Trainer Sassi gelooft in 'schone' Giro-winnaar

Ivan Basso won vier jaar na zijn eerste zege opnieuw de Ronde van Italië. Na een dopingschorsing gaf trainer Aldo Sassi hem in februari 2008 een tweede kans.

Dat wielertrainer Aldo Sassi (51) dit nog mocht meemaken. Midden in zijn strijd tegen een hersentumor – volgens de statistieken heeft hij nog hooguit vijftien maanden te leven – stond hij gistermiddag op het podium in de Arena van Verona. Over een roze loper reed Ivan Basso op hem af, die zich zojuist had verzekerd van de eindzege in de Ronde van Italië, na de door de Zweed Gustav Larsson gewonnen slottijdrit.

Uitgerekend Basso, de renner die Sassi in 2008 een tweede kans had gegeven na een schorsing wegens dopingperikelen. De renner die nu volgens zijn trainer bewijst dat je zonder doping weer een grote wielerronde kunt winnen. In het sfeervolle amfitheater omhelsde de rozetruidrager eerst zijn twee kinderen, en direct daarna zijn trainer. Zichtbaar met diep respect.

Basso (32) won de 93ste Giro d’Italia met 1.51 minuut voorsprong op de verrassende Spanjaard David Arroyo en 2.37 op ploeggenoot Vincenzo Nibali. Zijn ploeg Liquigas was een belangrijke steun en in de slotweek toonde de kopman zich afgetekend de sterkste. Hij reed zijn concurrenten in de vernieling op de zwaarste beklimming, de Zoncolan. En in de rit over de Mortirolo nam hij twee dagen voor het einde van de Giro de roze trui over van Arroyo. Zijn eerste maglia rosa sinds vier jaar.

In 2006 domineerde Basso de Giro van start tot finish. Hij won drie ritten en reed bergop met een glimlach weg bij zijn tegenstanders, waar en wanneer hij wilde. Zijn voorsprong was enorm: 9.18 minuten op Ivan Gutierrez en 11.59 op Gilberto Simoni. Vlak daarna raakte Basso betrokken bij het Spaanse dopingschandaal Operacion Puerto. Hij werd op non-actief gesteld en een jaar later geschorst. Er kwam een gedeeltelijke bekentenis. Bloedzakjes met de codenaam van zijn hond Birillo waren van hem. Maar Basso had ze nooit gebruikt.

Trainer Sassi, directeur van het beroemde Mapei-trainingscentrum in Castellanza, toonde zich in februari 2008 als eerste vergevingsgezind. Zes jaar eerder was Mapei wegens aanhoudende dopingaffaires in de wielersport gestopt met de sponsoring van een eigen topploeg. Sassi, in 1983 de jongste begeleider van Francesco Moser bij diens werelduurrecord, ging verder met het trainen van individuele renners. Cadel Evans, die deze Giro als vijfde eindigde, meldde zich in 2002. „Mapei is sindsdien mijn tweede familie”, zegt de wereldkampioen. Sassi werkt ook met Michael Rogers, onlangs winnaar van de Ronde van Californië. „Deze zege is voor Aldo”, twitterde de meervoudig wereldkampioen tijdrijden direct na afloop over zijn zieke trainer.

Juist in Basso zag Sassi een renner die het gelijk kon aantonen van zijn filosofie dat het weer mogelijk is om ‘schoon’ een grote ronde te winnen. Een jochie uit Varese dat al op z’n elfde over de Mortirolo fietste, wereldkampioen junioren, goede ronderenner bij de profs. Doping? „Ivan heeft als een van de weinigen de rekening betaald”, zegt Sassi op mapeisport.it. Deze renner verdiende volgens hem als geen ander een tweede kans. Onder één voorwaarde: volledige transparantie wat betreft trainingsgegevens, bloedwaarden en dopingtesten.

Vorig seizoen legde Basso een degelijke basis voor zijn terugkeer op het allerhoogste niveau. Hij werd vijfde in de Giro en vierde in de Vuelta. Dit jaar waakte hij in de aanloop naar de Giro-start in Amsterdam voor hoge verwachtingen. In tegenstelling tot Evans, die al de Waalse Pijl won. „Cadel startte de Giro in topvorm”, zei Sassi eind vorige week in de organiserende krant Gazzetta dello Sport. „Ivan groeide in zelfvertrouwen en kracht. Zo dichtte hij het gat.”

De Italiaanse trainer was ondanks zijn ziekte intensief betrokken bij de Giro-voorbereiding van Basso. „Omdat ik zijn trainingsprogramma wilde afmaken heb ik zelfs de zuster laten wachten in het ziekenhuis.” Van een voorkeur voor zijn landgenoot boven Evans is geen sprake, verzekert hij. „Ze zijn als twee zoons voor me, ik kan niet kiezen. Cadel is de sterkste atleet die ik ooit heb gecoacht, Ivan het meest vastberaden.” Wat echt telt, is dat beiden volgens hem dopingvrij zijn. „Ik weet zeker dat ze mij geen pijn willen doen.”

Cijfers liegen niet, stelt Sassi. Basso won vorig weekeinde op de Zoncolan in een klimtijd van 40.45 minuten, Evans werd op 1.09 tweede. Beiden waren beduidend langzamer dan ritwinnaar Simoni in 2007, die een tijd van 39 minuten klokte. Ook in de klimtijdrit naar de Kronplatz waren hun tijden minder snel dan de toppers in 2008. „Ze leverden op de Zoncolan een vermogen van tegen de 400 Watt. Dat kunnen er maar weinig en toont dat ze aan hun limiet zaten.” Hij rekent voor dat de formule van vermogen gedeeld door kilogram lichaamsgewicht, die de snelheid bergop bepaalt, een getal onder de zes opleverde. Volgens de trainer is 6,2 de maximale waarde die zonder doping haalbaar is. Ter vergelijking: in de glorietijd van Lance Armstrong scoorde de winnaar vaak boven de zeven.

Ziek of niet, Sassi blijft op zoek naar winst voor zijn pupillen. Basso zou vaker uit het zadel moeten tijdens de klim, doceerde hij. De Girowinnaar zelf relativeert het belang van toekomstige progressie. „Aldo vecht tegen iets dat veel belangrijker is dan een Girozege. En toch offert hij een deel van zijn dagen op voor mij. Ik ben daar erg trots op. Hij toont karakter en wilskracht. Hij is een voorbeeld en een vriend. Meer dan een vriend.”