Rammstein geeft beste show op behoudzuchtig Pinkpop

Pop Pinkpop Festival. Gezien 28-30 mei Megaland, Landgraaf.

Daar stond hij dan: Till Lindemann van Rammstein. De opgeblazen versie van Iggy Pop, met de stem van Marco Bakker, droeg een kinky leren pakje met een kraag van felrode veren. En hij leek een lamp te hebben ingeslikt, want telkens als zijn zwart gekalkte lippen van elkaar gingen, scheen er licht uit zijn keel.

De beste show op het hoofdpodium van drie dagen Pinkpop moest het niet van de muziek hebben. De Duitse rockgroep Rammstein maakt kille industriële metal: kil, onpersoonlijk en met dertien-in-een-dozijn-riffs en teksten als „Seid ihr so weit? Willkommen in der Dunkelheit.” Maar de show met duizend bommen en granaten, vuurspuwende gitaristen en een door het publiek ‘varende’ rubberboot maakte de luisterkwelling zowaar goed. Zelfs kinderen op de schouders van hun ouders wiegden gezellig mee op de schlagermetal.

Voor Pinkpop was het gedurfd, want het festival in Landgraaf had verder als vanouds een veilige programmering, met weer Prodigy, Skunk Anansie, Editors. Dat leek de 72.000 bezoekers niet te deren, totdat zondagmiddag de regenbuien losbarstten. Toen bleek toch niet iedereen nog te willen wachten op de blije pop van Mika of op The Pixies. ’s Avonds verdrong zich weliswaar een massa voor de 3FM-stage om te zien hoe zangeres Pink ook nog kan zingen als ze ondersteboven hangend over de roze hoedjes zweeft. Maar toen was het op de rest van het terrein al behoorlijk stil. Bij afsluiter The Prodigy kon je zonder al te veel geduw naar voren lopen.

Dat was een dag eerder, bij Green Day, wel anders. Maar de Amerikaanse punkers verpestten hun eigen pakkende liedjes door ze keer op keer nodeloos uit te rekken voor publiekskaraoke. Voor verrassingen moest je daarom in de tent van het Converse-podium zijn. Bijvoorbeeld voor het enkeltje jaren vijftig van Kitty, Daisy & Lewis. Deze Britse Elvis-lookalikes speelden zaterdag aanstekelijke rockabilly, bluegrass en zelfs reggae met als vaste regel: geregeld met elkaar van instrument wisselen. Ook verrassend was Florence + The Machine, omdat het zo hemeltergend vals was. In de hoop alsnog de goede noten te halen, begon zangeres Florence Welch steeds harder te gillen. Kort daarvoor was zanger Chris Keating van Yeasayer al door de mand gevallen als een iets te aanstellerige huilebalk.

De meeste Nederlandse bands op Pinkpop werkten samen, zoals zo vaak de laatste jaren. Onderbuikrappers The Opposites namen vrijdag hun collega’s Dio, Sev en Gers mee, alsmede Trijntje Oosterhuis en Candy Dulfer, aangekondigd als: „Pinkpop, hebben jullie zin in iets lekkers?” C-Mon & Kypski brachten een swingende knip-en-plak-potpourri van hiphop, dance en polka, aangevuld met een bonte blazersfanfare met o.a. Benjamin Herman en Kyteman. Pete Philly rapte mee en Fay Lovsky toverde jankende geluiden uit haar theremin. De Nederlandse britpopgroep Moke had het Metropole Orkest meegenomen, dat bij de eerste nummers alle gitaren wegblies.

Zanger-gitarist Pablo van de Poel (18) van Limburgs eigen rocksensatie DeWolff liet de Converse-tent schaterlachen door te zeggen: „Toen we nog jong waren, droomden we hier al van.” In een dampende set liet DeWolff de gloriedagen van de psychedelische sixtiesrock herleven, mede dankzij het ronkende Hammond-orgel van Robin Piso (19). Al na het tweede nummer zei Van de Poel: „Dit is het mooiste moment van mijn leven.”

Lees meer impressies van Pinkpop op nrc.nl/cultuurblog