ook nog half regeren.

„We hebben net in Denemarken een onderzoek gedaan, op verzoek van de Volkspartij. Die wilden weten ‘hoe links’ de media precies waren. Dus niet óf ze links waren, maar hoe links. Die uitdaging hebben we aangenomen – en een analyse gemaakt van twintig jaar verkiezingsberichtgeving. Die bleek zo evenwichtig en gebalanceerd als je maar zou wensen. Behalve dus de regeringsbonus. Maar daar was weer geen onderscheid in partij. Zowel voor liberalen als sociaal- democraten was die even groot.

„Die mediakritiek is vooral een gevoel. Het past in hun anti-establishment retoriek, het idee slachtoffer te zijn. Er niet bij horen, dat is een hele slimme positionering: uitdragen dat je geluid niet serieus wordt genomen.”

Is het lot van FPÖ, PVV, Vlaams Belang en Folkeparti bij hun pogingen macht uit te oefenen vergelijkbaar?

„Nou, zijn die partijen zélf wel vergelijkbaar? De Volkspartij heeft meer organisatie en partijcultuur – dat is meer een gewone partij. De PVV is als organisatie vrij ondefinieerbaar. Daar komen nu ook vragen of ze geen leden moet raadplegen enzo. De Volkspartij was gericht op immigratie als probleem. De PVV keert zich tegen een religie. Dat is toch wat anders.”

Wat moet je doen: isoleren, inkapselen of laten meedoen?

„Een cordon sanitaire, zo blijkt, levert in het begin een platform voor groei. Dat bevestigt ze in hun slachtofferrol. Later haken kiezers van buitengesloten partijen weer af. Wat je moet doen is vooral een normatieve vraag. Ik vind dat het voor de hand ligt dat je gaat praten met iedere partij die aan de minimumeisen voldoet en veel stemmen krijgt, zolang deze binnen wettelijke kaders blijft. That's democracy for you. Als ze zich niet aan de wet houden, dan moet de rechterlijke macht dat aanpakken. Daar gaan de politici niet over. Het kan ook gezond zijn om dit soort tegenbewegingen te hebben. Nieuwe partijen wijzen op een levendige democratie.

„Het is overigens even legitiem om te zeggen dat je niet wilt praten omdat je de verschillen onoverbrugbaar vindt. Maar als alle partijen dat bij voorbaat zeggen... dat gaat natuurlijk niet. Dat heeft iets unheimisch. Dat zou betekenen dat het hele spectrum van links naar rechts zich kan verenigen op inhoudelijke tegenargumenten. Dat is bijna niet te onderbouwen.”

Het Vlaams Belang troostte zich met de verkiezingsnederlaag door te zeggen dat ze het pad hadden geëffend voor een ander, de N-VA in dit geval.

„Radicale partijen aan beide kanten hoor je vaak beweren dat hun bestaansrecht ook ligt in de value battle, de waardenstrijd. Volgens hun zelf geconstrueerde verhaal zorgen ze ervoor dat een thema ‘weer bespreekbaar’ wordt. Andere verwante partijen pikken het op, waardoor hun werkelijke invloed vele malen groter zou zijn.”

Maar in termen van ministersposten of feitelijke macht profiteert zo’n partij dan niet.

„De langetermijnstrategie is geduld hebben. Campagne voeren, in de oppositie blijven en je profileren als buitenstaander die tegen de elite is, tegen buitenstaanders.

„En maar blijven hameren op die één of twee thema’s waarmee dan ‘te soft’ wordt omgegaan. Op een gegeven moment komt die macht wel. Het is onverstandig om het bij de eerste of tweede verkiezingen al te doen. Eerst je groei maximaliseren en dan pas toeslaan.”

Ik wil best een goede democraat zijn, maar ik heb er toch moeite mee om een anti-democratische partij aan de macht te laten komen. Een partij die Nederland isoleert in de wereld, de rechtsstaat ondergraaft en verdragen opzegt. Wat moet ik dan?

„Niks. Laat het aan andere partijen over of ze er mee willen samenwerken. Partijen mogen ook campagne voeren om de Grondwet te veranderen. Zolang ze de regels volgen, kun je weinig doen.”

U weet niet waar de noodrem hangt, als er partijen groot worden met anti-rechtsstatelijke ideeën?

„Die noodrem is er ook niet. Straks staat er een neomarxist op de stoep die weer geheel andere principes en diepgewortelde ideeën ter discussie stelt. Het is niet anders. Als je het er niet mee eens bent, moet je maar voor een andere partij zorgen met een beter alternatief. Halverwege de spelregels veranderen omdat de uitkomst je niet zint, dat kan gewoon niet.”

Wat blijft u eigenlijk het meest bij van deze verkiezingen?

„Bij de vorige, Europese verkiezingen zag je een duidelijke polarisatie. Deze keer valt mij vooral de versplintering op. De grote uitkomst is dat er geen enkele grote partij meer is. We zitten nu in een land met alleen maar kleine en middelgrote partijen. Ook de grote winnaar, de VVD, is maar een middelgrote partij.”