Oorlogsbruiden

Mijn Canadees-Nederlandse (schoon)familieleden, over wie ik vorige week schreef, waren nog maar nauwelijks afgereisd of ik kwam in een antiquariaat een Canadees boekje tegen dat mij sterk aan hen herinnerde. We became Canadians heette het nogal primitief uitgegeven werkje, dat door een zekere Olga Rains in 1984 was geschreven. Het vormde zeven jaar later mede de basis voor de Nederlandse tv-serie De zomer van ’45.

Het bevat de herinneringen van (en aan) een aantal Nederlandse vrouwen die na de bevrijding kennis hadden gekregen aan Canadese soldaten en met hen naar Canada waren vertrokken. Warbrides werden ze daar genoemd. Hun leven in het nieuwe land was vaak zwaar, vooral in de eerste periode. Bij gebrek aan goede woningen moesten sommigen bij hun schoonouders intrekken. Ze hadden soms, evenals hun man, traumatische oorlogservaringen achter de rug, wat de aanpassing aan het nieuwe vaderland nog moeilijker maakte. Het boekje bevat een verhaal, He lost his young bride, waarin beschreven wordt hoe zo’n jong, getraumatiseerd echtpaar geleidelijk aan de drank raakt. Ze besluiten hun leven te beteren en zich elders te vestigen. De laatste nacht in hun bijna leeg geruimde appartement drinken ze for old times’ sake op de goede afloop.

Het smaakt weer naar meer en Jane maakt met de auto een ritje naar de drankzaak. Bij het oversteken van de hoofdweg ziet ze een vrachtwagen te laat en verongelukt. De laatste zin: „Na bijna vijftien jaar alleen te zijn geweest, hertrouwde David. Maar hij zal zijn Nederlandse oorlogsbruid nooit vergeten.”

De oorlogsveteranen stierven gemiddeld op jonge leeftijd. 35 procent van de vrouwen die Olga Rains sprak, waren weduwe, sommigen al 25 jaar. Het verhaaltje dat mij het meest trof, ging over een vrouw die nooit een oorlogsbruid werd: This bride panicked. Ik laat het hier in mijn vertaling volgen.

„Voor het Centraal Station in Amsterdam wachtten de bussen om de oorlogsbruiden naar de boot in Rotterdam te brengen. Het was 1946. Een van deze zeer jonge bruiden werd bang en verborg zich in de grote hal van het station. Ze benaderde een jonge vrouw en vroeg haar buiten een kijkje te nemen en haar te vertellen of de bussen er nog stonden. Ze vertelde de vrouw hoe bang ze was nu het moment was aangebroken om naar Canada te gaan en Nederland achter zich te laten.

Ze had haar Canadese echtgenoot bijna een jaar niet meer gezien. Ze hadden elkaar pas twee maanden gekend toen ze trouwden, kort daarna was hij naar Canada teruggekeerd. Het werd pas werkelijkheid voor haar toen ze haar ouders, broers en zussen moest verlaten. Ze vroeg zich af hoe ze zou worden ontvangen en hoe haar man zou zijn nu hij terug was in zijn eigen land. Ze raakte in paniek toen ze de andere bruiden in de bus zag stappen. Ze was helemaal alleen, niemand zwaaide haar uit. Ze pakte haar koffer en rende terug naar de hal. De angst overrompelde haar, haar benen voelden loodzwaar en haar keel werd dicht gesnoerd. Ze was steeds bang geweest voor dit moment. Ze wilde een goede vrouw voor haar jonge man zijn (…) maar de betraande gezichten van haar ouders toen ze ’s morgens haar huis verliet, kon ze niet vergeten. De gedachte dat ze nooit meer haar familie zou zien, werd haar te veel. Zo’n zware beslissing, en zo alleen.’’