Waarom zou ik Willem de Zwijger niet mogen meten?

Het Bijbelgenootschap geeft zes godgeleerden de opdracht om eindelijk eens vast te stellen waaraan Mozes op z’n honderdtwintigste precies is overleden. Lijkt me een zinnig studieobject. Rutte had dol- en dolgraag zo rechts mogelijk geregeerd. Wist ik al. De vakgroep politicologie van de Universiteit van Twente maakt jacht op het DNA van Geert Wilders. Kan later altijd te pas komen. En een genderkliniek in Malmö zegt het bewijs te hebben gevonden dat koningin Christina van Zweden inderdaad een man was. Allemaal nieuws waar ik niet van wakker lig. Maar nu wilde iemand weten hoe lang Willem de Zwijger precies was, en ik werd onmiddellijk wantrouwig.

Het eerste nieuws was een jaar geleden, denk ik, en het draaide om een onderzoeksbureau. Weliswaar maakte 1 Vandaag er het meeste werk van (dus ik dacht dat het een aprilgrap moest zijn), maar de afgelopen maanden kwam het hardnekkig terug. Een ‘forensische organisatie’ wilde de lengte van de in 1584 vermoorde Vader des Vaderlands kennen om de aanslag exact te kunnen reconstrueren. Afgaande op de kogelbaan moet de kleine stadhouder in z’n hoofd zijn geraakt. Was hij aan de langere kant, dan zou het weleens zijn schaamte kunnen zijn geweest. Logisch dat je het dan tot op de millimeter wil weten.

Later bleek dat de onderzoekers een verzoek hadden ingediend om de tombe in de Delftse Nieuwe Kerk te mogen openen. Maar wat gebeurt? Verzoek afgewezen. Argument: ‘Grafrust en piëteit ten opzichte van de koninklijke familie moeten prevaleren boven wetenschappelijk onderzoek’.

Zo heeft het natuurlijk ook nooit wat kunnen worden met dat innovatieplatform van Balkenende.

Maar wie was nou de ‘forensische’ instantie die zo nodig met een duimstok in dat graf wilde snuffelen? Zat er een serieuze lastgever achter? Waarom noemde de directeur zich dan Willem van Spanje? En waarom werd het nieuws van de afwijzing op 14 juni zelfs in een kwaliteitskrant als NRC Handelsblad gepubliceerd?

Mijn argwaan groeide.

Dat heeft natuurlijk te maken met wat we de afgelopen jaren aan schadelijke publiciteit over Oranje hebben moeten doorstaan. Televisieseries met het woord ‘schavuit’ erin. Legale belastingfraude van een tante. Zogenaamd openhartige boeken over voorouders van de koningin, die tot aan homoseksualiteit werden uitgesponnen. Een spijkergat waar een microfoon in zat om een nichtje af te luisteren. Vastgoed in derdewereldlanden. Om nog maar te zwijgen van een ‘stadhoudersbrief’ die de vraag naar de lengte van de eerste Willem in een eigenaardig perspectief plaatst. Wie was hier bezig de toch al overgevoelige relatie tussen volk en vorstenhuis op scherp te zetten?

Cruciale vraag is natuurlijk waarom het verzoek tot bezichtiging werkelijk is geweigerd. Dat het om grafrust en piëteit zou zijn gegaan, had alleen Jeroen Snel kunnen bedenken. Heeft Gerard Aalders niet al in een van z’n vele boeken gesuggereerd dat in de graven van veel leden van de koninklijke familie geheime documenten zijn meegenomen? Was Fasseur op de hoogte? Of heeft hij als vertrouweling van Beatrix alle keldergraven zelf al eens mogen uitmesten? Wat wist prins Bernhard, en wat heeft hij Pieter Broertjes en Jan Tromp allemaal verteld dat (in ruil voor het nog teruggevonden Lockheedgeld) uit hun interviews is geschrapt? Waarom ten slotte moest Annejet van der Zijl abrupt stoppen met haar veelbelovende biografie?

Op het toppunt van mijn achterdocht – waarom laat je zo’n Willem van Spanje niet gewoon kijken; je kunt toch een bewaker meesturen? – heb ik me de laatste paar dagen al drie keer afgevraagd: ligt er überhaupt wel een Zwijger in de tombe waar zijn naam op staat, en erger nog: heeft in de 16de eeuw, in tegenstelling tot wat ons steeds is voorgehouden, wel een Zwijger bestaan?

Mon Dieu, mon Dieur, ayez pitié de moi et de ton pauvre peuple.