Waarom arme mensen VVD stemmen

De lagere sociale groepen stemmen vaker rechts, ook al komt de economische crisis van rechts.

De arbeiders van voorheen worden middenklasse.

Commentator NRC Handelsblad, historicus

Progressief Amsterdam heeft het beste voor met zowel de armen als het milieu. Het is niet óf-óf maar én-én. Op een gracht nabij de Amstel zijn deze week daarom oplaadplaatsen voor elektrische auto’s gereserveerd.

Conform een recente gemeentelijke verordening zijn ze aangelegd bij de woning van een burger die zo’n voertuig heeft gekocht. De komende twee jaar lang mag die bewoner daar zijn nieuwe auto gratis parkeren en opladen.

Gratis! Wat wil je nog meer in de grachtengordel waar parkeerplaatsen door het beleid van hetzelfde gemeentebestuur juist steeds schaarser en duurder worden? Daarbij blijft het niet. Als een ondernemer zo’n schone maar duurdere auto koopt, lapt de stad een deel van het prijsverschil bij. De stad trekt er 3 miljoen euro belastinggeld voor uit.

De gemeenteraad die dit milieubeleid vorig jaar heeft uitgedacht, werd gedomineerd door PvdA en GroenLinks. Deze progressieve partijen willen avant-garde zijn. De grachtenpandbewoner, die nu pal voor zijn deur geniet van twee min of meer vrije en gesubsidieerde parkeerplaatsen, heeft die voorhoederol meteen met graagte op zich genomen. Hij houdt van geavanceerd rollend materieel. Dus kocht hij geen Volkswagen of Nissan, middenklassers, maar een Tesla Roadster, een racewagentje dat rond Hollywood nu populair is. De tweezitter, die lijkt op een Lotus, heeft een vermogen van 288 pk. De Amsterdammer heeft overigens wel een slag om de arm gehouden. Zijn veredelde terreinwagen, die zeker niet zuiniger dan 1 op 10 loopt, heeft hij ook nog. Wat de Tesla Roadster aan CO2-uitstoot bespaart, wordt zo door SUV teniet gedaan.

Of het stadsbestuur dit curieuze effect beoogd heeft, weten we niet. Zo ja, dan zijn de progressieve partijen losgezongen van een sociale realiteit, die bol staat van bezuinigingen en hervormingen die er toe kunnen leiden dat zelfs een scharrelkip te duur wordt voor sommige burgers. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat elektrische auto’s zijn voorbehouden aan de PC Hooftstraat? Of willen PvdA en GroenLinks het beeld bevestigen dat

Vervolg VVD-stemmers: pagina 2

Werkende burgers uitgebuit door de elite

duurzaamheid alleen iets is voor de welvarende elite? En nemen ze op de koop toe dat de lagere sociale groepen hun heil zoeken bij CDA, VVD, PVV of SP, al is het maar uit wrok en jaloezie? Maar zelfs dan rijst de vraag waarom PvdA en GroenLinks die toplaag ook extra subsidiëren.

Bovenstaande lijkt een groteske redenering. Het gemeentebestuur heeft vermoedelijk niet stilgestaan bij de details. Maar deze blinde vlek illustreert wel degelijk de huidige trend. Linkse en/of progressieve partijen verbazen zich over het succes van conservatief liberale en/of neorechtse partijen. De „crisis kwam toch van rechts”, zoals Agnes Kant ooit brulde.

Is er sprake van masochisme? Nee. Zelfhaat is niet aan de orde bij de kiezers die, bedreigd door een crisis waaraan ze zelf part noch deel denken te hebben, overwegen hun stem uit te brengen op partijen die liever zwijgen over bonussen en bankiers. Ook niet van een paradoxaal sociaal bewustzijn. Er zit historische en sociologische logica in dit patroon.

Historisch wordt Nederland ten tijde van economische recessie wel vaker minder links of progressief. In de jaren 30 was de stakingsbereidheid nog geringer dan ze traditioneel al is, groeide de aanhang van deflatiepremier Colijn (ARP) en had de communistische CPH amper succes. In de jaren 80 werd saneringspremier Lubbers (CDA) op de troon gezet. Na de eerste vier jaar boekte de PvdA in 1986 weliswaar haar ‘overwinningsnederlaag’, maar die ging ten koste van wat tegenwoordig GroenLinks is en de CPN, die toen uit de Tweede Kamer verdween.

Sociologisch is de huidige trend ook verklaarbaar. De begrippen links en rechts vallen niet meer samen met progressief en conservatief. Het is een bekend verhaal.

In de oude industriële staat was de sociaal-economische agenda electoraal dominant. Grof gezegd stemde de arbeidersklasse links, omdat die materieel belang had bij een van staatswege afgedwongen herverdeling van inkomen en verzorgingsarrangementen. De middengroepen stemden behoudender, omdat die juist belang hadden bij een bescheidener staat en dus lagere belastingen. Omdat Nederland van oudsher eerder een maatschappij is van burgers dan van arbeiders, ook nog eens religieus verzuild, konden de christen-democraten bijna een eeuw domineren. In deze antithese leken links en progressief synoniem. En omgekeerd.

In de postindustriële staat is die analogie doorbroken. De toch al magere arbeidersklasse, die vroeger collectief de fabriekspoort in en uit fietste, is opgelost in kantoorgebouwen en woont in suburbania. En de electorale agenda is met een breed palet immateriële thema’s uitgebreid. Economische belangen sporen zo niet meer één op één met culturele en ecologische waarden. Milieubeleid kan bijvoorbeeld leiden tot hogere prijzen, arbeidsimmigratie tot lagere lonen. Oude linkse gemeenschappen voelen zich dus gekrenkt door progressief beleid. Dit verklaart de aantrekkingskracht van de SP en de PVV, die ondanks hun verschillen een afkeer hebben van het culturele en bestuurlijke establishment dat progressieve waarden verkiest boven materiële belangen.

„Binnen de economisch-populistische logica zijn het niet langer arbeiders die worden uitgebuit door ‘het kapitaal’, maar zijn het ‘gewone’ en ‘hard werkende’ burgers die door politieke en ambtelijke elites worden uitgebuit. Nu deze laatsten de vroegere boevenrol van het kapitaal hebben overgenomen, is de maatschappelijke onderlaag al lang niet meer de onontkoombare drager van het socialistische gedachtegoed”, aldus de sociologen Dick Houtman en Peter Achterberg vorig jaar in ‘Arbeiders en schoolmeesters: een huwelijk in crisis’ in Socialisme en Democratie .

Dit soort redeneringen is tot vervelens toe herhaald. Ze kloppen. Maar ze geven eerder een antwoord op het succes van de PVV en eerder de SP, dan op de opmars van de VVD. Ter verklaring van dat laatste moeten de begrippen arbeidsklasse en middenklasse van stal worden gehaald. In International Sociology concludeerde Achterberg in 2006 dat het stemgedrag in de postmoderne wereld coherenter is dan vaak wordt gedacht. Sociaal-economisch tendeert de arbeidersklasse nog steeds naar linkse herverdeling en opteren de middengroepen voor fiscale behoudendheid. Het Nationaal Kiezersonderzoek 2006 bewijst dat. (Bijlage Wetenschap, 29 mei). Daaruit blijkt dat de aanhang van de SP keurig afneemt naarmate het inkomen toeneemt en die van de VVD navenant toeneemt.

Zo was het zelfs in 2006, toen integratie en culturele thema’s de boventoon voerden. Nu domineert de sociaal-economische agenda pas echt. Dat zou ook de SP in de kaart moet spelen. Ware het niet dat…. dat Nederland al decennia geen grote arbeidersklasse heeft die zich bewust arbeidersklasse voelt. De opkomst van de progressieve vleugel in de PvdA en de ondergang van de CPN waren daarvan een eerste electorale voorbode. In navolging van Amerika voelen de werkenden in het postindustriële Nederland zich steeds meer deel van de middenklasse.

Als er immateriële vragen aan de orde zijn, profiteren de progressieve en/of linkse partijen daarvan. Voor wie het is vergeten: in 2006 was een meerderheid van 76 zetels voor een generaal pardon voor illegale vreemdelingen. Maar als de sociaal-economische nood hoog stijgt, neigen de middengroepen juist naar politiek conservatisme.

Ziedaar een verklaring voor de vraag waarom de crisis, die volgens links van rechts kwam, woensdag niet simpel in de schoenen van rechts wordt geschoven.

Weekblad: Joost Oranje, Pieter van Os met Synovate: Hoe de kiezers verdeeld zijn.