Een nazi-staatje van niks

De Tweede Wereldoorlog biedt nog steeds onverwachte verhalen. Bijvoorbeeld uit ‘ons’ Indië.

Nias is een eiland voor de kust van Sumatra. Na de capitulatie van Nederlands-Indië op 8 maart 1942 duurde het meer dan een maand voordat de eerste Japanner er voet aan wal zette. Het rotsachtige eiland met aan de oostkust mangrovebossen telde in die tijd tweehonderdduizend inwoners, van wie een paar honderd van Nederlandse komaf. Het tachtig man tellende garnizoen dat was gelegerd in de hoofdstad Goenoeng Sitoli, was er begin december vertrokken om elders te worden ingezet. Het werd vervangen door een politiemacht van 38 man, waarvan het overgrote deel bestond uit Bataks, een bevolkingsgroep uit Noord-Sumatra. Deze Bataks zouden een weinig betrouwbare bondgenoot blijken voor de Nederlanders op het eiland.

Op 19 januari 1942 vergaat zo’n honderd kilometer voor de kust van Nias een koopvaardijschip met aan boord bijna vijfhonderd door de Nederlands-Indische overheid geïnterneerde Duitsers: artsen, leraren, scheepslui en natuurlijk zendelingen. De overgrote meerderheid verdrinkt, maar 67 door storm, hitte en dorst geteisterde Duitsers krabbelen op 24 januari op Nias aan land. Ze worden opgevangen door inlanders en vervolgens overgedragen aan de Nederlandse autoriteiten die de Duitsers onderbrengen in de kazerne. Daar worden ze geïnterneerd.

In de nacht van zondag 29 op maandag 30 maart nemen de gebeurtenissen een onverwachte wending. Als zendingszuster Glastra om half twaalf ’s avonds naar het BBC-nieuws luistert, klinken er schoten. Ze belt met dokter Van der Plas die haar gerust probeert te stellen met de mededeling dat er waarschijnlijk op zwerfhonden wordt geschoten. In de loop van de nacht echter worden de assistent-resident, de controleur en de commandant van de veldpolitie na een wilde schietpartij van hun bed gelicht en opgesloten.

Bij het krieken van de dag patrouilleren met karabijnen bewapende Duitsers zij aan zij met de Batakse agenten door de straten van Goenoeng Sitoli en wappert de hakenkruisvlag op de kazerne. Dat is althans wat de vrouw van de assistent-resident, die met de andere vrouwen in het huis van de politiecommandant is opgesloten, zich herinnert. Feit is wel dat twee Duitsers die zichzelf hebben benoemd tot respectievelijk minister-president en minister van buitenlandse zaken, de volgende dag rondlopen met door lokale Chinese kleermakers gemaakte nazi-insignes. Feit is ook dat de Duitsers in het kersverse nazi-staatje zich flink tegoed doen aan de koffie, worst, ham en boter in het huis van de assistent-resident.

Ruim twee weken heersen de Duitsers over hun koninkrijk tot op 17 april de eerste Japanners komen. Met zes vaartuigen landen ze op de pier van Goenoeng Sitoli waar ze worden opgewacht door de ‘regering’ van Nias. Vol overgave brengen de Duitsers de Hitlergroet als de Japanners aan wal stappen, maar de ongetwijfeld hartelijk bedoelde ontvangst wordt door hun bondgenoten niet begrepen en volkomen genegeerd.

De rol van de Duitsers is dan definitief uitgespeeld en daarmee komt een einde aan een klein stukje Derde Rijk waar zelfs Hitler niks van wist.