Zweeds succes, dat was vroeger heel normaal

Vandaag speelt de Zweed Robin Söderling in de halve finales van Roland Garros.

Het succes van de tennisser in Parijs werkt aanstekelijk in zijn geboorteland.

None

Als Robin Söderling op trainingsbaan 8 van Roland Garros verschijnt, verdringt zich een handvol jongeren rond de toegangshekken. Met handtekeningenboekjes proberen zij de aandacht van de Zweedse tennisser te vangen. Die is, een dag na zijn zege op titelverdediger Roger Federer in de kwartfinales, het gesprek van de dag. Vandaag speelt hij tegen de Tsjech Tomas Berdych om een plaats in de eindstrijd.

Dagens Nyheter, met 350.000 abonnees de grootste ochtendkrant van Zweden, ruimde gisteren drie pagina’s in voor ‘de koning van het gravel’, zoals Söderling in eigen land wel wordt genoemd. „Normaal is het voetbal en ijshockey wat de klok slaat”, vertelt tennisverslaggever Anders Sjostrand in Parijs. „Maar voor deze knappe overwinning werden de populaire sporten naar de achtergrond verdreven.”

Er was een tijd dat tennis dagelijks de sportkaternen in Zweden beheerste. In de jaren tachtig en een deel van de jaren negentig waren het spelers als Jonas Björkman, Thomas Enqvist, Kent Carlsson, Joakim Nyström, Stefan Edberg, Anders Jarryd, Henrik Sundström, Mats Wilander en Björn Borg die de dienst uitmaakten in deze sport. Tegenwoordig is Söderling met zijn zevende plaats de enige Zweedse man in de top-300. Sofia Arvidsson (65) en Johanna Larsson (113) zijn de hoogstgenoteerde vrouwen.

In de tv-studio van Eurosport kijkt Maria Strandlund (41) een dag na de veelbesproken overwinning van Söderling uit over het centercourt in Parijs. Tussen 1988 en 1997 was Strandlund proftennisster („hoogste notering plaats tachtig”) maar sinds enkele jaren is zij captain van het Zweedse Fed-Cupteam én commentator. „Ik kan mij nog goed herinneren dat er in mijn tijd vijf Zweedse mannen in de mondiale top-10 stonden”, zegt zij. „Vijf! Dat kunnen wij ons nu niet meer voorstellen.”

Uiteraard waren er ook vrouwelijke talenten, zegt Strandlund, maar die werden door de vele mannelijke uitblinkers niet opgemerkt. Neem Catarina Lindqvist, zeker geen kleintje. Was nummer tien van de wereld, stond een keer in de halve finales in Melbourne en Londen. Maar weinigen hadden het in die periode – van begin jaren tachtig tot begin jaren negentig – over haar. Strandlund: „Je moest echt een grandslamtoernooi winnen om de krant te halen.”

Zoals in 1988, toen Stefan Edberg Wimbledon op zijn naam schreef en Mats Wilander er met de titels in Parijs, Melbourne en New York vandoor ging. „In dat jaar was ik een van de 21 Zweedse deelnemers bij grandslamtoernooien”, vertelt Strandlund. Vergelijk dat met de drie Zweden die dit jaar het hoofdtoernooi van Roland Garros bereikten: twee vrouwen en een man, van wie alleen Söderling de eerste week overleefde.

Het waren inspirerende tijden, zegt ook Thomas Enqvist, die in 1992 in Melbourne zijn eerste grand slam speelde, samen met negen andere Zweden. „Vaak wordt onderschat hoeveel steun je als profsporters uit hetzelfde land aan elkaar hebt. In die tijd vond ik het normaal. Pas nu ik Davis-Cupcaptain ben, besef ik hoe bijzonder die situatie was.”

Enqvist (36) geeft sinds twee jaar leiding aan het nationale mannenteam, dat in september play-offs voor de wereldgroep speelt tegen Italië. Hij is daarnaast ook verantwoordelijk voor het juniorenprogramma van de Zweedse tennisbond. Heeft hij een verklaring voor het verval dat eind jaren negentig intrad? „Ik kijk liever naar oplossingen dan oorzaken”, zegt de voormalig nummer vier van de wereld, die een nog even jeugdige indruk maakt als in zijn profdagen.

In Zweden is men volgens Fed-Cupcaptain Strandlund te slordig met de eigen successen omgesprongen. „Ik weet niet hoe we het beter hadden moeten doen”, zegt zij. „Maar wie naar de statistieken kijkt, ziet dat er iets grondig is misgegaan.” Dat neemt niet weg dat er bij het Zweedse juniorentennis ook een paar grote talenten rondlopen. „Van de zeventienjarige Daniel Berta [die vorig jaar de juniorentitel won in Parijs] wordt bijvoorbeeld veel verwacht.”

Volgens Strandlund en Enqvist moet het Söderling-effect in Zweden niet worden onderschat. Enqvist: „Hij wordt echt als een rolmodel beschouwd. Op en buiten de baan.” Strandlund merkt op dat steeds meer jongeren zich aanmelden bij tennisclubs. „Het zal de komende jaren niet makkelijk worden. Maar één ding is duidelijk: de liefde voor tennis is terug in Zweden.”

Mocht Söderling zondag de finale in Parijs winnen, dan is hij de eerste Zweed in acht jaar die een grandslamtoernooi op zijn naam schrijft. Thomas Johansson was in 2002 bij de Australian Open de laatste die dat lukte.

    • Danielle Pinedo