Olieramp schadelijk voor Obama

De olieramp in de Golf van Mexico heeft niet alleen BP voor problemen gesteld, het is ook een politieke olievlek voor president Obama aan het worden. Het olielek op de oceaanbodem heeft de president gedwongen zijn eerste persconferentie in 300 dagen te houden. Kiezers keuren zijn aanpak van de ramp af. Na de rommelige invoering van de wetgeving over de hervorming van de gezondheidszorg en de financiële sector kan deze ramp de wetgevende ambities van de Democraten op energiegebied en andere terreinen dwarsbomen.

Met 53 tegen 43 procent denken de Amerikanen volgens opiniepeiler Gallup dat de president de crisis niet goed heeft aangepakt. Zelfs een paar Democraten zijn kritisch. Senator Mary Landrieu van Louisiana heeft gezegd dat Obama „niet zo zichtbaar is geweest als had gemoeten” en dat hij daar „een politieke prijs voor zal moeten betalen.” En de eveneens uit Louisiana afkomstige James Carville, de politieke goeroe van de Clintons, heeft de „futloze” reactie van het Witte Huis veroordeeld in een emotioneel tv-interview, dat een kleine internetsensatie is geworden.

De vraag- en antwoordsessie van Obama met de pers in Washington zal waarschijnlijk niet veel hebben geholpen. De president gaf toe dat hij verkeerd had gezeten toen hij ervan uit was gegaan dat olieconcerns rampen met diepzeeboorplatforms zouden kunnen verhelpen, toen hij zich eerder had uitgesproken vóór meer boringen. Hij gaf ook toe dat zijn regering sneller had moeten zijn met de hervorming van het toezicht op de sector. Zelfs zijn dochter Malia, zo zei hij, vroeg zich af wanneer haar vader nu eindelijk dat gat ging dichtmaken.

De voorlopige signalen dat BP het lek eindelijk onder controle begint te krijgen, kunnen enige hoop bieden. Maar er is al heel veel schade aangericht, zowel aan de Golf als aan Obama. De al langere tijd dalende steun voor de president was net weer gaan stijgen, dankzij het herstel van de economie en zijn aandringen op financiële hervormingen. Nu daalt die steun weer. Sinds de Tweede Wereldoorlog hebben presidenten met minder dan 50 procent steun - die voor Obama staat nu op 47 procent - hun partij gemiddeld 36 zetels in het Huis van Afgevaardigden zien verliezen bij tussentijdse verkiezingen. De Republikeinen hebben 39 zetels nodig om daar de controle over te nemen.

Het lek heeft ook de Democratische pogingen ondermijnd om een energiewet in te voeren, die alternatieve brandstoffen subsidieert en een beperkt systeem voor de handel in emissierechten van kooldioxide in het leven roept. Obama heeft de toestemming voor diepzeeboringen opgeschort. Maar de Republikeinen - met grote steun van de energielobby - willen niet eens nadenken over een wetsontwerp dat een uitbreiding van zulke boringen niet toestaat. Die eis maakt het voor de Democraten onmogelijk het wetsvoorstel aanvaard te krijgen.

De ramp is niet Obama’s Katrina - zoals Bush-adviseur Karl Rove onlangs heeft geopperd - maar schept wel een politiek risico dat tijd en presidentiëel kapitaal zal vergen om op te ruimen.