Twee gekke koeksisters

Het is zo’n raar land dat Zuid Afrika. Het ene moment zit je in een soort Engelse tuin met scones en clotted cream en jam en thee, bediend door zwarte jonge vrouwen in vroeg twintigste-eeuwse Engelse dienstmeisjesuniformen, compleet met malle, bolle, witte bonnets op heur hoofden, even later ben je ergens waar niets is, behalve een geschrokken koedoe, een zeerob die een geinig duikje maakt of drijvende wieren zo groot als berkenbomen.

Het ene moment zit je chic kreeft te eten bij een smetteloos wit en adembenemend leeg strand, je drinkt er heerlijke Kaapse wijn bij, de zon schijnt, de parasols houden je koel, het is calme, luxe et volupté, het volgende moment rijd je tussen zich schijnbaar eindeloos uitstrekkende krottenwijken door, waar mensen op blote voeten lopen over het soort stenige weg waar je zelf zonder bergschoenen niet overheen komt.

Je weet nooit of je er weer heen wilt – wel en niet. Het is geweldig en angstaanjagend, betoverend en afstotelijk tegelijk.

Maar voor één ding zou je bijna speciaal gaan ( nu ja, ik overdrijf): melktert. ,,Melktert is verby die normale soet’’ zegt mijn ‘gids voor Zuid-Afrikaans eten in Nederland’. En dat is zo. De samenstellers schrijven ,,Die tert het een spesiale plek in die Suid-Afrikaanse kulinêre versameling, net soos koeksisters en mampoer [een sterke drank].”

Koeksisters, ja, dat is ook zo wat. De eerste keer dat ik in Zuid Afrika was, raakte ik er zowat aan verslaafd, aan de in kleverige siroop gehulde, beetje oliebolachtige, gevlochten deegstengels, ook al vanwege hun naam. Ze heten zo naar de twee excentrieke Nederlandse gezusters die op het idee kwamen om hun donuts te vlechten, beweert een ander kookboek. Maar of dat waar is? Je leest niet zoveel over donuts in zeventiende en achttiende-eeuwse kookboeken en tot op de dag van vandaag zijn wij geen donutland. Maar evenzogoed is het leuk om aan twee gekke Hollandse dametjes te denken die aan de Kaap deegstengels vlochten en frituurden. Het moet een van de machtigste lekkernijen ter wereld zijn.

Melktert daarentegen is een met kaneelvla gevulde taart die licht aandoet. Misschien omdat-ie zo wit is.

Melktert

  • 400 g diepvries bladerdeeg of korstdeeg
  • 500 ml volle melk
  • 1 kaneelstokje
  • 3 eieren
  • 3 el bloem
  • 1 el maïzena
  • 60 g suiker
  • 30 g boter
  • kaneel om te bestuiven

Verwarm de oven voor op 200 graden.

Beboter een springvorm met een doorsnee van 24 cm. Rol het deeg uit en bekleed de vorm ermee. Bak de vorm met folie erin en verzwaard met bakknikkers of een andere blinde vulling ongeveer tien minuten.

Verwijder het folie en bak nog drie minuten.

Verwarm driekwart van de melk met het kaneelstokje tot net onder het kookpunt, laat een kwartier staan.

Splits de eieren. Vermeng de rest van de melk met de eierdooiers, het meel en de maïzena, en de suiker. Giet daar al roerend de kaneelmelk bij, zonder het kaneelstokje, en giet het geheel weer terug in de melkpan. Verwarm de vla al roerend tot-ie dik wordt, doe dan het vuur uit en blijf nog even roeren. Roer de boter erdoor en laat de vla afkoelen.

Verlaag de oventemperatuur tot 180 graden. Sla het eiwit stijf en spatel dat door de afgekoelde vla. Giet die in de deegbodem en bak een half uur. Bestrooi de taart met kaneel en eet hem als-ie nog een beetje warm is.