Opgeven geen optie voor Teun van Vliet

Een darmontsteking kostte Teun van Vliet zijn wielercarrière, door een hersentumor was zijn levensverwachting hooguit een jaar. Vier jaar later reed hij kankervrij Alpe d’Huez op, voor het goede doel.

Maarten Scholten

Nooit had oud-wielrenner Teun van Vliet vier jaar geleden kunnen denken dat hij in gezelschap van onder meer Michael Boogerd nog eens Alpe d’Huez op zou fietsen. „De bergen waren niet mijn favoriete terrein”, zei hij onlangs met een glimlach tijdens een bijeenkomst voor de stichting Topsport for Life in zijn geboorteplaats Maasland.

Van Vliet, 48 jaar oud, spreekt moeilijk. In de zomer van 2006 begon zijn spraakvermogen te haperen en vertoonde de rechterkant van zijn lichaam plotseling uitval. Hersentumor van het ergste soort, luidde de diagnose. Levensverwachting maximaal een jaar. Maar Van Vliet leeft nog, en hoe. Vier jaar na de dramatische ontdekking verklaren artsen hem kankervrij en vecht hij om zijn spraakvermogen stap voor stap terug te krijgen.

Met oud-renners als Boogerd en Johan van der Velde, oud-schaatser Jan Ykema en voormalig motorcoureur Jurgen van den Goorberg is hij ambassadeur van de stichting Topsport for Life, die geld bijeenbrengt voor de strijd tegen kanker. Onder meer door eergisteren mee te doen aan Alpe dHuZes, waarbij deelnemers tot zes keer op één dag de beroemde berg beklimmen.

Teun van Vliet is ook de titel van het fascinerende boek dat journalist Guido Bindels onlangs schreef over het leven van de voormalige topwielrenner. Ondertitel: Drank, vrouwen, de koers en de dood. Daarmee is de inhoud van deze ‘schelmenroman’ treffend samengevat. Hoe een boefje uit een Westlandse wielerfamilie uitgroeide tot winnaar van klassiekers als de Omloop Het Volk (Omloop Het Nieuwsblad) en Gent-Wevelgem, geletruidrager in de Tour de France en eindwinnaar van de Ronde van Nederland.

En misschien is Van Vliet nog wel bekender door de wedstrijden die hij niet won. Milaan-Sanremo 1985, toen hij als neoprof de beste was maar zijn ervaren ploeggenoot Hennie Kuiper in volle finale plotseling met de eer zag strijken. De Touretappe naar Tourcoing datzelfde jaar, waar hij met Toontje Manders op kop reed maar in de tang zat van ruziënde ploegleiders. Het WK van 1987 in Villach, toen de Duitser Rolf Gölz hem van een verdiende zege hield.

Als jochie parkeerde hij al een SRV-wagen tegen een boom, zijn streken zou hij nooit verliezen. Zijn passie voor de fiets maakte hem tot de ideale coureur. Brutaal, slim, goed gesoigneerd, bikkelhard en altijd in de aanval. Met vader Jan als strenge mentor volgden al snel successen: van ‘Ahoy op Zondag’ tot een wereldtitel op de baan in Argentinië, op zijn zeventiende.

Durven wielerkenners in het Westland René Koppert een groter talent te noemen? Van Vliet breekt via de beroemde Amstel-amateurploeg van Herman Krott snel door naar de profs. En hoe. Na één topjaar bij het bescheiden Dries-Verandalux in België staan de grote ploegen in de rij: Panasonic (Peter Post) wint de strijd om de nieuwe held van Kwantum (Jan Raas).

Tot dan toe leest het allemaal als een jongensboek. En ook in de eerste tijd bij Panasonic haalt Van Vliet topprestaties uit een combinatie van hard werken en lol met ploeggenoten als de Australiër Phil Anderson en de Belg Eddy Planckaert. Maar het leven als prof krijgt ook schaduwkanten. Liefst 170 koersdagen per jaar, tegenwoordig komt bijna niemand meer boven de honderd. Koersen kopen en verkopen. Zo onthult Van Vliet dat hij Gölz bij het WK in Villach liefst 300.000 gulden beloofde als hij zou winnen. Of hoe hij bij de Amstel Goldrace zelf ingaat op een bod van de latere winnaar Joop Zoetemelk.

Van Vliet vertelt in zijn boek van binnenuit over het wielerleven, zonder veel taboes. Zelf ‘spuiten zetten’? Natuurlijk deed hij dat, al waren het uitsluitend vitamines. Doping? Hooguit een enkele keer, en dan hielp het ook nog niet eens. Het verboden wondermiddel epo? Net voor zijn tijd. Maar Van Vliet wil er niet hypocriet over zijn. „Als ik nu coureur was, had ik ook die toegestane grens van 50 (hematocrietwaarde, red.) opgezocht.” Tegen bloeddoping heeft hij – mits onder goede begeleiding – ook geen overwegende bezwaren. „Ik heb het na mijn tweede hersentumor ook laten doen, niet als coureur maar als patiënt.” Oneerlijk? „Topsport is per definitie niet eerlijk.”

Zoals het leven zelf. In de winter van 1988 krijgt Van Vliet voor het eerst darmklachten. Twee jaar later weegt hij nog maar 45 kilo, vecht hij tegen de dood en wordt zijn dikke darm verwijderd. Met een stoma kan hij verder leven, het wielrennen is voorbij. Er volgt een vlucht in drank en vrouwen. Hij is eigenaar van café De Pomp, ploegleider van Farm Frites, chauffeur tijdens wielerwedstrijden bij de Société du Tour de France.

Tot in januari 2001 voor het eerst een hersentumor wordt geconstateerd, dan nog goedaardig. Maar na de eerste schedellichting komt het nooit meer helemaal goed met Van Vliet. Toch legt hij zich na de tweede hersentumor in 2006 niet neer bij de prognose van de artsen dat hij nog maar een jaar heeft te leven. En zie hem anno 2010 aanstekelijk lachen als hij met Boogerd en Van der Velde zijn visie geeft op de hedendaagse wielersport, hoe moeizaam formulerend ook. „Een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd.” De schelm uit het Westland verliest nooit zijn streken.

Teun van Vliet. Drank, vrouwen, de koers en de dood. Auteur: Guido Bindels. Uitgeverij Elixer. ISBN: 9789089542106. Prijs: 19,95. (ook rechtstreeks te bestellen via www.topsportforlife.nl)