Aandeel BP zakt verder weg op beurs

De beurskoers van de Britse oliemaatschappij BP blijft verder dalen, door de aanhoudende onzekerheid over de impact van de olieramp in de Golf van Mexico.

Gisteren reageerde de koers op de beurs in New York op uitlatingen van de Amerikaanse minister van Binnenlandse Zaken Ken Salazar. Die zei dat het Britse concern zal moeten opdraaien voor de duizenden ontslagen die de komende maanden naar verwachting gaan vallen als gevolg van het moratorium dat onlangs door de regering-Obama is afgekondigd. Door het moratorium mag het komend half jaar niet naar olie of gas worden geboord in Amerikaanse wateren dieper dan 150 meter.

Verder is er onder aandeelhouders aanhoudende onzekerheid of ze wel of niet gekort zullen worden op hun dividend. In Amerika hebben verschillende senatoren opgeroepen dat BP zijn geld eerst moet reserveren voor het oplossen van de olieramp, en pas daarna dividend mag uitkeren.

Op de beurs in New York ging de koers van BP gisteren met 11 procent onderuit en bereikte het laagste punt sinds 1997. In een reactie heeft BP vandaag op zijn website laten weten dat het „zich niet bewust is van welke reden dan ook” die deze koersval rechtvaardigt.

De oliemaatschappij blijft zichzelf presenteren als „een sterk bedrijf” dat de kosten van de ramp kan dragen en dat bij olieprijzen vanaf 60 dollar per vat een positieve kasstroom heeft. De internationale olieprijzen liggen op het moment om en nabij de 74 dollar per vat.

Het negatieve sentiment in New York sloeg in eerste instantie ook over op de beurs in Londen. Vlak na het openen vanochtend daalde daar de koers van het Britse olieconcern met circa 10 procent. In de loop van de ochtend herstelde die koers zich weer. Sinds het begin van de olieramp op 20 april is de koers van BP met 40 procent gedaald. De beurswaarde bedraagt nu nog 73 miljard Britse pond (88 miljard euro).

De geruchten over een eventuele overname van BP wakkerden gisteren weer aan. Zakenbank Standard Chartered bracht een studie uit over een mogelijke overname door het Chinese staatsenergiebedrijf PetroChina. Hoewel de bank erg sceptisch is over hoe realistisch deze overname is, zou die economisch hout snijden en zou die van PetroChina op slag een wereldspeler maken.

In Amerika is intussen de onzekerheid over de hoeveelheid gelekte olie weer gegroeid. Bij het begin van de ramp ging BP uit van 1.000 vaten per dag. Daarna werden het er 5.000 en de laatste weken ging het om 12.000 tot 19.000 vaten. Inmiddels zijn er onderzoekers die een nog hoger getal noemen, 26.000 vaten per dag. Omgerekend is dat 4 miljoen liter per dag.