Maar aan één tafel krijg je ze niet

Het is informateur Rosenthal niet gelukt een rechtse coalitie te smeden.

CDA wilde niet aan tafel zolang VVD en PVV het niet eerst onderling eens werden.

In de Tweede Kamer wilde Verhagen (CDA) wel met Wilders (PVV) en Rutte (VVD) praten. Foto Roel Rozenburg Den Haag : 17 juni 2010 Verhagen, Wilders en Rutte praten over de 'impasse' bij de formatie. foto © Roel Rozenburg
In de Tweede Kamer wilde Verhagen (CDA) wel met Wilders (PVV) en Rutte (VVD) praten. Foto Roel Rozenburg Den Haag : 17 juni 2010 Verhagen, Wilders en Rutte praten over de 'impasse' bij de formatie. foto © Roel Rozenburg

Het was een korte, vruchteloze eerste ronde. Na vier dagen en een paar gesprekken zat informateur Uri Rosenthal gistermiddag alweer bij de koningin. Zijn poging om VVD, PVV en CDA tot een kabinet te smeden was al in een zeer vroeg stadium mislukt. De drie partijen hadden zelfs nooit bij elkaar aan tafel gezeten. Dat wilde CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen niet.

Jammer, zei Rutte. „De creativiteitsmachine heeft maximaal gedraaid om het CDA comfort te geven.” Rosenthal zelf zei alles geprobeerd te hebben, inclusief allerlei informele contacten, om de partijen, en vooral dus het CDA, aan tafel te krijgen. Hij gaat nu een nieuwe combinatie onderzoeken. Welke dat is, zou hij vandaag bekendmaken.

VVD-senator Rosenthal kreeg zaterdag de opdracht van Beatrix „als eerste” een kabinet te onderzoeken waarvan de grootste partij (VVD) en de grootste winnaar (PVV) deel uitmaakten. Maar die twee hebben samen maar 55 zetels. Alleen met de 21 zetels van het CDA zouden ze de krapst mogelijke Kamermeerderheid van 76 zetels hebben. Andere mogelijkheden waren er niet, vanwege de weigering van de meeste partijen met de PVV samen te werken.

Dat weigeren deed het CDA nooit. Maar meewerken wilde de partij ook niet. Drie keer zat Verhagen bij Rosenthal, en drie keer had hij dezelfde boodschap: het CDA overweegt pas pas mee te praten als VVD en PVV op hoofdlijnen met elkaar een akkoord bereiken. Tot die tijd was zijn aanwezigheid aan de onderhandelingstafel een „zinloze exercitie”. Rutte en Wilders konden toch nauwelijks verrast zijn over die opstelling, vond Verhagen: „Ik heb dat vrijdag gezegd, maandag, dinsdag en woensdag.” Toch was voor Wilders de schuldige duidelijk: „Het CDA heeft gewoon de stekker eruit getrokken.” Rutte was milder, maar zei wel: „Geert Wilders is niets te verwijten.”

Dat hun partij nu als boeman wordt aangewezen levert bij veel CDA’ers ergernis op. Alsof Mark Rutte niet weet hoe moeilijk die partij het nu heeft. De fractie is bijna gehalveerd (van 41 naar 21 zetels), partijleider Balkenende is opgestapt en nog niet vervangen. En bij veel CDA-leden, ook belangrijke, bestaat er een behoorlijke aversie tegen samenwerking met de anti-islamitische PVV. Zo gek was het verlangen van Verhagen onder die omstandigheden toch niet, dat VVD en PVV eerst zelf iets zouden uitwerken over de onderlinge verschillen tussen de beide partijen. Het zijn er genoeg: de aanpak van de crisis in de overheidsfinanciën, de anti-islambril waardoor Wilders het immigratiebeleid ziet, om er twee te noemen.

Waarom toch werd Verhagen door Rutte en Wilders direct zo onder druk gezet om aan te schuiven bij die besprekingen? CDA’ers weten het wel: Rutte wil zelf eigenlijk ook niet met de PVV regeren, en zoekt naar een manier om het CDA daarvan de schuld te geven.

Maar waarom Wilders ook herhaaldelijk de aanwezigheid van Verhagen eiste, weten ze bij het CDA ook niet. De onderhandelingen torpederen leek niet zijn doel. Bij CDA’ers én VVD’ers was de afgelopen dagen de indruk ontstaan dat Wilders juist dolgraag wil regeren. Bij die partijen klonk de soms verbaasde constatering dat Wilders bereid leek „alles weg te geven”, om aan een coalitie te mogen deelnemen. Publiekelijk liet Wilders al blijken van zijn compromisbereidheid, door direct na het tellen van de stemmen vorige week zijn taboe op het verhogen van de AOW-leeftijd los te laten. En ook tijdens de eerste dagen van de informatie werd hij niet moe te herhalen dat concessies doen belangrijk was, en dat als Verhagen aan tafel zou komen, hij direct zou merken hoe goed er met de PVV te werken was.

Deze nieuwe plooibaarheid van de PVV-leider verhoogde slechts de zorgen bij het CDA. Want ze hebben niet alleen problemen met de ideeën van Wilders. Van de stabiliteit van de partij hebben ze ook geen hoge verwachtingen. En stel je voor dat Wilders alle inhoudelijke problemen wegneemt, dan word je in een coalitie in geduwd met een partij die zomaar uit elkaar kan vallen. Overigens zijn er ook PVV’ers met zorgen over het vermogen van de partij om voldoende capabele bewindslieden te leveren, en alle Kamerleden van de bijna verdriedubbelde fractie (van 9 naar 24 zetels) op het goede spoor te houden.

De slachtofferrol die het CDA aannam, ontmoette vanzelfsprekend weinig begrip bij VVD en PVV. Wilders: „Onderhandelen doe je niet met een lege stoel.” Verhagens wens om een hoofdlijnenakkoord, was volgens Rutte een „non-voorstel, dat wist Verhagen dondersgoed”. Het zou het CDA „een onevenredige voordeelpositie” hebben gegeven, zoals Rutte zei. VVD en PVV zouden in onderlinge onderhandelingen hun posities bloot moeten geven, waarna het CDA compromissen kon afwijzen of besluiten maar helemaal niet mee te gaan doen.

Rosenthal gaat nu dus de volgende combinatie bedenken. Er zijn twee voor de handliggende opties: Paars Plus met VVD, PvdA, D66 en GroenLinks, of een coalitie met de drie middenpartijen VVD, PvdA en CDA.

Eén verschil met zijn eerste poging lijkt zeker: de partijen die nu door hem worden uitgenodigd, zullen elkaar wel aan zijn tafel willen treffen. Maar moeilijk zal het blijven. VVD-leider Rutte verzuchtte gisteren: „Dit is de moeilijkste formatie in honderd jaar.” Wilders heeft nog hoop: „Misschien sta ik hier over twee maanden weer en is Verhagen alsnog bereid om met ons om tafel te gaan zitten.”